Naar de inhoud

Bijbelverzen over The Mercy of God

102 verzen · 36 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. En voerde Israel door het midden van dezelve; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  2. Hij heeft Farao met zijn heir gestort in de Schelfzee; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  3. Die Zijn volk door de woestijn geleid heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  4. Die grote koningen geslagen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  5. En heeft heerlijke koningen gedood; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  6. Sihon, de Amorietischen koning; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  7. En Og, den koning van Basan; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  8. En heeft hun land ten erve gegeven; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  9. Ten erve aan Zijn knecht Israel; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  10. Die aan ons gedacht heeft in onze nederigheid; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  11. En Hij heeft ons onzen tegenpartijders ontrukt; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  12. Die allen vlees spijs geeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  13. Looft den God des hemels; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  14. Teth. De HEERE is aan allen goed, en Zijn barmhartigheden zijn over al Zijn werken.

  15. De HEERE heeft een welgevallen aan hen, die Hem vrezen, die op Zijn goedertierenheid hopen.

  16. Die zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar die ze bekent en laat, zal barmhartigheid verkrijgen.

  17. Juicht, gij hemelen! en verheug u, gij aarde! en gij bergen! maakt gedreun met gejuich; want de HEERE heeft Zijn volk vertroost, en Hij zal Zich over Zijn ellendigen ontfermen.

  18. Voor een klein ogenblik heb Ik u verlaten; maar met grote ontfermingen zal Ik u vergaderen.

  19. In een kleinen toorn heb Ik Mijn aangezicht van u een ogenblik verborgen; maar met eeuwige goedertierenheid zal Ik Mij uwer ontfermen, zegt de HEERE, uw Verlosser.

  20. Neigt uw oor, en komt tot Mij, hoort, en uw ziel zal leven; want Ik zal met u een eeuwig verbond maken, en u geven de gewisse weldadigheden van David.

  21. De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot den HEERE, zo zal Hij Zich Zijner ontfermen, en tot onzen God, want Hij vergeeft menigvuldiglijk.

  22. Gij henen, en roep deze woorden uit tegen het noorden, en zeg: Bekeer u, gij afgekeerde Israel! spreekt de HEERE, zo zal Ik Mijn toorn op ulieden niet doen vallen; want Ik ben goedertieren, spreekt de HEERE. Ik zal den toorn niet in eeuwigheid behouden.

  23. De stem der vrolijkheid en de stem der blijdschap, de stem des bruidegoms en de stem der bruid, de stem dergenen, die zeggen: Looft den HEERE der heirscharen, want de HEERE is goed, want Zijn goedertierenheid is in eeuwigheid! de stem dergenen, die lof aanbrengen ten huize des HEEREN; want Ik zal de gevangenis des lands wenden, als in het eerste, zegt de HEERE.

  24. Cheth. Het zijn de goedertierenheden des HEEREN, dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben;

  25. Cheth. Zij zijn allen morgen nieuw, Uw trouw is groot.