Skip to content

Bijbelverzen over Protection

128 verzen · 57 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Houdende mijn gangen in Uw sporen, opdat mijn voetstappen niet zouden wankelen.

  2. Bewaar mij als het zwart des oogappels, verberg mij onder de schaduw Uwer vleugelen,

  3. Voor den opperzangmeester, een psalm van David, de knecht des HEEREN, die de woorden dezes lieds tot den HEERE gesproken heeft, ten dage, als de HEERE hem gered had uit de hand van al zijn vijanden, en uit de hand van Saul.

  4. Hij zeide dan: Ik zal U hartelijk liefhebben, HEERE, mijn Sterkte!

  5. Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.

  6. Een koning wordt niet behouden door een groot heir; een held wordt niet gered door grote kracht;

  7. Het paard feilt ter overwinning, en bevrijdt niet door zijn grote sterkte.

  8. Want de armen der goddelozen zullen verbroken worden; maar de HEERE ondersteunt de rechtvaardigen.

  9. Als hij valt, zo wordt hij niet weggeworpen, want de HEERE ondersteunt zijn hand.

  10. Een lied op Alamoth, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.

  11. Schoon van gelegenheid, een vreugde der ganse aarde is de berg Sion, aan de zijden van het noorden; de stad des groten Konings.

  12. Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, Altascheth; als hij voor Sauls aangezicht vlood in de spelonk.

  13. Laat hen zelfs omzwerven om spijs; en laat hen vernachten, al zijn zij niet verzadigd.

  14. Immers is mijn ziel stil tot God; van Hem is mijn heil.

  15. Want Gij zijt mij een hulp geweest; en in de schaduw Uwer vleugelen zal ik vrolijk zingen.

  16. Want hij zal den nooddruftige redden, die daar roept, mitsgaders den ellendige, en die geen helper heeft.

  17. Hij zal den arme en nooddruftige verschonen, en de zielen der nooddruftigen verlossen.

  18. Hij zal hun zielen van list en geweld bevrijden, en hun bloed zal dierbaar zijn in zijn ogen.

  19. Want Gij zijt de heerlijkheid hunner sterkte; en door Uw welbehagen zal onze hoorn verhoogd worden.

  20. Want Hij zal u redden van den strik des vogelvangers, van de zeer verderfelijke pestilentie.

  21. Hij zal u dekken met Zijn vlerken, en onder Zijn vleugelen zult gij betrouwen; Zijn waarheid is een rondas en beukelaar.

  22. Gij zult niet vrezen voor den schrik des nachts, voor den pijl, die des daags vliegt;

  23. Voor de pestilentie, die in de donkerheid wandelt; voor het verderf, dat op den middag verwoest.

  24. Aan uw zijden zullen er duizend vallen, en tien duizend aan uw rechterhand; tot u zal het niet genaken.

  25. Hij zal uw voet niet laten wankelen; uw Bewaarder zal niet sluimeren.