Skip to content

Bijbelverzen over Hypocrisy

246 verzen · 1 aspect

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Zijn overgeblevenen zullen in den dood begraven worden, en zijn weduwen zullen niet wenen.

  2. Zo hij zilver opgehoopt zal hebben als stof, en kleding bereid als leem;

  3. Hij zal ze bereiden, maar de rechtvaardige zal ze aantrekken, en de onschuldige zal het zilver delen.

  4. Hij bouwt zijn huis als een motte, en als een hoeder de hutte maakt.

  5. Zo ik, gelijk Adam, mijn overtredingen bedekt heb, door eigenliefde mijn misdaad verbergende!

  6. Zeker, ik kon wel een grote menigte geweldiglijk onderdrukt hebben; maar de verachtste der huisgezinnen zou mij afgeschrikt hebben; zodat ik gewezen zou hebben, en ter deure niet uitgegaan zijn.

  7. En die met het hart huichelachtig zijn, leggen toorn op; zij roepen niet, als Hij hen gebonden heeft.

  8. Hun ziel zal in de jonkheid sterven, en hun leven onder de schandjongens.

  9. Maar tot den goddeloze zegt God: Wat hebt gij Mijn inzettingen te vertellen, en neemt Mijn verbond in uw mond?

  10. Dewijl gij de kastijding haat, en Mijn woorden achter u henenwerpt.

  11. Enkel verderving is binnen in haar; en list en bedrog wijkt niet van haar straat.

  12. Want het is geen vijand, die mij hoont, anders zou ik het hebben gedragen; het is mijn hater niet, die zich tegen mij groot maakt, anders zou ik mij voor hem verborgen hebben.

  13. Maar gij zijt het, o mens, als van mijn waardigheid, mijn leidsman en mijn bekende!

  14. God zal horen, en zal hen plagen, als die van ouds zit, Sela; dewijl bij hen gans geen verandering is, en zij God niet vrezen.

  15. Hij slaat zijn handen aan degenen, die vrede met Hem hadden; hij ontheiligt Zijn verbond.

  16. Als Hij hen doodde, zo vraagden zij naar Hem, en keerden weder, en zochten God vroeg;

  17. En gedachten, dat God hun Rotssteen was, en God, de Allerhoogste, hun Verlosser.

  18. En zij vleiden Hem met hun mond, en logen Hem met hun tong.

  19. Want hun hart was niet recht met Hem, en zij waren niet getrouw in Zijn verbond.

  20. En ziet, een vrouw ontmoette hem in hoerenversiersel, en met het hart op haar hoede;

  21. Deze was woelachtig en wederstrevig, haar voeten bleven in haar huis niet;

  22. Nu buiten, dan op de straten zijnde, en bij alle hoeken loerende;

  23. En zij greep hem aan, en kuste hem; zij sterkte haar aangezicht, en zeide tot hem:

  24. Dankoffers zijn bij mij, ik heb heden mijn geloften betaald;

  25. Daarom ben ik uitgegaan u tegemoet, om uw aangezicht naarstiglijk te zoeken, en ik heb u gevonden.