Naar de inhoud

Bijbelverzen over Faith

543 verzen · 124 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Ik zal dan geduriglijk bij U zijn; Gij hebt mijn rechterhand gevat;

  2. Gij zult mij leiden door Uw raad; en daarna zult Gij mij in heerlijkheid opnemen.

  3. Heeft God vergeten genadig te zijn? Heeft Hij Zijn barmhartigheden door toorn toegesloten? Sela.

  4. Daarna zeide ik: Dit krenkt mij; maar de rechterhand des Allerhoogsten verandert.

  5. Ik zal de daden des HEEREN gedenken; ja, ik zal gedenken Uw wonderen van ouds her;

  6. Want Hij heeft een getuigenis opgericht in Jakob, en een wet gesteld in Israel; die Hij onzen vaderen geboden heeft, dat zij ze hun kinderen zouden bekend maken;

  7. Opdat het navolgende geslacht die weten zou, de kinderen, die geboren zouden worden; en zouden opstaan, en vertellen ze hun kinderen;

  8. En dat zij hun hoop op God zouden stellen, en Gods daden niet vergeten, maar Zijn geboden bewaren;

  9. Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduw des Almachtigen.

  10. Ik zal tot den HEERE zeggen: Mijn Toevlucht en mijn Burg! mijn God, op Welken ik vertrouw!

  11. Want Gij, HEERE! zijt mijn Toevlucht! De Allerhoogste hebt gij gesteld tot uw Vertrek;

  12. U zal geen kwaad wedervaren, en geen plage zal uw tent naderen.

  13. Want de HEERE zal Zijn volk niet begeven, en Hij zal Zijn erve niet verlaten.

  14. Want het oordeel zal wederkeren tot de gerechtigheid; en alle oprechten van hart zullen hetzelve navolgen.

  15. Ten ware dat de HEERE mij een Hulp geweest ware, mijn ziel had bijna in de stilte gewoond.

  16. Als ik zeide: Mijn voet wankelt; Uw goedertierenheid, o HEERE! ondersteunde mij.

  17. Moab is mijn waspot; op Edom zal ik mijn schoen werpen; over Palestina zal ik juichen.

  18. Wie zal mij voeren in een vaste stad? Wie zal mij leiden tot in Edom?

  19. Zult Gij het niet zijn, o God! Die ons verstoten hadt, en Die niet uittoogt, o God! met onze heirkrachten?

  20. Geef Gij ons hulp uit de benauwdheid; want des mensen heil is ijdelheid. [ (Psalms 108:14) In God zullen wij kloeke daden doen, en Hij zal onze wederpartijders vertreden. ]

  21. Mem. Hij zal voor geen kwaad gerucht vrezen; Nun. zijn hart is vast, betrouwende op den HEERE.

  22. Samech. Zijn hart, wel ondersteund zijnde, zal niet vrezen; Ain. totdat hij op zijn wederpartijen zie.

  23. De HEERE is onzer gedachtig geweest, Hij zal zegenen; Hij zal het huis van Israel zegenen, Hij zal het huis van Aaron zegenen.

  24. Hij zal zegenen, die den HEERE vrezen, de kleinen met de groten.

  25. De HEERE zal den zegen over ulieden vermeerderen, over ulieden en over uw kinderen.