- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
circa 1010–970 BC
The Reign of David
David unites the tribes, conquers Jerusalem, and establishes Israel's golden age—even through deep personal failure.
Verzen uit dit tijdvak
- 2 Samuel 21:18ca. 1018 v.Chr.
En het geschiedde daarna, dat er wederom een krijg was te Gob tegen de Filistijnen. Toen sloeg Sibbechai, de Husathiet, Saf, die van de kinderen van Rafa was.
- 2 Samuel 21:19ca. 1018 v.Chr.
Voorts was er nog een krijg te Gob tegen de Filistijnen; en Elhanan, de zoon van Jaare-Oregim, sloeg Beth-Halachmi, dewelke was met Goliath, den Gethiet, wiens spiesenhout was als een weversboom.
- 2 Samuel 21:20ca. 1018 v.Chr.
Nog was er ook een krijg te Gath; en er was een zeer lang man, die zes vingeren had aan zijn handen, en zes tenen aan zijn voeten, vier en twintig in getal, en deze was ook aan Rafa geboren.
- 2 Samuel 21:21ca. 1018 v.Chr.
En hij hoonde Israel; maar Jonathan, de zoon van Simea, Davids broeder, sloeg hem.
- 2 Samuel 21:22ca. 1018 v.Chr.
Deze vier waren aan Rafa geboren te Gath; en zij vielen door de hand van David, en door de hand zijner knechten.
- 2 Samuel 22:1ca. 1018 v.Chr.
En David sprak de woorden dezes lieds tot den HEERE, ten dage als de HEERE hem verlost had uit de hand van al zijn vijanden, en uit de hand van Saul.
- 2 Samuel 22:2ca. 1018 v.Chr.
Hij zeide dan: De HEERE is mij mijn Steenrots, en mijn Burg, en mijn Uithelper.
- 2 Samuel 22:3ca. 1018 v.Chr.
God is mijn Rots, ik zal op Hem betrouwen; mijn Schild en de Hoorn mijns heils, mijn Hoog Vertrek en mijn Toevlucht, mijn Verlosser! Van geweld hebt Gij mij verlost!
- 2 Samuel 22:4ca. 1018 v.Chr.
Ik riep den HEERE aan, Die te prijzen is, en ik werd verlost van mijn vijanden.
- 2 Samuel 22:5ca. 1018 v.Chr.
Want baren des doods hadden mij omvangen; beken Belials verschrikten mij.
- 2 Samuel 22:6ca. 1018 v.Chr.
Banden der hel omringden mij; strikken des doods bejegenden mij.
- 2 Samuel 22:7ca. 1018 v.Chr.
Als mij bange was, riep ik den HEERE aan, en riep tot mijn God; en Hij hoorde mijn stem uit Zijn paleis, en mijn geroep kwam in Zijn oren.
- 2 Samuel 22:8ca. 1018 v.Chr.
Toen daverde en beefde de aarde; de fondamenten des hemels beroerden zich, en daverden, omdat Hij ontstoken was.
- 2 Samuel 22:9ca. 1018 v.Chr.
Rook ging op van Zijn neus, en een vuur uit Zijn mond verteerde; kolen werden daarvan aangestoken.
- 2 Samuel 22:10ca. 1018 v.Chr.
En Hij boog den hemel, en daalde neder; en donkerheid was onder Zijn voeten.
- 2 Samuel 22:11ca. 1018 v.Chr.
En Hij voer op een cherub, en vloog, en werd gezien op de vleugelen des winds.
- 2 Samuel 22:12ca. 1018 v.Chr.
En Hij zette duisternis rondom Zich tot tenten, een samenbinding der wateren, wolken des hemels.
- 2 Samuel 22:13ca. 1018 v.Chr.
Van den glans voor Hem henen werden kolen des vuurs aangestoken.
- 2 Samuel 22:14ca. 1018 v.Chr.
De HEERE donderde van den hemel, en de Allerhoogste gaf Zijn stem.
- 2 Samuel 22:15ca. 1018 v.Chr.
En Hij zond pijlen uit en verstrooide ze; bliksemen en verschrikte ze.
- 2 Samuel 22:16ca. 1018 v.Chr.
En de diepe kolken der zee werden gezien, de gronden der wereld werden ontdekt, door het schelden des HEEREN, van het geblaas des winds van Zijn neus.
- 2 Samuel 22:17ca. 1018 v.Chr.
Hij zond van de hoogte, Hij nam mij, Hij trok mij op uit grote wateren.
- 2 Samuel 22:18ca. 1018 v.Chr.
Hij verloste mij van mijn sterken vijand, van mijn haters, omdat zij machtiger waren dan ik.
- 2 Samuel 22:19ca. 1018 v.Chr.
Zij hadden mij bejegend ten dage mijns ongevals; maar de HEERE was mij een Steunsel.
- 2 Samuel 22:20ca. 1018 v.Chr.
En Hij voerde mij uit in de ruimte, en rukte mij uit, want Hij had lust aan mij.