Naar de inhoud

circa 1010–970 BC

The Reign of David

David unites the tribes, conquers Jerusalem, and establishes Israel's golden age—even through deep personal failure.

1,230 verzen · 2 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. 2 Samuel 22:46ca. 1018 v.Chr.

    Vreemden zijn vervallen, en hebben zich aangegord uit hun sloten.

  2. 2 Samuel 22:47ca. 1018 v.Chr.

    De HEERE leeft, en geloofd zij mijn Rotssteen; en verhoogd zij God, de Rotssteen mijns heils!

  3. 2 Samuel 22:48ca. 1018 v.Chr.

    De God, Die mij volkomene wraak geeft, en de volken onder mij nederwerpt;

  4. 2 Samuel 22:49ca. 1018 v.Chr.

    En Die mij uitvoert van mijn vijanden; en Gij verhoogt mij boven degenen, die tegen mij opstaan; Gij redt mij van den man alles gewelds.

  5. 2 Samuel 22:50ca. 1018 v.Chr.

    Daarom zal ik U, o HEERE, loven onder de heidenen, en Uw Naam zal ik psalmzingen.

  6. 2 Samuel 22:51ca. 1018 v.Chr.

    Hij is een Toren der verlossingen Zijns konings, en Hij doet goedertierenheid aan Zijn gezalfde, aan David en aan zijn zaad, tot in eeuwigheid.

  7. 2 Samuel 23:1ca. 1015 v.Chr.

    Voorts zijn dit de laatste woorden van David. David, de zoon van Isai zegt, en de man, die hoog is opgericht, de gezalfde van Jakobs God, en liefelijk in psalmen van Israel, zegt:

  8. 2 Samuel 23:2ca. 1015 v.Chr.

    De Geest des HEEREN heeft door mij gesproken, en Zijn rede is op mijn tong geweest.

  9. 2 Samuel 23:3ca. 1015 v.Chr.

    De God Israels heeft gezegd, de Rotssteen Israels heeft tot mij gesproken: Er zal zijn een Heerser over de mensen, een Rechtvaardige, een Heerser in de vreze Gods.

  10. 2 Samuel 23:4ca. 1015 v.Chr.

    En Hij zal zijn gelijk het licht des morgens, wanneer de zon opgaat, des morgens zonder wolken, wanneer van den glans na den regen de grasscheutjes uit de aarde voortkomen.

  11. 2 Samuel 23:5ca. 1015 v.Chr.

    Hoewel mijn huis alzo niet is bij God, nochtans heeft Hij mij een eeuwig verbond gesteld, dat in alles wel geordineerd en bewaard is; voorzeker is daarin al mijn heil, en alle lust, hoewel Hij het nog niet doet uitspruiten.

  12. 2 Samuel 23:6ca. 1015 v.Chr.

    Maar de mannen Belials zullen altemaal zijn als doornen, die weggeworpen worden, omdat men ze met de hand niet kan vatten;

  13. 2 Samuel 23:7ca. 1015 v.Chr.

    Maar een iegelijk, die ze zal aantasten, voorziet zich met ijzer en het hout ener spies; en zij zullen ganselijk met vuur verbrand worden ter zelver plaats.

  14. 2 Samuel 23:8ca. 1055 v.Chr.

    Dit zijn de namen der helden, die David gehad heeft: Joscheb Baschebeth, de zoon van Tachkemoni, de voornaamste der hoofdlieden. Deze was Adino, de Ezniet, die zich stelde tegen achthonderd, die van hem verslagen werden op eenmaal.

  15. 2 Samuel 23:9ca. 1055 v.Chr.

    En na hem was Eleazar, de zoon van Dodo, zoon van Ahohi, deze was onder de drie helden met David, toen zij de Filistijnen beschimpten, die aldaar ten strijde verzameld waren, en de mannen van Israel waren opgetogen.

  16. 2 Samuel 23:10ca. 1055 v.Chr.

    Deze stond op, en sloeg onder de Filistijnen, totdat zijn hand moede werd, ja, zijn hand aan het zwaard kleefde; en de HEERE wrocht een groot heil ten zelven dage; en het volk keerde wederom hem na, alleenlijk om te plunderen.

  17. 2 Samuel 23:11ca. 1055 v.Chr.

    Na hem nu was Samma, de zoon van Age, de Harariet. Toen de Filistijnen verzameld waren in een dorp, en aldaar een stuk akkers was vol linzen, en het volk voor het aangezicht der Filistijnen vluchtte;

  18. 2 Samuel 23:12ca. 1055 v.Chr.

    Zo stelde hij zich in het midden van dat stuk, en verloste dat, en sloeg de Filistijnen; en de HEERE wrocht een groot heil.

  19. 2 Samuel 23:13ca. 1055 v.Chr.

    Ook gingen af drie van de dertig hoofden, en kwamen in den oogst tot David, in de spelonk van Adullam; en de hoop der Filistijnen had zich gelegerd in het dal Rafaim.

  20. 2 Samuel 23:14ca. 1055 v.Chr.

    En David was toen in een vesting; en de bezetting der Filistijnen was toen te Bethlehem.

  21. 2 Samuel 23:15ca. 1055 v.Chr.

    En David kreeg lust, en zeide: Wie zal mij water te drinken geven uit Bethlehems bornput, die in de poort is?

  22. 2 Samuel 23:16ca. 1055 v.Chr.

    Toen braken die drie helden door het leger der Filistijnen, en putten water uit Bethlehems bornput, die in de poort is, en droegen het, en kwamen tot David; doch hij wilde dat niet drinken, maar goot het uit voor den HEERE.

  23. 2 Samuel 23:17ca. 1055 v.Chr.

    En zeide: Het zij verre van mij, o HEERE, dat ik dit zou doen; zou ik drinken het bloed der mannen, die heengegaan zijn met gevaar van hun leven? En hij wilde het niet drinken. Dit deden die drie helden.

  24. 2 Samuel 23:18ca. 1055 v.Chr.

    Abisai, Joabs broeder, de zoon van Zeruja, die was ook een hoofd van drieen; en die hief zijn spies op tegen driehonderd, die van hem verslagen werden; en hij had een naam onder die drie.

  25. 2 Samuel 23:19ca. 1055 v.Chr.

    Was hij niet de heerlijkste van die drie? Daarom was hij hun tot een overste. Maar hij kwam niet tot aan die eerste drie.