Naar de inhoud

circa 800–400 BC

The Hebrew Prophets

God speaks through Isaiah, Jeremiah, and the minor prophets—calling Israel to repentance and foretelling the coming Messiah.

3,706 verzen · 14 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Jesaja 45:19ca. 712 v.Chr.

    Ik heb niet in het verborgene gesproken, in een donkere plaats der aarde; Ik heb tot het zaad van Jakob niet gezegd: Zoekt Mij te vergeefs; Ik ben de HEERE, Die gerechtigheid spreekt, Die rechtmatige dingen verkondigt.

  2. Jesaja 45:20ca. 712 v.Chr.

    Verzamelt u, en komt, treedt hier toe samen, gijlieden, die van de heidenen ontkomen zijt! Zij weten niets, die hun houten gesneden beelden dragen, en een god aanbidden, die niet verlossen kan.

  3. Jesaja 45:21ca. 712 v.Chr.

    Verkondigt en treedt hier toe, ja, beraadslaagt samen: wie heeft dat laten horen van ouds her? Wie heeft dat van toen af verkondigd? Ben Ik het niet, de HEERE? en er is geen God meer behalve Mij, een rechtvaardig God, en een Heiland, niemand is er dan Ik.

  4. Jesaja 45:22ca. 712 v.Chr.

    Wendt U naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! want Ik ben God, en niemand meer.

  5. Jesaja 45:23ca. 712 v.Chr.

    Ik heb gezworen bij Mijzelven, er is een woord der gerechtigheid uit Mijn mond gegaan, en het zal niet wederkeren: dat Mij alle knie zal gebogen worden, alle tong Mij zal zweren.

  6. Jesaja 45:24ca. 712 v.Chr.

    Men zal van Mij zeggen: Gewisselijk, in den HEERE zijn gerechtigheden en sterkte; tot Hem zal men komen; maar zij zullen beschaamd worden allen, die tegen Hem ontstoken zijn.

  7. Jesaja 45:25ca. 712 v.Chr.

    Maar in den HEERE zullen gerechtvaardigd worden en zich beroemen, het ganse zaad van Israel.

  8. Jesaja 46:1ca. 712 v.Chr.

    Bel is gekromd, Nebo wordt nedergebogen, hun afgoden zijn geworden voor de dieren en voor de beesten; uw opgeladen pakken zijn een last voor de vermoeide beesten.

  9. Jesaja 46:2ca. 712 v.Chr.

    Samen zijn zij nedergebogen, zij zijn gekromd, zij hebben den last niet kunnen redden, maar zijzelven zijn in de gevangenis gegaan.

  10. Jesaja 46:3ca. 712 v.Chr.

    Hoor naar Mij, o huis van Jakob, en het ganse overblijfsel van het huis Israels! die van Mij gedragen zijt van den buik aan, en opgenomen van de baarmoeder af.

  11. Jesaja 46:4ca. 712 v.Chr.

    En tot de ouderdom toe zal Ik Dezelfde zijn, ja, tot de grijsheid toe zal Ik ulieden dragen; Ik heb het gedaan, en Ik zal u opnemen, en Ik zal dragen en redden.

  12. Jesaja 46:5ca. 712 v.Chr.

    Wien zoudt gijlieden Mij nabeelden, en evengelijk maken, en Mij vergelijken, dat wij elkander gelijken zouden?

  13. Jesaja 46:6ca. 712 v.Chr.

    Zij verkwisten het goud uit de beurs, en wegen het zilver met de waag; zij huren een goudsmid, en die maakt het tot een god, zij knielen neder, ook buigen zij zich daarvoor.

  14. Jesaja 46:7ca. 712 v.Chr.

    Zij nemen hem op den schouder, zij dragen hem, en zetten hem aan zijn plaats; daar staat hij, hij wijkt van zijn stede niet; ja, roept iemand tot hem, zo antwoordt hij niet, hij verlost hem niet uit zijn benauwdheid.

  15. Jesaja 46:8ca. 712 v.Chr.

    Gedenkt hieraan, en houdt u kloekelijk, brengt het weder in het hart, o gij overtreders!

  16. Jesaja 46:9ca. 712 v.Chr.

    Gedenkt der vorige dingen van oude tijden af, dat Ik God ben, en er is geen God meer, en er is niet gelijk Ik;

  17. Jesaja 46:10ca. 712 v.Chr.

    Die van den beginne aan verkondigt het einde, en van ouds af die dingen, die nog niet geschied zijn; Die zegt: Mijn raad zal bestaan, en Ik zal al Mijn welbehagen doen.

  18. Jesaja 46:11ca. 712 v.Chr.

    Die een roofvogel roept van het oosten, een man Mijns raads uit verren lande; ja, Ik heb het gesproken, Ik zal het ook doen opkomen; Ik heb het geformeerd, Ik zal het ook doen.

  19. Jesaja 46:12ca. 712 v.Chr.

    Hoort naar Mij, gij stijven van harte, gij, die verre van de gerechtigheid zijt!

  20. Jesaja 46:13ca. 712 v.Chr.

    Ik breng Mijn gerechtigheid nabij, zij zal niet verre wezen, en Mijn heil zal niet vertoeven; maar Ik zal heil geven in Sion, aan Israel Mijn heerlijkheid.

  21. Jesaja 47:1ca. 712 v.Chr.

    Daal af, en zit in het stof, gij jonkvrouw, dochter van Babel! zit op de aarde, er is geen troon meer, gij dochter der Chaldeen! want gij zult niet meer genaamd worden de tedere, noch de wellustige.

  22. Jesaja 47:2ca. 712 v.Chr.

    Neem de molen, en maal meel; ontdek uw vlechten, ontbloot de enkelen, ontdek de schenkelen, ga door de rivieren.

  23. Jesaja 47:3ca. 712 v.Chr.

    Uw schaamte zal ontdekt worden, ook zal uw schande gezien worden; Ik zal wraak nemen, en Ik zal op u niet aanvallen als een mens.

  24. Jesaja 47:4ca. 712 v.Chr.

    Onzes Verlossers Naam is HEERE der heirscharen, de Heilige Israels.

  25. Jesaja 47:5ca. 712 v.Chr.

    Zit stilzwijgende, en ga in de duisternis, gij dochter der Chaldeen! want gij zult niet meer genoemd worden koningin der koninkrijken.