Naar de inhoud

circa AD 30–62

The Early Church

Pentecost ignites a movement; Peter, Paul, and countless others carry the gospel from Jerusalem to the ends of the earth.

1,007 verzen · 1 boek behandeld

Verzen uit dit tijdvak

  1. Handelingen 13:37ca. 45 n.Chr.

    Maar Hij, Dien God opgewekt heeft, heeft geen verderving gezien.

  2. Handelingen 13:38ca. 45 n.Chr.

    Zo zij u dan bekend, mannen broeders, dat door Dezen u vergeving der zonden verkondigd wordt;

  3. Handelingen 13:39ca. 45 n.Chr.

    En dat van alles, waarvan gij niet kondet gerechtvaardigd worden door de wet van Mozes, door Dezen een iegelijk, die gelooft, gerechtvaardigd wordt.

  4. Handelingen 13:40ca. 45 n.Chr.

    Ziet dan toe, dat over ulieden niet kome, hetgeen gezegd is in de profeten:

  5. Handelingen 13:41ca. 45 n.Chr.

    Ziet, gij verachters, en verwondert u, en verdwijnt; want Ik werk een werk in uw dagen, een werk, hetwelk gij niet zult geloven, zo het u iemand verhaalt.

  6. Handelingen 13:42ca. 45 n.Chr.

    En als de Joden uitgegaan waren uit de synagoge, baden de heidenen, dat tegen den naasten sabbat hun dezelfde woorden zouden gesproken worden.

  7. Handelingen 13:43ca. 45 n.Chr.

    En als de synagoge gescheiden was, volgden velen van de Joden en van de godsdienstige Jodengenoten Paulus en Barnabas; welke tot hen spraken, en hen vermaanden te blijven bij de genade Gods.

  8. Handelingen 13:44ca. 45 n.Chr.

    En op den volgenden sabbat kwam bijna de gehele stad samen, om het Woord Gods te horen.

  9. Handelingen 13:45ca. 45 n.Chr.

    Doch de Joden, de scharen ziende, werden met nijdigheid vervuld, en wederspraken, hetgeen van Paulus gezegd werd, wedersprekende en lasterende.

  10. Handelingen 13:46ca. 45 n.Chr.

    Maar Paulus en Barnabas, vrijmoedigheid gebruikende, zeiden: Het was nodig, dat eerst tot u het Woord Gods gesproken zou worden; doch nademaal gij hetzelve verstoot, en uzelven des eeuwigen levens niet waardig oordeelt, ziet, wij keren ons tot de heidenen.

  11. Handelingen 13:47ca. 45 n.Chr.

    Want alzo heeft ons de Heere geboden, zeggende: Ik heb u gesteld tot een licht der heidenen, opdat gij zoudt zijn tot zaligheid, tot aan het uiterste der aarde.

  12. Handelingen 13:48ca. 45 n.Chr.

    Als nu de heidenen dit hoorden, verblijdden zij zich, en prezen het Woord des Heeren; en er geloofden zovelen, als er geordineerd waren tot het eeuwige leven.

  13. Handelingen 13:49ca. 45 n.Chr.

    En het Woord des Heeren werd door het gehele land uitgebreid.

  14. Handelingen 13:50ca. 45 n.Chr.

    Maar de Joden maakten op de godsdienstige en eerlijke vrouwen, en de voornaamsten van de stad, en verwekten vervolging tegen Paulus en Barnabas, en wierpen ze uit hun landpalen.

  15. Handelingen 13:51ca. 45 n.Chr.

    Doch zij schudden het stof van hun voeten af tegen dezelve, en kwamen te Ikonium.

  16. Handelingen 13:52ca. 45 n.Chr.

    En de discipelen werden vervuld met blijdschap en met den Heiligen Geest.

  17. Handelingen 14:1ca. 46 n.Chr.

    En het geschiedde te Ikonium, dat zij te zamen gingen in de synagoge der Joden, en alzo spraken, dat een grote menigte, beiden van Joden en Grieken, geloofde.

  18. Handelingen 14:2ca. 46 n.Chr.

    Maar de Joden, die ongehoorzaam waren, verwekten en verbitterden de zielen der heidenen tegen de broeders.

  19. Handelingen 14:3ca. 46 n.Chr.

    Zij verkeerden dan aldaar een langen tijd, vrijmoediglijk sprekende in den Heere, Die getuigenis gaf aan het Woord Zijner genade, en gaf, dat tekenen en wonderen geschiedden door hun handen.

  20. Handelingen 14:4ca. 46 n.Chr.

    En de menigte der stad werd verdeeld, en sommigen waren met de Joden, en sommigen met de apostelen.

  21. Handelingen 14:5ca. 46 n.Chr.

    En als er een oploop geschiedde, beiden van heidenen en van Joden, met hun oversten, om hun smaadheid aan te doen, en hen te stenigen,

  22. Handelingen 14:6ca. 46 n.Chr.

    Zijn zij, alles overlegd hebbende, gevlucht naar de steden van Lykaonie, namelijk Lystre en Derbe, en het omliggende land;

  23. Handelingen 14:7ca. 46 n.Chr.

    En verkondigden aldaar het Evangelie.

  24. Handelingen 14:8ca. 46 n.Chr.

    En een zeker man, te Lystre, zat onmachtig aan de voeten, kreupel zijnde van zijner moeders lijf, die nooit had gewandeld.

  25. Handelingen 14:9ca. 46 n.Chr.

    Deze hoorde Paulus spreken; welke de ogen op hem houdende, en ziende, dat hij geloof had om gezond te worden,