Naar de inhoud

circa AD 30–62

The Early Church

Pentecost ignites a movement; Peter, Paul, and countless others carry the gospel from Jerusalem to the ends of the earth.

1,007 verzen · 1 boek behandeld

Verzen uit dit tijdvak

  1. Handelingen 13:12ca. 45 n.Chr.

    Als de stadhouder zag, hetgeen geschied was, toen geloofde hij, verslagen zijnde over de leer des Heeren.

  2. Handelingen 13:13ca. 45 n.Chr.

    En Paulus, en die met hem waren, van Pafos afgevaren zijnde, kwamen te Perge, een stad in Pamfylie. Maar Johannes, van hen scheidende, keerde weder naar Jeruzalem.

  3. Handelingen 13:14ca. 45 n.Chr.

    En zij, van Perge het land doorgaande, kwamen te Antiochie, een stad in Pisidie; en gegaan zijnde in de synagoge op den dag des sabbats, zaten zij neder.

  4. Handelingen 13:15ca. 45 n.Chr.

    En na het lezen der wet en der profeten, zonden de oversten der synagogen tot hen, zeggende: Mannen broeders, indien er enig woord van vertroosting tot het volk in u is, zo spreekt.

  5. Handelingen 13:16ca. 45 n.Chr.

    En Paulus stond op, en wenkte met de hand, en zeide: Gij Israelietische mannen, en gij, die God vreest, hoort toe.

  6. Handelingen 13:17ca. 45 n.Chr.

    De God van dit volk Israel heeft onze vaderen uitverkoren, en het volk verhoogd, als zij vreemdelingen waren in het land Egypte, en heeft hen met een hogen arm daaruit geleid.

  7. Handelingen 13:18ca. 45 n.Chr.

    En heeft omtrent den tijd van veertig jaren hun zeden verdragen in de woestijn.

  8. Handelingen 13:19ca. 45 n.Chr.

    En zeven volken uitgeroeid hebbende in het land Kanaan, heeft Hij hun door het lot het land derzelve uitgedeeld.

  9. Handelingen 13:20ca. 45 n.Chr.

    En daarna omtrent vierhonderd en vijftig jaren, gaf Hij hun rechters, tot op Samuel, den profeet.

  10. Handelingen 13:21ca. 45 n.Chr.

    En van toen aan begeerden zij een koning; en God gaf hun Saul, den zoon van Kis, een man uit den stam van Benjamin, veertig jaren.

  11. Handelingen 13:22ca. 45 n.Chr.

    En dezen afgezet hebbende, verwekte Hij hun David tot een koning; denwelken Hij ook getuigenis gaf, en zeide: Ik heb gevonden David, den zoon van Jesse; een man naar Mijn hart, die al Mijn wil zal doen.

  12. Handelingen 13:23ca. 45 n.Chr.

    Van het zaad dezes heeft God Israel, naar de belofte, verwekt den Zaligmaker Jezus;

  13. Handelingen 13:24ca. 45 n.Chr.

    Als Johannes eerst al den volke Israels voor Zijn aankomst, gepredikt had den doop der bekering.

  14. Handelingen 13:25ca. 45 n.Chr.

    Doch als Johannes den loop vervulde, zeide hij: Wien meent gijlieden, dat ik ben? Ik ben de Christus niet; maar ziet, Hij komt na mij, Wien ik niet waardig ben de schoenen Zijner voeten te ontbinden.

  15. Handelingen 13:26ca. 45 n.Chr.

    Mannen broeders, kinderen van het geslacht Abrahams, en die onder u God vrezen, tot u is het woord dezer zaligheid gezonden.

  16. Handelingen 13:27ca. 45 n.Chr.

    Want die te Jeruzalem wonen, en hun oversten, Dezen niet kennende, hebben ook de stemmen der profeten, die op elken sabbat dag gelezen worden, Hem veroordelende, vervuld;

  17. Handelingen 13:28ca. 45 n.Chr.

    En geen oorzaak des doods vindende, hebben zij van Pilatus begeerd, dat Hij zou gedood worden.

  18. Handelingen 13:29ca. 45 n.Chr.

    En als zij alles volbracht hadden, wat van Hem geschreven was, namen zij Hem af van het hout, en legden Hem in het graf.

  19. Handelingen 13:30ca. 45 n.Chr.

    Maar God heeft Hem uit de doden opgewekt;

  20. Handelingen 13:31ca. 45 n.Chr.

    Welke gezien is geweest, vele dagen lang, van degenen, die met Hem opgekomen waren van Galilea tot Jeruzalem, die Zijn getuigen zijn bij het volk.

  21. Handelingen 13:32ca. 45 n.Chr.

    En wij verkondigen u de belofte, die tot de vaderen geschied is, dat namelijk God dezelve vervuld heeft aan ons, hun kinderen, als Hij Jezus verwekt heeft.

  22. Handelingen 13:33ca. 45 n.Chr.

    Gelijk ook in den tweeden psalm geschreven staat: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd.

  23. Handelingen 13:34ca. 45 n.Chr.

    En dat Hij Hem uit de doden heeft opgewekt, alzo dat Hij niet meer zal tot verderving keren, heeft Hij aldus gezegd: Ik zal ulieden de weldadigheden Davids geven, die getrouw zijn;

  24. Handelingen 13:35ca. 45 n.Chr.

    Waarom hij ook in een anderen psalm zegt: Gij zult Uw Heilige niet over geven, om verderving te zien.

  25. Handelingen 13:36ca. 45 n.Chr.

    Want David, als hij in zijn tijd den raad Gods gediend had, is ontslapen, en is bij zijn vaderen gelegd; en heeft wel verderving gezien;