Naar de inhoud

circa 930–586 BC

The Divided Kingdom

The kingdom splits into Israel and Judah; prophets warn of judgment as both nations slowly drift into idolatry and exile.

1,722 verzen · 3 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. 2 Kronieken 23:14ca. 878 v.Chr.

    Maar de priester Jojada bracht de oversten der honderden, die over het heir gesteld waren, uit, en zeide tot hen: Brengt ze uit tot buiten de ordeningen, en die haar volgt, zal met het zwaard gedood worden; want de priester had gezegd: Gij zult ze in het huis des HEEREN niet doden.

  2. 2 Kronieken 23:15ca. 878 v.Chr.

    En zij legden de handen aan haar, en zij ging naar den ingang van de Paardenpoort, naar het huis des konings; en zij doodden ze daar.

  3. 2 Kronieken 23:16ca. 878 v.Chr.

    En Jojada maakte een verbond tussen zich, en tussen al het volk, en tussen den koning, dat zij den HEERE tot een volk zouden zijn.

  4. 2 Kronieken 23:17ca. 878 v.Chr.

    Daarna ging al het volk in het huis van Baal, en braken dat af; en zijn altaren en zijn beelden verbraken zij, en Matthan, den priester van Baal, sloegen zij dood voor de altaren.

  5. 2 Kronieken 23:18ca. 878 v.Chr.

    Jojada nu bestelde de ambten in het huis des HEEREN, onder de hand der Levietische priesteren, die David in het huis des HEEREN afgedeeld had, om de brandofferen des HEEREN te offeren, gelijk in de wet van Mozes geschreven is, met blijdschap en met gezang, naar de instelling van David.

  6. 2 Kronieken 23:19ca. 878 v.Chr.

    En hij stelde de poortiers aan de poorten van het huis des HEEREN, opdat niemand, in enig ding onrein zijnde, inkwame.

  7. 2 Kronieken 23:20ca. 878 v.Chr.

    En hij nam de oversten der honderden, en de machtigen, en die heerschappij hadden onder het volk, en al het volk des lands, en bracht den koning van het huis des HEEREN af, en zij kwamen door het midden der hoge poort in het huis des konings; en zij zetten den koning op den troon des koninkrijks.

  8. 2 Kronieken 23:21ca. 878 v.Chr.

    En al het volk des lands was blijde, en de stad werd stil, nadat zij Athalia met het zwaard gedood hadden.

  9. 2 Kronieken 24:1ca. 878 v.Chr.

    Joas was zeven jaren oud, toen hij koning werd, en hij regeerde veertig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Zibja, van Ber-seba.

  10. 2 Kronieken 24:2ca. 878 v.Chr.

    En Joas deed dat recht was in de ogen des HEEREN, al de dagen van den priester Jojada.

  11. 2 Kronieken 24:3ca. 878 v.Chr.

    En Jojada nam voor hem twee vrouwen; en hij gewon zonen en dochteren.

  12. 2 Kronieken 24:4ca. 856 v.Chr.

    Het geschiedde nu na dezen, dat het in het hart van Joas was, het huis des HEEREN te vernieuwen.

  13. 2 Kronieken 24:5ca. 856 v.Chr.

    Zo vergaderde hij de priesteren en de Levieten, en zeide tot hen: Trekt uit tot de steden van Juda, en vergadert geld van het ganse Israel, om het huis uws Gods te beteren van jaar tot jaar; en gijlieden, haast tot deze zaak; maar de Levieten haastten niet.

  14. 2 Kronieken 24:6ca. 856 v.Chr.

    En de koning riep Jojada, het hoofd, en zeide tot hem: Waarom hebt gij geen onderzoek gedaan bij de Levieten, dat zij uit Juda en uit Jeruzalem inbrengen zouden de schatting van Mozes, den knecht des HEEREN, en van de gemeente van Israel, voor de tent der getuigenis?

  15. 2 Kronieken 24:7ca. 856 v.Chr.

    Want als Athalia goddelooslijk handelde, hadden haar zonen het huis Gods opengebroken, ja, zelfs alle geheiligde dingen van het huis des HEEREN besteed aan de Baals.

  16. 2 Kronieken 24:8ca. 856 v.Chr.

    En de koning gebood, en zij maakten een kist, en stelden die buiten aan de poort van het huis des HEEREN.

  17. 2 Kronieken 24:9ca. 856 v.Chr.

    En men deed uitroeping in Juda en in Jeruzalem, dat men den HEERE inbrengen zou de schatting van Mozes, den knecht Gods, over Israel in de woestijn.

  18. 2 Kronieken 24:10ca. 856 v.Chr.

    Toen verblijdden zich alle oversten en al het volk, en zij brachten in, en wierpen in de kist, totdat men voleind had.

  19. 2 Kronieken 24:11ca. 856 v.Chr.

    Het geschiedde nu ter tijd, als hij de kist, naar des konings bevel, door de hand der Levieten, inbracht, en als zij zagen, dat er veel gelds was, dat de schrijver des konings kwam, en de bestelde van de hoofdpriester, en de kist ledig maakten, en die opnamen, en die wederbrachten aan haar plaats; alzo deden zij van dag tot dag, en verzamelden geld in menigte;

  20. 2 Kronieken 24:12ca. 856 v.Chr.

    Hetwelk de koning en Jojada gaven aan dengenen, die het werk van den dienst van het huis des HEEREN verzorgden; en zij huurden houwers en timmerlieden, om het huis des HEEREN te vernieuwen, mitsgaders ook werkmeesters in ijzer en koper, om het huis des HEEREN te beteren.

  21. 2 Kronieken 24:13ca. 856 v.Chr.

    Zo deden de verzorgers van het werk, dat de betering des werks door hun hand toenam; en zij herstelden het huis Gods in zijn gestaltenis, en maakten het vast.

  22. 2 Kronieken 24:14ca. 856 v.Chr.

    Als zij nu voleind hadden, brachten zij voor den koning en Jojada het overige des gelds, waarvan hij vaten maakte voor het huis des HEEREN, vaten om te dienen en te offeren, en rookschalen, en gouden en zilveren vaten; en zij offerden geduriglijk brandofferen in het huis des HEEREN al de dagen van Jojada.

  23. 2 Kronieken 24:15ca. 842 v.Chr.

    En Jojada werd oud en zat van dagen, en stierf; hij was honderd en dertig jaren oud, toen hij stierf.

  24. 2 Kronieken 24:16ca. 842 v.Chr.

    En zij begroeven hem in de stad Davids, bij de koningen; want hij had goed gedaan in Israel, beide aan God en zijn huize.

  25. 2 Kronieken 24:17ca. 842 v.Chr.

    Maar na den dood van Jojada kwamen de vorsten van Juda, en bogen zich neder voor den koning; toen hoorde de koning naar hen.