circa AD 48–96
Letters to the Churches
Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.
Verzen uit dit tijdvak
- Kolossenzen 2:12ca. 64 n.Chr.
Zijnde met Hem begraven in den doop, in welken gij ook met Hem opgewekt zijt door het geloof der werking Gods, Die Hem uit de doden opgewekt heeft.
- Kolossenzen 2:13ca. 64 n.Chr.
En Hij heeft u, als gij dood waart in de misdaden, en in de voorhuid uws vleses, mede levend gemaakt met Hem, al uw misdaden u vergevende;
- Kolossenzen 2:14ca. 64 n.Chr.
Uitgewist hebbende het handschrift, dat tegen ons was, in inzettingen bestaande, hetwelk, zeg ik, enigerwijze ons tegen was, en heeft datzelve uit het midden weggenomen, hetzelve aan het kruis genageld hebbende;
- Kolossenzen 2:15ca. 64 n.Chr.
En de overheden en de machten uitgetogen hebbende, heeft Hij die in het openbaar tentoongesteld, en heeft door hetzelve over hen getriomfeerd.
- Kolossenzen 2:16ca. 64 n.Chr.
Dat u dan niemand oordele in spijs of in drank, of in het stuk des feest dags, of der nieuwe maan, of der sabbatten;
- Kolossenzen 2:17ca. 64 n.Chr.
Welke zijn een schaduw der toekomende dingen, maar het lichaam is van Christus.
- Kolossenzen 2:18ca. 64 n.Chr.
Dat dan niemand u overheerse naar zijn wil in nederigheid en dienst der engelen, intredende in hetgeen hij niet gezien heeft, tevergeefs opgeblazen zijnde door het verstand zijns vleses;
- Kolossenzen 2:19ca. 64 n.Chr.
En het Hoofd niet behoudende, uit hetwelk het gehele lichaam, door de samenvoegselen en samenbindingen voorzien en samengevoegd zijnde, opwast met goddelijken wasdom.
- Kolossenzen 2:20ca. 64 n.Chr.
Indien gij dan met Christus de eerste beginselen der wereld zijt afgestorven, wat wordt gij, gelijk of gij in de wereld leefdet, met inzettingen belast?
- Kolossenzen 2:21ca. 64 n.Chr.
Namelijk raak niet, en smaak niet, en roer niet aan.
- Kolossenzen 2:22ca. 64 n.Chr.
Welke dingen alle verderven door het gebruik, ingevoerd naar de geboden en leringen der mensen;
- Kolossenzen 2:23ca. 64 n.Chr.
Dewelke wel hebben een schijn rede van wijsheid in eigenwilligen gods dienst en nederigheid, en in het lichaam niet te sparen, doch zijn niet in enige waarde, maar tot verzadiging van het vlees.
- Kolossenzen 3:1ca. 64 n.Chr.
Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechter hand Gods.
- Kolossenzen 3:2ca. 64 n.Chr.
Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.
- Kolossenzen 3:3ca. 64 n.Chr.
Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.
- Kolossenzen 3:4ca. 64 n.Chr.
Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.
- Kolossenzen 3:5ca. 64 n.Chr.
Doodt dan uw leden, die op de aarde zijn, namelijk hoererij, onreinigheid, schandelijke beweging, kwade begeerlijkheid, en de gierigheid, welke is afgodendienst.
- Kolossenzen 3:6ca. 64 n.Chr.
Om welke de toorn Gods komt over de kinderen der ongehoorzaamheid;
- Kolossenzen 3:7ca. 64 n.Chr.
In dewelke ook gij eertijds hebt gewandeld, toen gij in dezelve leefdet.
- Kolossenzen 3:8ca. 64 n.Chr.
Maar nu legt ook gij dit alles af, namelijk gramschap, toornigheid, kwaadheid, lastering, vuil spreken uit uw mond.
- Kolossenzen 3:9ca. 64 n.Chr.
Liegt niet tegen elkander, dewijl gij uitgedaan hebt den ouden mens met zijn werken,
- Kolossenzen 3:10ca. 64 n.Chr.
En aangedaan hebt den nieuwen mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen, Die hem geschapen heeft;
- Kolossenzen 3:11ca. 64 n.Chr.
Waarin niet is Griek en Jood, besnijdenis en voorhuid, barbaar en Scyth, dienstknecht en vrije; maar Christus is alles en in allen.
- Kolossenzen 3:12ca. 64 n.Chr.
Zo doet dan aan, als uitverkorenen Gods, heiligen en beminden, de innerlijke bewegingen der barmhartigheid, goedertierenheid, ootmoedigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid;
- Kolossenzen 3:13ca. 64 n.Chr.
Verdragende elkander, en vergevende de een den anderen, zo iemand tegen iemand enige klacht heeft; gelijkerwijs als Christus u vergeven heeft, doet ook gij alzo.