- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
Psalmen44
Listen to this chapter
0:00
0:00
Gods vroegere verlossing herdacht
1
Een onderwijzing, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.
2
O God! wij hebben het met onze oren gehoord, onze vaders hebben het ons verteld: Gij hebt een werk gewrocht in hun dagen, in de dagen van ouds.
3
Gij hebt de heidenen met Uw hand uit de bezitting verdreven, maar henlieden geplant; Gij hebt de volken geplaagd, henlieden daarentegen doen voortschieten.
4
Want zij hebben het land niet geerfd door hun zwaard, en hun arm heeft hun geen heil gegeven; maar Uw rechterhand, en Uw arm, en het licht Uws aangezichts, omdat Gij een welbehagen in hen hadt.
5
Gij Zelf zijt mijn Koning, o God! gebied de verlossingen Jakobs.
6
Door U zullen wij onze wederpartijders met hoornen stoten; in Uw Naam zullen wij vertreden, die tegen ons opstaan.
7
Want ik vertrouw niet op mijn boog, en mijn zwaard zal mij niet verlossen.
8
Maar Gij verlost ons van onze wederpartijders, en Gij maakt onze haters beschaamd.
De huidige toestand van nederlaag en verwerping
9
In God roemen wij den gansen dag, en Uw Naam zullen wij loven in eeuwigheid. Sela.
10
Maar nu hebt Gij ons verstoten en te schande gemaakt, dewijl Gij met onze krijgsheiren niet uittrekt.
11
Gij doet ons achterwaarts keren van den wederpartijder; en onze haters beroven ons voor zich.
12
Gij geeft ons over als schapen ter spijze, en Gij verstrooit ons onder de heidenen.
13
Gij verkoopt Uw volk om geen waardij; en Gij verhoogt hun prijs niet.
14
Gij stelt ons onze naburen tot smaad, tot spot en schimp dengenen, die rondom ons zijn.
15
Gij stelt ons tot een spreekwoord onder de heidenen, tot een hoofdschudding onder de volken.
16
Mijn schande is den gansen dag voor mij, en de schaamte mijns aangezichts bedekt mij;
Beroep op trouw aan het verbond
17
Om de stem des honers en des lasteraars, vanwege den vijand en den wraakgierige.
18
Dit alles is ons overkomen, nochtans hebben wij U niet vergeten, noch valselijk gehandeld tegen Uw verbond.
19
Ons hart is niet achterwaarts gekeerd, noch onze gang geweken van Uw pad.
20
Hoewel Gij ons verpletterd hebt in een plaats der draken, en ons met een doodsschaduw bedekt hebt.
21
Zo wij den Naam onzes Gods hadden vergeten, en onze handen tot een vreemden God uitgebreid.
22
Zou God zulks niet onderzoeken? Want Hij weet de verborgenheden des harten.
Wanhopige smeekbede om Gods ingrijpen
23
Maar om Uwentwil worden wij den gansen dag gedood; wij worden geacht als slachtschapen.
24
Waak op, waarom zoudt Gij slapen, HEERE! Ontwaak, verstoot niet in eeuwigheid.
25
Waarom zoudt Gij Uw aangezicht verbergen, onze ellende en onze onderdrukking vergeten?
26
Want onze ziel is in het stof nedergebogen; onze buik kleeft aan de aarde. [ (Psalms 44:27) Sta op, ons ter hulp, en verlos ons om Uwer goedertierenheid wil. ]
Use ← → arrow keys to navigate
Settings
Reading Style
Typeface
Font Size px
Reading Width chars
Options
Study Note