Naar de inhoud

Bijbelverzen over Religious Zeal

726 verzen · 5 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Verwerp mij niet van Uw aangezicht, en neem Uw Heiligen Geest niet van mij.

  2. Gij hebt het land geschud, Gij hebt het gespleten; genees zijn breuken, want het wankelt.

  3. Laat hen door mij niet beschaamd worden, die U verwachten, o Heere, HEERE der heirscharen, laat hen door mij niet te schande worden, die U zoeken, o God Israels!

  4. Want om Uwentwil draag ik versmaadheid; schande heeft mijn aangezicht bedekt.

  5. Ik ben mijn broederen vreemd geworden, en onbekend aan mijner moeders kinderen.

  6. O God! Gij hebt mij geleerd van mijn jeugd aan, en tot nog toe verkondig ik Uw wonderen.

  7. Daarom ook, terwijl de ouderdom en grijsheid daar is, verlaat mij niet, o God, totdat ik dezen geslachte verkondige Uw arm, allen nakomelingen Uw macht.

  8. Hoe lang, o God! zal de wederpartijder smaden? Zal de vijand Uw Naam in eeuwigheid lasteren?

  9. Gedenk hieraan; de vijand heeft den HEERE gesmaad, en een dwaas volk heeft Uw Naam gelasterd.

  10. Geef aan het wild gedierte de ziel Uwer tortelduif niet over; vergeet den hoop Uwer ellendigen niet in eeuwigheid.

  11. Aanschouw het verbond; want de duistere plaatsen des lands zijn vol woningen van geweld.

  12. Laat den verdrukte niet beschaamd wederkeren; laat den ellendige en nooddruftige Uw Naam prijzen.

  13. Sta op, o God! twist Uw twistzaak; gedenk der smaadheid, die U van den dwaze wedervaart den gansen dag.

  14. Vergeet niet het geroep Uwer wederpartijders; het getier dergenen, die tegen U opstaan, klimt geduriglijk op.

  15. Wie zal voor mij staan tegen de boosdoeners? Wie zal zich voor mij stellen tegen de werkers der ongerechtigheid?

  16. Zingt den HEERE, looft Zijn Naam; boodschapt Zijn heil van dag tot dag.

  17. Vertelt onder de heidenen Zijn eer, onder alle volken Zijn wonderen.

  18. Zegt onder de heidenen: De HEERE regeert; ook zal de wereld bevestigd worden, zij zal niet bewogen worden; Hij zal de volken richten in alle rechtmatigheid.

  19. Allen morgen zal ik alle goddelozen des lands verdelgen, om uit de stad des HEEREN alle werkers der ongerechtigheid uit te roeien.

  20. Niet ons, o HEERE! niet ons, maar Uw Naam geef eer, om Uwer goedertierenheid, om Uwer waarheid wil.

  21. Waarom zouden de heidenen zeggen: Waar is nu hun God?

  22. Grote beroering heeft mij bevangen vanwege de goddelozen, die Uw wet verlaten.

  23. Het is tijd voor den HEERE, dat Hij werke, want zij hebben Uw wet verbroken.

  24. Waterbeken vlieten af uit mijn ogen, omdat zij Uw wet niet onderhouden.

  25. Mijn ijver heeft mij doen vergaan, omdat mijn wederpartijders Uw woorden vergeten hebben.