Naar de inhoud

Bijbelverzen over Psalms

896 verzen · 16 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Gij, die den koningen overwinning geeft, Die Zijn knecht David ontzet van het boze zwaard;

  2. Ontzet mij en red mij van de hand der vreemden, welker mond leugen spreekt, en hun rechterhand is een rechterhand der valsheid;

  3. Opdat onze zonen zijn als planten, welke groot geworden zijn in hun jeugd; onze dochter als hoekstenen, uitgehouwen naar de gelijkenis van een paleis.

  4. Dat onze winkelen vol zijnde, den enen voorraad na den anderen uitgeven; dat onze kudden bij duizenden werpen, ja, bij tienduizenden op onze hoeven vermenigvuldigen.

  5. Dat onze ossen wel geladen zijn; dat geen inbreuk, noch uitval, noch gekrijs zij op onze straten.

  6. Welgelukzalig is het volk, dien het alzo gaat; welgelukzalig is het volk, wiens God de HEERE is.

  7. Hallelujah! Looft den HEERE uit de hemelen; looft Hem in de hoogste plaatsen!

  8. Looft Hem, al Zijn engelen! Looft Hem, al Zijn heirscharen!

  9. Looft Hem, zon en maan! Looft Hem, alle gij lichtende sterren!

  10. Looft Hem, gij hemelen der hemelen! en gij wateren, die boven de hemelen zijt!

  11. Dat zij den Naam des HEEREN loven; want als Hij het beval, zo werden zij geschapen.

  12. En Hij heeft ze bevestigd voor altoos in eeuwigheid; Hij heeft hun een orde gegeven, die geen van hen zal overtreden.

  13. Looft den HEERE, van de aarde; gij walvissen en alle afgronden!

  14. Vuur en hagel, sneeuw en damp; gij stormwind, die Zijn woord doet!

  15. Gij bergen en alle heuvelen; vruchtbomen en alle cederbomen!

  16. Het wild gedierte en alle vee; kruipend gedierte en gevleugeld gevogelte!

  17. Gij koningen der aarde, en alle volken, gij vorsten, en alle rechters der aarde!

  18. Jongelingen en ook maagden; gij ouden met de jongen!

  19. Dat zij den Naam des HEEREN loven; want Zijn Naam alleen is hoog verheven; Zijn majesteit is over de aarde en den hemel.

  20. En Hij heeft den hoorn Zijns volks verhoogd, den roem al Zijner gunstgenoten, der kinderen Israels, des volks, dat nabij Hem is. Hallelujah!

  21. Hallelujah! Looft God in Zijn heiligdom; looft Hem in het uitspansel Zijner sterkte!

  22. Looft Hem vanwege Zijn mogendheden; looft Hem naar de menigvuldigheid Zijner grootheid!

  23. Looft Hem met geklank der bazuin; looft Hem met de luit en met de harp!

  24. Looft Hem met de trommel en fluit; looft Hem met snarenspel en orgel!

  25. Looft Hem met hel klinkende cimbalen; looft Hem met cimbalen van vreugdegeluid!