Naar de inhoud

Bijbelverzen over Paul

619 verzen · 103 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. En zag geen ander van de apostelen, dan Jakobus, den broeder des Heeren.

  2. Hetgeen nu ik u schrijf, ziet, ik getuig voor God, dat ik niet lieg!

  3. Daarna ben ik gekomen in de gewesten van Syrie en van Cilicie.

  4. En ik was van aangezicht onbekend aan de Gemeenten in Judea, die in Christus zijn.

  5. Maar zij hadden alleenlijk gehoord, dat men zeide: Degene, die ons eertijds vervolgde, verkondigt nu het geloof, hetwelk hij eertijds verwoestte.

  6. En zij verheerlijkten God in mij.

  7. En gij weet, dat ik u door zwakheid des vleses het Evangelie de eerste maal verkondigd heb;

  8. En mijn verzoeking, die in mijn vlees geschiedde, hebt gij niet veracht noch verfoeid; maar gij naamt mij aan als een engel Gods, ja, als Christus Jezus.

  9. Maar ik, broeders! Indien ik nog de besnijdenis predik, waarom word ik nog vervolgd? Zo is dan de ergernis des kruises vernietigd.

  10. Voorts, niemand doe mij moeite aan; want ik draag de littekenen van den Heere Jezus in mijn lichaam.

  11. Paulus, een apostel van Jezus Christus, door den wil van God, aan de heiligen, die te Efeze zijn, en gelovigen in Christus Jezus:

  12. Denzelfden strijd hebbende, hoedanigen gij in mij gezien hebt, en nu in mij hoort.

  13. Ja, indien ik ook tot een drankoffer geofferd worde over de offerande en bediening uws geloofs, zo verblijde ik mij, en verblijde mij met u allen.

  14. En om datzelfde verblijdt gij u ook, en verblijdt ook ulieden met mij.

  15. Besneden ten achtsten dage, uit het geslacht van Israel, van den stam van Benjamin, een Hebreer uit de Hebreen, naar de wet een Farizeer;

  16. Paulus, een apostel van Jezus Christus, door de wil van God, en Timotheus, de broeder,

  17. Die mij nu verblijd in mijn lijden voor u, en vervulle in mijn vlees de overblijfselen van de verdrukkingen van Christus, voor Zijn lichaam, hetwelk is de Gemeente;

  18. Maar, hoewel wij te voren geleden hadden, en ook ons smaadheid aangedaan was, gelijk gij weet, te Filippi, zo hebben wij nochtans vrijmoedigheid gebruikt in onzen God, om het Evangelie van God tot u te spreken in veel strijds.

  19. Want gij gedenkt, broeders, onzen arbeid en moeite; want nacht en dag werkende, opdat wij niemand onder u zouden lastig zijn, hebben wij het Evangelie van God onder u gepredikt.

  20. Want gij, broeders, zijt navolgers geworden der Gemeenten Gods, die in Judea zijn, in Christus Jezus; dewijl ook gij hetzelfde geleden hebt van uw eigen medeburgers, gelijk als zij van de Joden;

  21. Welke ook gedood hebben den Heere Jezus, en hun eigen profeten; en ons hebben vervolgd, en Gode niet behagen, en alle mensen tegen zijn;

  22. Want ook, toen wij bij u waren, voorzeiden wij u, dat wij zouden verdrukt worden, gelijk ook geschied is, en gij weet het.

  23. Paulus, en Silvanus, en Timotheus, aan de Gemeente der Thessalonicensen, welke is in God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus:

  24. Genade zij u, en vrede, van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.

  25. Wij moeten God te allen tijd danken over u, broeders, gelijk billijk is, omdat uw geloof zeer wast, en dat de liefde eens iegelijken van u allen jegens elkander overvloedig wordt;