Naar de inhoud

Bijbelverzen over Minister (1)

256 verzen · 2 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. En acht hen zeer veel in liefde, om huns werks wil. Zijt vreedzaam onder elkander.

  2. Dit gebod beveel ik u, mijn zoon Timotheus, dat gij naar de profetieen, die van u voorgegaan zijn, in dezelve den goeden strijd strijdt;

  3. Houdende het geloof, en een goed geweten, hetwelk sommigen verstoten hebbende, van het geloof schipbreuk geleden hebben;

  4. Onder welken is Hymeneus en Alexander, die ik den satan overgegeven heb, opdat zij zouden leren niet meer te lasteren.

  5. Ik vermaan dan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen, voor alle mensen;

  6. Voor koningen, en allen, die in hoogheid zijn; opdat wij een gerust en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid.

  7. Want dat is goed en aangenaam voor God, onzen Zaligmaker;

  8. Welke wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen.

  9. Want er is een God, er is ook een Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus;

  10. Die Zichzelven gegeven heeft tot een rantsoen voor allen, zijnde de getuigenis te zijner tijd;

  11. Waartoe ik gesteld ben een prediker en apostel (ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet), een leraar der heidenen, in geloof en waarheid.

  12. Ik wil dan, dat de mannen bidden in alle plaatsen, opheffende heilige handen, zonder toorn en twisting.

  13. Desgelijks ook, dat de vrouwen, in een eerbaar gewaad, met schaamte en matigheid zichzelven versieren, niet in vlechtingen des haars, of goud, of paarlen, of kostelijke kleding;

  14. Maar (hetwelk de vrouwen betaamt, die de godvruchtigheid belijden) door goede werken.

  15. Een vrouw late zich leren in stilheid, in alle onderdanigheid.

  16. Doch ik laat de vrouw niet toe, dat zij lere, noch over den man heerse, maar wil, dat zij in stilheid zij.

  17. Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva.

  18. En Adam is niet verleid geworden; maar de vrouw, verleid zijnde, is in overtreding geweest.

  19. Doch zij zal zalig worden in kinderen te baren, zo zij blijft in het geloof, en liefde, en heiligmaking, met matigheid.

  20. Dit is een getrouw woord: zo iemand tot eens opzieners ambt lust heeft, die begeert een treffelijk werk.

  21. Een opziener dan moet onberispelijk zijn, ener vrouwe man, wakker, matig, eerbaar, gaarne herbergende, bekwaam om te leren;

  22. Niet genegen tot den wijn, geen smijter, geen vuil-gewinzoeker; maar bescheiden, geen vechter, niet geldgierig.

  23. Die zijn eigen huis wel regeert, zijn kinderen in onderdanigheid houdende, met alle stemmigheid;

  24. (Want zo iemand zijn eigen huis niet weet te regeren, hoe zal hij voor de Gemeente Gods zorg dragen?)

  25. Geen nieuweling, opdat hij niet opgeblazen worde, en in het oordeel des duivels valle.