Naar de inhoud

Bijbelverzen over Company

66 verzen · 1 aspect

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Daarom heb Ik ook gezegd: Ik zal hen voor uw aangezicht niet uitdrijven; maar zij zullen u aan de zijden zijn, en hun goden zullen u tot een strik zijn.

  2. Maar de mannen Belials zullen altemaal zijn als doornen, die weggeworpen worden, omdat men ze met de hand niet kan vatten;

  3. Maar een iegelijk, die ze zal aantasten, voorziet zich met ijzer en het hout ener spies; en zij zullen ganselijk met vuur verbrand worden ter zelver plaats.

  4. Ik zit niet bij ijdele lieden, en met bedekte lieden ga ik niet om.

  5. Ik haat de vergadering der boosdoeners, en bij de goddelozen zit ik niet.

  6. Zij hebben die volken niet verdelgd, die de HEERE hun gezegd had;

  7. Maar zij vermengden zich met de heidenen, en leerden derzelver werken.

  8. O, wee mij, dat ik een vreemdeling ben in Mesech, dat ik in de tenten Kedars wone.

  9. Mijn ziel heeft lang gewoond bij degenen, die den vrede haten.

  10. Ik ben vreedzaam; maar als ik spreek, zijn zij aan den oorlog.

  11. Zou ik niet haten HEERE! die U haten? en verdriet hebben in degenen, die tegen U opstaan?

  12. Ik haat hen met volkomen haat, tot vijanden zijn zij mij.

  13. Mijn zoon! indien de zondaars u aanlokken, bewillig niet;

  14. Indien zij zeggen: Ga met ons, laat ons loeren op bloed, ons versteken tegen den onschuldige, zonder oorzaak;

  15. Gij zult uw lot midden onder ons werpen; wij zullen allen een buidel hebben.

  16. Mijn zoon! wandel niet met hen op den weg; weer uw voet van hun pad.

  17. Zo zal de bedachtzaamheid over u de wacht houden, de verstandigheid zal u behoeden;

  18. Om u te redden van den kwaden weg, van den man, die verkeerdheden spreekt;

  19. Kom niet op het pad der goddelozen, en treed niet op den weg der bozen.

  20. Verwerp dien, ga er niet door; wijk er van, en ga voorbij.

  21. Vergezelschap u niet met een grammoedige, en ga niet om met een zeer grimmig man;

  22. Opdat gij zijn paden niet leert, en een strik over uw ziel haalt.

  23. Want alzo heeft de HEERE tot mij gezegd, met een sterke hand, en Hij onderwees mij van niet te wandelen op den weg dezes volks, zeggende:

  24. Gijlieden zult niet zeggen: Een verbintenis, van alles, waar dit volk van zegt: Het is een verbintenis; en vreest gijlieden hun vreze niet, en verschrikt niet.

  25. Efraim, die verwart zich met de volken; Efraim is een koek, die niet is omgekeerd;