Naar de inhoud

circa 1446–1406 BC

The Wilderness Years

Forty years of wandering in the desert test Israel's faith and prepare a new generation to enter the promised land.

2,247 verzen · 2 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Deuteronomium 22:10ca. 1451 v.Chr.

    Gij zult niet ploegen met een os en met een ezel te gelijk.

  2. Deuteronomium 22:11ca. 1451 v.Chr.

    Gij zult geen kleed van gemengde stof aantrekken, wollen en linnen te gelijk.

  3. Deuteronomium 22:12ca. 1451 v.Chr.

    Snoeren zult gij u maken aan de vier hoeken uws opperkleeds, waarmede gij u bedekt.

  4. Deuteronomium 22:13ca. 1451 v.Chr.

    Wanneer een man een vrouw zal genomen hebben, en tot haar ingegaan zijnde, alsdan haar zal haten,

  5. Deuteronomium 22:14ca. 1451 v.Chr.

    En haar oorzaak van naspraak zal opleggen, en een kwaden naam over haar uitbrengen, en zeggen: Deze vrouw heb ik genomen, en ben tot haar genaderd, maar heb den maagdom aan haar niet gevonden;

  6. Deuteronomium 22:15ca. 1451 v.Chr.

    Dan zullen de vader van deze jonge dochter en haar moeder nemen, en tot de oudsten der stad aan de poort uitbrengen, den maagdom dezer jonge vrouw.

  7. Deuteronomium 22:16ca. 1451 v.Chr.

    En de vader van de jonge dochter zal tot de oudsten zeggen: Ik heb mijn dochter aan dezen man gegeven tot een vrouw; maar hij heeft haar gehaat;

  8. Deuteronomium 22:17ca. 1451 v.Chr.

    En ziet, hij heeft oorzaak van opspraak gegeven, zeggende: Ik heb den maagdom aan uw dochter niet gevonden; dit nu is de maagdom mijner dochter. En zij zullen het kleed voor het aangezicht van de oudsten der stad uitbreiden.

  9. Deuteronomium 22:18ca. 1451 v.Chr.

    Dan zullen de oudsten derzelver stad dien man nemen, en kastijden hem;

  10. Deuteronomium 22:19ca. 1451 v.Chr.

    En zij zullen hem een boete opleggen van honderd zilverlingen, en ze geven aan den vader van de jonge dochter, omdat hij een kwaden naam heeft uitgebracht over een jonge dochter van Israel; voorts zal zij hem ter vrouwe zijn, hij zal haar niet mogen laten gaan al zijn dagen.

  11. Deuteronomium 22:20ca. 1451 v.Chr.

    Maar indien ditzelve woord waarachtig is, dat de maagdom aan de jonge dochter niet gevonden is;

  12. Deuteronomium 22:21ca. 1451 v.Chr.

    Zo zullen zij deze jonge dochter uitbrengen tot de deur van haars vaders huis, en de lieden harer stad zullen haar met stenen stenigen, dat zij sterve, omdat zij een dwaasheid in Israel gedaan heeft, hoererende in haars vaders huis; zo zult gij het boze uit het midden van u wegdoen.

  13. Deuteronomium 22:22ca. 1451 v.Chr.

    Wanneer een man gevonden zal worden, liggende bij eens mans getrouwde vrouw, zo zullen zij ook beiden sterven, de man, die bij de vrouw gelegen heeft, en de vrouw; zo zult gij het boze uit Israel wegdoen.

  14. Deuteronomium 22:23ca. 1451 v.Chr.

    Wanneer er een jonge dochter zal zijn, die een maagd is, ondertrouwd aan een man, en een man haar in de stad zal gevonden, en bij haar gelegen hebben;

  15. Deuteronomium 22:24ca. 1451 v.Chr.

    Zo zult gij ze beiden uitbrengen tot de poort derzelver stad, en gij zult hen met stenen stenigen, dat zij sterven; de jonge dochter, ter oorzake, dat zij niet geroepen heeft in de stad, en den man, ter oorzake dat hij zijns naasten vrouw vernederd heeft; zo zult gij het boze uit het midden van u wegdoen.

  16. Deuteronomium 22:25ca. 1451 v.Chr.

    En indien een man een ondertrouwde jonge dochter in het veld gevonden, en de man haar verkracht en bij haar gelegen zal hebben, zo zal de man, die bij haar gelegen heeft, alleen sterven;

  17. Deuteronomium 22:26ca. 1451 v.Chr.

    Maar de jonge dochter zult gij niets doen; de jonge dochter heeft geen zonde des doods; want gelijk of een man tegen zijn naaste opstond, en sloeg hem dood aan het leven, alzo is deze zaak.

  18. Deuteronomium 22:27ca. 1451 v.Chr.

    Want hij heeft haar in het veld gevonden; de ondertrouwde jonge dochter riep, en er was niemand, die haar verloste.

  19. Deuteronomium 22:28ca. 1451 v.Chr.

    Wanneer een man een jonge dochter zal gevonden hebben, die een maagd is, dewelke niet ondertrouwd is, en haar zal gegrepen en bij haar gelegen hebben, en zij gevonden zullen zijn;

  20. Deuteronomium 22:29ca. 1451 v.Chr.

    Zo zal de man, die bij haar gelegen heeft, den vader van de jonge dochter vijftig zilverlingen geven, en zij zal hem ter vrouwe zijn, omdat hij haar vernederd heeft; hij zal ze niet mogen laten gaan al zijn dagen.

  21. Deuteronomium 22:30ca. 1451 v.Chr.

    Een man zal zijns vaders vrouw niet nemen, en hij zal zijns vaders slippe niet ontdekken.

  22. Deuteronomium 23:1ca. 1451 v.Chr.

    Die door plettering verwond of uitgesneden is aan de mannelijkheid, zal in de vergadering des HEEREN niet komen.

  23. Deuteronomium 23:2ca. 1451 v.Chr.

    Geen bastaard zal in de vergadering des HEEREN komen; zelfs zijn tiende geslacht zal in de vergadering des HEEREN niet komen.

  24. Deuteronomium 23:3ca. 1451 v.Chr.

    Geen Ammoniet, noch Moabiet zal in de vergadering des HEEREN komen; zelfs hun tiende geslacht zal in de vergadering des HEEREN niet komen tot in eeuwigheid.

  25. Deuteronomium 23:4ca. 1451 v.Chr.

    Ter oorzake dat zij ulieden op den weg niet tegengekomen zijn met brood en met water, als gij uit Egypte uittoogt; en omdat hij tegen u gehuurd heeft Bileam, den zoon van Beor, van Pethor uit Mesopotamie, om u te vloeken.