- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
circa 1010–970 BC
The Reign of David
David unites the tribes, conquers Jerusalem, and establishes Israel's golden age—even through deep personal failure.
Verzen uit dit tijdvak
- 1 Kronieken 24:25ca. 1015 v.Chr.
De broeder van Micha was Jissia; van de kinderen van Jissia was Zecharja.
- 1 Kronieken 24:26ca. 1015 v.Chr.
De kinderen van Merari waren Maheli en Musi. De kinderen van Jaazia waren Beno.
- 1 Kronieken 24:27ca. 1015 v.Chr.
De kinderen van Merari van Jaazia waren Beno, en Soham, en Zakkur, en Hibri.
- 1 Kronieken 24:28ca. 1015 v.Chr.
Van Maheli was Eleazar; en die had geen kinderen.
- 1 Kronieken 24:29ca. 1015 v.Chr.
Aangaande Kis: de kinderen van Kis waren Jerahmeel.
- 1 Kronieken 24:30ca. 1015 v.Chr.
En de kinderen van Musi waren Maheli, en Eder, en Jerimoth. Dezen zijn de kinderen der Levieten, naar hun vaderlijke huizen.
- 1 Kronieken 24:31ca. 1015 v.Chr.
En zij wierpen ook loten, nevens hun broederen, de zonen van Aaron, voor het aangezicht van den koning David, en Zadok, en Achimelech, en van de hoofden der vaderen onder de priesteren en onder de Levieten; het hoofd der vaderen tegen zijn kleinsten broeder.
- 1 Kronieken 25:1ca. 1015 v.Chr.
En David, mitsgaders de oversten des heirs, scheidde af tot den dienst, van de kinderen van Asaf, en van Heman, en van Jeduthun, die met harpen, met luiten en met cimbalen profeteren zouden; en die onder hen geteld werden, waren mannen, bekwaam tot het werk van hun dienst.
- 1 Kronieken 25:2ca. 1015 v.Chr.
Van de kinderen van Asaf waren Zakkur, en Jozef, en Nethanja, en Asarela, kinderen van Asaf; aan de hand van Asaf, die aan des konings handen profeteerde.
- 1 Kronieken 25:3ca. 1015 v.Chr.
Aangaande Jeduthun: de kinderen van Jeduthun waren Gedalja, en Zeri, en Jesaja, Hasabja en Mattithja, zes; aan de handen van hun vader Jeduthun, op harpen profeterende met den HEERE te danken en te loven.
- 1 Kronieken 25:4ca. 1015 v.Chr.
Aangaande Heman: de kinderen van Heman waren Bukkia, Mattanja, Uzziel, Sebuel, en Jerimoth, Hananja, Hanani, Eliatha, Giddalti, en Romamthi-Ezer, Josbekasa, Mallothi, Hothir, Mahazioth.
- 1 Kronieken 25:5ca. 1015 v.Chr.
Deze allen waren kinderen van Heman, den ziener des konings, in de woorden Gods, om den hoorn te verheffen; want God had Heman veertien zonen gegeven, en drie dochters.
- 1 Kronieken 25:6ca. 1015 v.Chr.
Dezen waren altemaal aan de handen huns vaders gesteld tot het gezang van het huis des HEEREN, op cimbalen, luiten, en harpen, tot den dienst van het huis Gods, aan de handen van den koning, van Asaf, Jeduthun, en van Heman.
- 1 Kronieken 25:7ca. 1015 v.Chr.
En hun getal met hun broederen, die geleerd waren in het gezang des HEEREN, allen meesters, was tweehonderd acht en tachtig.
- 1 Kronieken 25:8ca. 1015 v.Chr.
En zij wierpen de loten over de wacht, tegen elkander, zo de kleinen, als de groten, den meester met den leerling.
- 1 Kronieken 25:9ca. 1015 v.Chr.
Het eerste lot nu ging uit voor Asaf, namelijk voor Jozef. Het tweede voor Gedalja; hij en zijn broederen, en zijn zonen, waren twaalf.
- 1 Kronieken 25:10ca. 1015 v.Chr.
Het derde voor Zakkur; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
- 1 Kronieken 25:11ca. 1015 v.Chr.
Het vierde voor Jizri; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
- 1 Kronieken 25:12ca. 1015 v.Chr.
Het vijfde voor Nethanja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
- 1 Kronieken 25:13ca. 1015 v.Chr.
Het zesde voor Bukkia; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
- 1 Kronieken 25:14ca. 1015 v.Chr.
Het zevende voor Jesarela; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
- 1 Kronieken 25:15ca. 1015 v.Chr.
Het achtste voor Jesaja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
- 1 Kronieken 25:16ca. 1015 v.Chr.
Het negende voor Mattanja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
- 1 Kronieken 25:17ca. 1015 v.Chr.
Het tiende voor Simei; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
- 1 Kronieken 25:18ca. 1015 v.Chr.
Het elfde voor Azareel; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.