Naar de inhoud

circa 1010–970 BC

The Reign of David

David unites the tribes, conquers Jerusalem, and establishes Israel's golden age—even through deep personal failure.

1,230 verzen · 2 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. 1 Kronieken 25:19ca. 1015 v.Chr.

    Het twaalfde voor Hasabja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  2. 1 Kronieken 25:20ca. 1015 v.Chr.

    Het dertiende voor Subael; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  3. 1 Kronieken 25:21ca. 1015 v.Chr.

    Het veertiende voor Mattithja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  4. 1 Kronieken 25:22ca. 1015 v.Chr.

    Het vijftiende voor Jeremoth; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  5. 1 Kronieken 25:23ca. 1015 v.Chr.

    Het zestiende voor Hananja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  6. 1 Kronieken 25:24ca. 1015 v.Chr.

    Het zeventiende voor Josbekasa; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  7. 1 Kronieken 25:25ca. 1015 v.Chr.

    Het achttiende voor Hanani; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  8. 1 Kronieken 25:26ca. 1015 v.Chr.

    Het negentiende voor Mallothi; zijn zonen en zijn broederen; twaalf.

  9. 1 Kronieken 25:27ca. 1015 v.Chr.

    Het twintigste voor Eliatha; zijn zonen en zijn broederen; twaalf.

  10. 1 Kronieken 25:28ca. 1015 v.Chr.

    Het een en twintigste voor Hothir; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  11. 1 Kronieken 25:29ca. 1015 v.Chr.

    Het twee en twintigste voor Giddalti; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  12. 1 Kronieken 25:30ca. 1015 v.Chr.

    Het drie en twintigste voor Mahazioth; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  13. 1 Kronieken 25:31ca. 1015 v.Chr.

    Het vier en twintigste voor Romamthi-Ezer; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  14. 1 Kronieken 26:1ca. 1015 v.Chr.

    Aangaande de verdelingen der poortiers: van de Korahieten was Meselemja, de zoon van Kore, van de kinderen van Asaf.

  15. 1 Kronieken 26:2ca. 1015 v.Chr.

    Meselemja nu had kinderen; Zecharja was de eerstgeborene, Jediael de tweede, Zebadja de derde, Jathniel de vierde,

  16. 1 Kronieken 26:3ca. 1015 v.Chr.

    Elam de vijfde, Johanan de zesde, Eljoenai de zevende.

  17. 1 Kronieken 26:4ca. 1015 v.Chr.

    Obed-Edom had ook kinderen: Semaja was de eerstgeborene, Jozabad de tweede, Joah de derde, en Sachar de vierde, en Nethaneel de vijfde.

  18. 1 Kronieken 26:5ca. 1015 v.Chr.

    Ammiel de zesde, Issaschar de zevende, Peullethai de achtste; want God had hem gezegend.

  19. 1 Kronieken 26:6ca. 1015 v.Chr.

    Ook werden zijn zoon Semaja kinderen geboren, heersende over het huis huns vaders; want zij waren kloeke helden.

  20. 1 Kronieken 26:7ca. 1015 v.Chr.

    De kinderen van Semaja waren Othni, en Refael, en Obed, en Elzabad, zijn broeders, kloeke lieden; Elihu, en Semachja.

  21. 1 Kronieken 26:8ca. 1015 v.Chr.

    Deze allen waren uit de kinderen van Obed-Edom; zij, en hun kinderen, en hun broeders, kloeke mannen in kracht tot den dienst; daar waren er twee en zestig van Obed-Edom.

  22. 1 Kronieken 26:9ca. 1015 v.Chr.

    Meselemja nu had kinderen en broeders, kloeke lieden, achttien.

  23. 1 Kronieken 26:10ca. 1015 v.Chr.

    En Hosa, uit de kinderen van Merari, had zonen; Simri was het hoofd; (alhoewel hij de eerstgeborene niet was, nochtans stelde hem zijn vader tot een hoofd).

  24. 1 Kronieken 26:11ca. 1015 v.Chr.

    Hilkia was de tweede, Tebalja de derde, Zecharja de vierde; al de kinderen en broederen van Hosa waren dertien.

  25. 1 Kronieken 26:12ca. 1015 v.Chr.

    Uit dezen waren de verdelingen der poortiers onder de hoofden der mannen, tot de wachten tegen hun broederen, om te dienen in het huis des HEEREN.