Naar de inhoud

circa 1010–970 BC

The Reign of David

David unites the tribes, conquers Jerusalem, and establishes Israel's golden age—even through deep personal failure.

1,230 verzen · 2 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. 1 Kronieken 27:6ca. 1015 v.Chr.

    Deze Benaja was een held van de dertig, en over de dertig; en over zijn verdeling was Ammizabad, zijn zoon.

  2. 1 Kronieken 27:7ca. 1015 v.Chr.

    De vierde, in de vierde maand, was Asahel, de broeder van Joab, en na hem Zebadja, zijn zoon; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

  3. 1 Kronieken 27:8ca. 1015 v.Chr.

    De vijfde, in de vijfde maand, was Samhuth, de Jizrahiet, de overste; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

  4. 1 Kronieken 27:9ca. 1015 v.Chr.

    De zesde, in de zesde maand, was Ira, de zoon van Ikkes, de Thekoiet; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

  5. 1 Kronieken 27:10ca. 1015 v.Chr.

    De zevende, in de zevende maand, was Helez, de Peloniet, uit de kinderen van Efraim; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

  6. 1 Kronieken 27:11ca. 1015 v.Chr.

    De achtste, in de achtste maand, was Sibbechai, de Husathiet, van de Zerahieten; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

  7. 1 Kronieken 27:12ca. 1015 v.Chr.

    De negende, in de negende maand, was Abiezer, de Anathothiet; van de Benjaminieten; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

  8. 1 Kronieken 27:13ca. 1015 v.Chr.

    De tiende, in de tiende maand, was Maharai, de Nethofathiet, van de Zerahieten; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

  9. 1 Kronieken 27:14ca. 1015 v.Chr.

    De elfde, in de elfde maand, was Benaja, de Pirhathoniet, van de kinderen van Efraim; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

  10. 1 Kronieken 27:15ca. 1015 v.Chr.

    De twaalfde, in de twaalfde maand, was Heldai, de Nethofathiet, van Othniel; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

  11. 1 Kronieken 27:16ca. 1015 v.Chr.

    Doch over de stammen van Israel waren dezen: over de Rubenieten was Eliezer, de zoon van Zichri, voorganger; over de Simeonieten was Sefatja, de zoon van Maacha;

  12. 1 Kronieken 27:17ca. 1015 v.Chr.

    Over de Levieten was Hasabja, de zoon van Kemuel; over de Aaronieten was Zadok;

  13. 1 Kronieken 27:18ca. 1015 v.Chr.

    Over Juda was Elihu, uit de broederen van David; over Issaschar was Omri, de zoon van Michael;

  14. 1 Kronieken 27:19ca. 1015 v.Chr.

    Over Zebulon was Jismaja, de zoon van Obadja; over Nafthali was Jerimoth, de zoon van Azriel;

  15. 1 Kronieken 27:20ca. 1015 v.Chr.

    Over de kinderen van Efraim was Hosea, de zoon van Azarja; over den halven stam van Manasse was Joel, de zoon van Pedaja;

  16. 1 Kronieken 27:21ca. 1015 v.Chr.

    Over half Manasse, in Gilead, was Jiddo, de zoon van Zecharja; over Benjamin was Jaasiel, de zoon van Abner;

  17. 1 Kronieken 27:22ca. 1015 v.Chr.

    Over Dan was Azarel, de zoon van Jeroham. Dezen waren de oversten der stammen van Israel.

  18. 1 Kronieken 27:23ca. 1015 v.Chr.

    Maar David nam het getal van die niet op, die twintig jaren oud en daar beneden waren; omdat de HEERE gezegd had, dat Hij Israel vermenigvuldigen zou als de sterren des hemels.

  19. 1 Kronieken 27:24ca. 1015 v.Chr.

    Joab, de zoon van Zeruja, had begonnen te tellen, maar hij voleindde het niet, omdat er deshalve een grote toorn over Israel gekomen was; daarom is het getal niet opgebracht in de rekening der kronieken van den koning David.

  20. 1 Kronieken 27:25ca. 1015 v.Chr.

    En over de schatten des konings was Azmaveth, de zoon van Adiel; en over de schatten op het land, in de steden, en in de dorpen, en in de torens, was Jonathan, de zoon van Uzzia.

  21. 1 Kronieken 27:26ca. 1015 v.Chr.

    En over die, die het akkerwerk deden, in de landbouwing, was Esri, de zoon van Chelub.

  22. 1 Kronieken 27:27ca. 1015 v.Chr.

    En over de wijngaarden was Simei, de Ramathiet; maar over hetgeen dat van de wijnstokken kwam tot de schatten des wijns, was Zabdi, de Sifmiet.

  23. 1 Kronieken 27:28ca. 1015 v.Chr.

    En over de olijfgaarden en de wilde vijgebomen, die in de laagte waren, was Baal-Hanan, de Gederiet; maar Joas was over de schatten der olie.

  24. 1 Kronieken 27:29ca. 1015 v.Chr.

    En over de runderen, die in Saron weidden, was Sitrai, de Saroniet; maar over de runderen in de laagten, was Safat, de zoon van Adlai.

  25. 1 Kronieken 27:30ca. 1015 v.Chr.

    En over de kemelen was Obil, de Ismaeliet; en over de ezelinnen was Jechdeja, de Meronothiet.