Naar de inhoud

circa AD 48–96

Letters to the Churches

Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.

2,767 verzen · 21 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. 1 Timotheüs 1:10ca. 65 n.Chr.

    Den hoereerders, dien, die bij mannen liggen, den mensendieven, den leugenaars, den meinedigen, en zo er iets anders tegen de gezonde leer is;

  2. 1 Timotheüs 1:11ca. 65 n.Chr.

    Naar het Evangelie der heerlijkheid des zaligen Gods, dat mij toebetrouwd is.

  3. 1 Timotheüs 1:12ca. 65 n.Chr.

    En ik dank Hem, Die mij bekrachtigd heeft, namelijk Christus Jezus, onzen Heere, dat Hij mij getrouw geacht heeft, mij in de bediening gesteld hebbende;

  4. 1 Timotheüs 1:13ca. 65 n.Chr.

    Die te voren een gods lasteraar was, en een vervolger, en een verdrukker; maar mij is barmhartigheid geschied, dewijl ik het ontwetende gedaan heb in mijn ongelovigheid.

  5. 1 Timotheüs 1:14ca. 65 n.Chr.

    Doch de genade onzes Heeren is zeer overvloedig geweest, met geloof en liefde, die er is in Christus Jezus.

  6. 1 Timotheüs 1:15ca. 65 n.Chr.

    Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben.

  7. 1 Timotheüs 1:16ca. 65 n.Chr.

    Maar daarom is mij barmhartigheid geschied, opdat Jezus Christus in mij, die de voornaamste ben, al Zijn lankmoedigheid zou betonen, tot een voorbeeld dergenen, die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven.

  8. 1 Timotheüs 1:17ca. 65 n.Chr.

    Den Koning nu der eeuwen, den onverderfelijken, den onzienlijken, den alleen wijzen God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.

  9. 1 Timotheüs 1:18ca. 65 n.Chr.

    Dit gebod beveel ik u, mijn zoon Timotheus, dat gij naar de profetieen, die van u voorgegaan zijn, in dezelve den goeden strijd strijdt;

  10. 1 Timotheüs 1:19ca. 65 n.Chr.

    Houdende het geloof, en een goed geweten, hetwelk sommigen verstoten hebbende, van het geloof schipbreuk geleden hebben;

  11. 1 Timotheüs 1:20ca. 65 n.Chr.

    Onder welken is Hymeneus en Alexander, die ik den satan overgegeven heb, opdat zij zouden leren niet meer te lasteren.

  12. 1 Timotheüs 2:1ca. 65 n.Chr.

    Ik vermaan dan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen, voor alle mensen;

  13. 1 Timotheüs 2:2ca. 65 n.Chr.

    Voor koningen, en allen, die in hoogheid zijn; opdat wij een gerust en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid.

  14. 1 Timotheüs 2:3ca. 65 n.Chr.

    Want dat is goed en aangenaam voor God, onzen Zaligmaker;

  15. 1 Timotheüs 2:4ca. 65 n.Chr.

    Welke wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen.

  16. 1 Timotheüs 2:5ca. 65 n.Chr.

    Want er is een God, er is ook een Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus;

  17. 1 Timotheüs 2:6ca. 65 n.Chr.

    Die Zichzelven gegeven heeft tot een rantsoen voor allen, zijnde de getuigenis te zijner tijd;

  18. 1 Timotheüs 2:7ca. 65 n.Chr.

    Waartoe ik gesteld ben een prediker en apostel (ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet), een leraar der heidenen, in geloof en waarheid.

  19. 1 Timotheüs 2:8ca. 65 n.Chr.

    Ik wil dan, dat de mannen bidden in alle plaatsen, opheffende heilige handen, zonder toorn en twisting.

  20. 1 Timotheüs 2:9ca. 65 n.Chr.

    Desgelijks ook, dat de vrouwen, in een eerbaar gewaad, met schaamte en matigheid zichzelven versieren, niet in vlechtingen des haars, of goud, of paarlen, of kostelijke kleding;

  21. 1 Timotheüs 2:10ca. 65 n.Chr.

    Maar (hetwelk de vrouwen betaamt, die de godvruchtigheid belijden) door goede werken.

  22. 1 Timotheüs 2:11ca. 65 n.Chr.

    Een vrouw late zich leren in stilheid, in alle onderdanigheid.

  23. 1 Timotheüs 2:12ca. 65 n.Chr.

    Doch ik laat de vrouw niet toe, dat zij lere, noch over den man heerse, maar wil, dat zij in stilheid zij.

  24. 1 Timotheüs 2:13ca. 65 n.Chr.

    Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva.

  25. 1 Timotheüs 2:14ca. 65 n.Chr.

    En Adam is niet verleid geworden; maar de vrouw, verleid zijnde, is in overtreding geweest.