- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
circa AD 48–96
Letters to the Churches
Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.
Verzen uit dit tijdvak
- Romeinen 14:1ca. 60 n.Chr.
Dengene nu, die zwak is in het geloof, neemt aan, maar niet tot twistige samensprekingen.
- Romeinen 14:2ca. 60 n.Chr.
De een gelooft wel, dat men alles eten mag, maar die zwak is, eet moeskruiden.
- Romeinen 14:3ca. 60 n.Chr.
Die daar eet, verachte hem niet, die niet eet; en die niet eet, oordele hem niet, die daar eet; want God heeft hem aangenomen.
- Romeinen 14:4ca. 60 n.Chr.
Wie zijt gij, die eens anderen huisknecht oordeelt? Hij staat, of hij valt zijn eigen heer; doch hij zal vastgesteld worden, want God is machtig hem vast te stellen.
- Romeinen 14:5ca. 60 n.Chr.
De een acht wel den enen dag boven den anderen dag; maar de ander acht al de dagen gelijk. Een iegelijk zij in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd.
- Romeinen 14:6ca. 60 n.Chr.
Die den dag waarneemt, die neemt hem waar den Heere; en die den dag niet waarneemt, die neemt hem niet waar den Heere. Die daar eet, die eet zulks den Heere, want hij dankt God; en die niet eet, die eet zulks den Heere niet, en hij dankt God.
- Romeinen 14:7ca. 60 n.Chr.
Want niemand van ons leeft zichzelven, en niemand sterft zichzelven.
- Romeinen 14:8ca. 60 n.Chr.
Want hetzij dat wij leven, wij leven den Heere; hetzij dat wij sterven, wij sterven den Heere. Hetzij dan dat wij leven, hetzij dat wij sterven, wij zijn des Heeren.
- Romeinen 14:9ca. 60 n.Chr.
Want daartoe is Christus ook gestorven, en opgestaan, en weder levend geworden, opdat Hij beiden over doden en levenden heersen zou.
- Romeinen 14:10ca. 60 n.Chr.
Maar gij, wat oordeelt gij uw broeder? Of ook gij, wat veracht gij uw broeder? Want wij zullen allen voor den rechterstoel van Christus gesteld worden.
- Romeinen 14:11ca. 60 n.Chr.
Want er is geschreven: Ik leef, zegt de Heere; voor Mij zal alle knie zich buigen, en alle tong zal God belijden.
- Romeinen 14:12ca. 60 n.Chr.
Zo dan een iegelijk van ons zal voor zichzelven Gode rekenschap geven.
- Romeinen 14:13ca. 60 n.Chr.
Laat ons dan elkander niet meer oordelen; maar oordeelt dit liever, namelijk, dat gij den broeder geen aanstoot of ergernis geeft.
- Romeinen 14:14ca. 60 n.Chr.
Ik weet en ben verzekerd in den Heere Jezus, dat geen ding onrein is in zichzelven; dan die acht iets onrein te zijn, die is het onrein.
- Romeinen 14:15ca. 60 n.Chr.
Maar indien uw broeder om der spijze wil bedroefd wordt, zo wandelt gij niet meer naar liefde. Verderf dien niet met uw spijze, voor welken Christus gestorven is.
- Romeinen 14:16ca. 60 n.Chr.
Dat dan uw goed niet gelasterd worde.
- Romeinen 14:17ca. 60 n.Chr.
Want het Koninkrijk Gods is niet spijs en drank, maar rechtvaardigheid, en vrede, en blijdschap, door den Heiligen Geest.
- Romeinen 14:18ca. 60 n.Chr.
Want die Christus in deze dingen dient, is Gode welbehagelijk, en aangenaam den mensen.
- Romeinen 14:19ca. 60 n.Chr.
Zo dan laat ons najagen, hetgeen tot den vrede, en hetgeen tot de stichting onder elkander dient.
- Romeinen 14:20ca. 60 n.Chr.
Verbreek het werk van God niet om der spijze wil. Alle dingen zijn wel rein; maar het is kwaad den mens, die met aanstoot eet.
- Romeinen 14:21ca. 60 n.Chr.
Het is goed geen vlees te eten, noch wijn te drinken, noch iets, waaraan uw broeder zich stoot, of geergerd wordt, of waarin hij zwak is.
- Romeinen 14:22ca. 60 n.Chr.
Hebt gij geloof? hebt dat bij uzelven voor God. Zalig is hij, die zichzelven niet oordeelt in hetgeen hij voor goed houdt.
- Romeinen 14:23ca. 60 n.Chr.
Maar die twijfelt, indien hij eet, is veroordeeld, omdat hij niet uit het geloof eet. En al wat uit het geloof niet is, dat is zonde.
- Romeinen 15:1ca. 60 n.Chr.
Maar wij, die sterk zijn, zijn schuldig de zwakheden der onsterken te dragen, en niet onszelven te behagen.
- Romeinen 15:2ca. 60 n.Chr.
Dat dan een iegelijk van ons zijn naaste behage ten goede, tot stichting.