Naar de inhoud

circa 1900–1700 BC

Jacob, Joseph & Egypt

Jacob wrestles with God and becomes Israel; Joseph is sold into slavery yet rises to save the world from famine.

840 verzen · 1 boek behandeld

Verzen uit dit tijdvak

  1. Genesis 41:48ca. 1715 v.Chr.

    En hij vergaderde alle spijze der zeven jaren, die in Egypteland was, en deed de spijze in de steden; de spijze van het veld van elke stad, hetwelk rondom haar was, deed hij daarbinnen.

  2. Genesis 41:49ca. 1715 v.Chr.

    Alzo bracht Jozef zeer veel koren bijeen, als het zand der zee, totdat men ophield te tellen: want daarvan was geen getal.

  3. Genesis 41:50ca. 1715 v.Chr.

    En Jozef werden twee zonen geboren, eer er een jaar des hongers aankwam, die Asnath, de dochter van Potifera, overste van On, hem baarde.

  4. Genesis 41:51ca. 1715 v.Chr.

    En Jozef noemde den naam des eerstgeborenen Manasse; want, zeide hij, God heeft mij doen vergeten al mijn moeite, en het ganse huis mijns vaders.

  5. Genesis 41:52ca. 1711 v.Chr.

    En den naam des tweeden noemde hij Efraim; want, zeide hij, God heeft mij doen wassen in het land mijner verdrukking.

  6. Genesis 41:53ca. 1708 v.Chr.

    Toen eindigden de zeven jaren des overvloeds, die in Egypte geweest was.

  7. Genesis 41:54ca. 1708 v.Chr.

    En de zeven jaren des hongers begonnen aan te komen, gelijk als Jozef gezegd had. En er was honger in al de landen; maar in gans Egypteland was brood.

  8. Genesis 41:55ca. 1708 v.Chr.

    Als nu gans Egypteland hongerde, riep het volk tot Farao om brood; en Farao zeide tot alle Egyptenaren: Gaat tot Jozef, doet wat hij u zegt.

  9. Genesis 41:56ca. 1708 v.Chr.

    Als dan honger over het ganse land was, zo opende Jozef alles, waarin iets was, en verkocht aan de Egyptenaren; want de honger was sterk in Egypteland.

  10. Genesis 41:57ca. 1708 v.Chr.

    En alle landen kwamen in Egypte tot Jozef, om te kopen; want de honger was sterk in alle landen.

  11. Genesis 42:1ca. 1707 v.Chr.

    Toen Jakob zag, dat er koren in Egypte was, zo zeide Jakob tot zijn zonen: Waarom ziet gij op elkander?

  12. Genesis 42:2ca. 1707 v.Chr.

    Voorts zeide hij: Ziet, ik heb gehoord, dat er koren in Egypte is; trekt daarhenen af, en koopt ons koren van daar, opdat wij leven en niet sterven.

  13. Genesis 42:3ca. 1707 v.Chr.

    Toen togen Jozefs tien broederen af, om koren uit Egypte te kopen.

  14. Genesis 42:4ca. 1707 v.Chr.

    Doch Benjamin, Jozefs broeder, zond Jakob niet met zijn broederen; want hij zeide: Opdat hem niet misschien het verderf ontmoete!

  15. Genesis 42:5ca. 1707 v.Chr.

    Alzo kwamen Israels zonen om te kopen onder degenen, die daar kwamen; want de honger was in het land Kanaan.

  16. Genesis 42:6ca. 1707 v.Chr.

    Jozef nu was regent over dat land; hij verkocht aan al het volk des lands; en Jozefs broederen kwamen, en bogen zich voor hem, met de aangezichten ter aarde.

  17. Genesis 42:7ca. 1707 v.Chr.

    Als Jozef zijn broederen zag, zo kende hij hen; maar hij hield zich vreemd jegens hen, en sprak hard met hen, en zeide tot hen: Van waar komt gij? En zij zeiden: Uit het land Kanaan; om spijze te kopen.

  18. Genesis 42:8ca. 1707 v.Chr.

    Jozef dan kende zijn broederen; maar zij kenden hem niet.

  19. Genesis 42:9ca. 1707 v.Chr.

    Toen gedacht Jozef aan de dromen, die hij van hen gedroomd had; en hij zeide tot hen: Gij zijt verspieders, gij zijt gekomen om te bezichtigen, waar het land bloot is.

  20. Genesis 42:10ca. 1707 v.Chr.

    En zij zeiden tot hem: Neen, mijn heer! maar uw knechten zijn gekomen, om spijze te kopen.

  21. Genesis 42:11ca. 1707 v.Chr.

    Wij allen zijn eens mans zonen; wij zijn vroom; uw knechten zijn geen verspieders.

  22. Genesis 42:12ca. 1707 v.Chr.

    En hij zeide tot hen: Neen, maar gij zijt gekomen, om te bezichtigen, waar het land bloot is.

  23. Genesis 42:13ca. 1707 v.Chr.

    En zij zeiden: Wij, uw knechten, waren twaalf gebroeders, eens mans zonen, in het land Kanaan; en zie, de kleinste is heden bij onzen vader; doch de een is niet meer.

  24. Genesis 42:14ca. 1707 v.Chr.

    Toen zeide Jozef tot hen: Dat is het, wat ik tot u gesproken heb, zeggende: Gij zijt verspieders!

  25. Genesis 42:15ca. 1707 v.Chr.

    Hierin zult gij beproefd worden: zo waarlijk als Farao leeft! indien gij van hier zult uitgaan, tenzij dan, wanneer uw kleinste broeder herwaarts zal gekomen zijn!