- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
Psalmen83
Listen to this chapter
0:00
0:00
De psalmist roept om Gods tussenkomst
1
Een lied, een psalm van Asaf.
2
O God! zwijg niet, houd U niet als doof, en zijt niet stil, o God!
De samenzwering tegen Gods volk
3
Want zie, Uw vijanden maken getier, en Uw haters steken het hoofd op.
4
Zij maken listiglijk een heimelijken aanslag tegen Uw volk, en beraadslagen zich tegen Uw verborgenen.
5
Zij hebben gezegd: Komt, en laat ons hen uitroeien, dat zij geen volk meer zijn; dat aan den naam Israels niet meer gedacht worde.
De alliantie van vijandige volken
6
Want zij hebben in het hart te zamen geraadslaagd; tegen U hebben zij een verbond gemaakt;
7
De tenten van Edom en der Ismaelieten, Moab en de Hagarenen;
8
Gebal, en Ammon, en Amalek, Palestina met de inwoners van Tyrus.
Gebed om oordeel op grond van vroegere daden
9
Ook heeft zich Assur bij hen gevoegd; zij zijn den kinderen van Lot tot een arm geweest. Sela.
10
Doe hun als Midian, als Sisera, als Jabin aan de beek Kison;
11
Die verdelgd zijn te Endor; zij zijn geworden tot drek der aarde.
12
Maak hen en hun prinsen als Oreb en als Zeeb, en al hun vorsten als Zebah en als Zalmuna;
Het uiteindelijke doel: Gods heerschappij geopenbaard
13
Die zeiden: Laat ons de schone woningen Gods voor ons in erfelijke bezitting nemen.
14
Mijn God! maak hen als een wervel, als stoppelen voor den wind.
15
Gelijk het vuur een woud verbrandt, en gelijk de vlam de bergen aansteekt;
16
Vervolg hen alzo met Uw onweder, en verschrik hen met Uw draaiwind.
17
Maak hun aangezicht vol schande, opdat zij, o HEERE! Uw Naam zoeken.
18
Laat hen beschaamd en verschrikt wezen tot in eeuwigheid, en laat hen schaamrood worden, en omkomen; [ (Psalms 83:19) Opdat zij weten, dat Gij alleen met Uw Naam zijt de HEERE, de Allerhoogste over de ganse aarde. ]
Use ← → arrow keys to navigate
Settings
Reading Style
Typeface
Font Size px
Reading Width chars
Options
Study Note