2 Samuel 23:24-39
24
Asahel, Joabs broeder, was onder de dertig; Elhanan, de zoon van Dodo, van Bethlehem;
25
Samma, de Harodiet; Elika, de Harodiet;
26
Helez, de Paltiet; Ira, de zoon van Ikes, de Thekoiet;
27
Abi-ezer, de Anetothiet; Mebunnai, de Husathiet;
28
Zalmon, de Ahohiet; Maharai, de Netofathiet;
29
Heleb, de zoon van Baena, de Netofathiet; Ithai, de zoon van Ribai, van Gibea der kinderen Benjamins;
30
Benaja, de Pirhathoniet; Hiddai, van de beken van Gaas;
31
Abi-Albon, de Arbathiet; Azmaveth, de Barhumiet;
32
Eljachba, de Saalboniet; van de zonen van Jazen, Jonathan;
33
Samma, de Harariet; Ahiam, de zoon van Sarar, de Harariet;
34
Elifelet, de zoon van Ahasbai, de zoon van een Maachathiet; Eliam, de zoon van Achitofel, de Giloniet;
35
Hezrai, de Karmeliet; Paerai, de Arbiet;
36
Jig-al, de zoon van Nathan, van Zoba; Bani, de Gadiet;
37
Zelek, de Ammoniet; Naharai, de Beerothiet, de wapendrager van Joab, den zoon van Zeruja;
38
Ira, de Jethriet; Gareb, de Jethriet;
39
Uria, de Hethiet, zeven en dertig in alles.
Settings