Naar de inhoud

Bijbelverzen over The Punishment of the Wicked

157 verzen · 57 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Zij doorzoeken allerlei schalkheid; ten uiterste doorzoeken zij, wat te doorzoeken is; zelfs het binnenste eens mans, en het diepe hart.

  2. Want ik was nijdig op de dwazen, ziende der goddelozen vrede.

  3. Want er zijn geen banden tot hun dood toe, en hun kracht is fris.

  4. Zij zijn niet in de moeite als andere mensen, en worden met andere mensen niet geplaagd.

  5. Daarom omringt hen de hovaardij als een keten; het geweld bedekt hen als een gewaad.

  6. Hun ogen puilen uit van vet; zij gaan de inbeeldingen des harten te boven.

  7. Zij mergelen de lieden uit, en spreken boselijk van verdrukking; zij spreken uit de hoogte.

  8. Zij zetten hun mond tegen den hemel, en hun tong wandelt op de aarde.

  9. Daarom keert zich Zijn volk hiertoe, als hun wateren eens vollen bekers worden uitgedrukt,

  10. Dat zij zeggen: Hoe zou het God weten, en zou er wetenschap zijn bij den Allerhoogste?

  11. Ziet, dezen zijn goddeloos; nochtans hebben zij rust in de wereld; zij vermenigvuldigen het vermogen.

  12. Immers heb ik tevergeefs mijn hart gezuiverd, en mijn handen in onschuld gewassen.

  13. Dewijl ik den gansen dag geplaagd ben, en mijn straffing is er alle morgens.

  14. Indien ik zou zeggen: Ik zal ook alzo spreken; ziet, zo zou ik trouweloos zijn aan het geslacht Uwer kinderen.

  15. Nochtans heb ik gedacht om dit te mogen verstaan; maar het was moeite in mijn ogen;

  16. Totdat ik in Gods heiligdommen inging, en op hun einde merkte.

  17. Immers zet Gij hen op gladde plaatsen; Gij doet hen vallen in verwoestingen.

  18. Hoe worden zij als in een ogenblik tot verwoesting, nemen een einde, worden te niet van verschrikkingen!

  19. Hij woog een pad voor Zijn toorn; Hij onttrok hun ziel niet van den dood; en hun gedierte gaf Hij aan de pestilentie over.

  20. Alleenlijk zult gij het met uw ogen aanschouwen; en gij zult de vergelding der goddelozen zien.

  21. Een onvernuftig man weet er niet van, en een dwaas verstaat ditzelve niet;

  22. En Hij zal hun ongerechtigheid op hen doen wederkeren, en Hij zal hen in hun boosheid verdelgen; de HEERE, onze God, zal hen verdelgen.

  23. Het vruchtbaar land tot zouten grond, om de boosheid dergenen, die daarin wonen.

  24. Hand aan hand zal de boze niet onschuldig zijn; maar het zaad der rechtvaardigen zal ontkomen.

  25. Ziet, den rechtvaardige wordt vergolden op de aarde, hoeveel te meer den goddeloze en zondaar!