Naar de inhoud

Bijbelverzen over Nation

183 verzen · 11 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. De bergen zullen den volke vrede dragen, ook de heuvelen, met gerechtigheid.

  2. In zijn dagen zal de rechtvaardige bloeien, en de veelheid van vrede, totdat de maan niet meer zij.

  3. Een psalm, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.

  4. Gij zijt Uw lande gunstig geweest, HEERE! de gevangenis van Jakob hebt Gij gewend.

  5. De misdaad Uws volks hebt Gij weggenomen; Gij hebt al hun zonden bedekt. Sela.

  6. Gij hebt weggenomen al Uw verbolgenheid; Gij hebt U gewend van de hittigheid Uws toorns.

  7. Breng ons weder, o God onzes heils! en doe te niet Uw toornigheid over ons.

  8. Zult Gij eeuwiglijk tegen ons toornen? Zult Gij Uw toorn uitstrekken van geslacht tot geslacht?

  9. Zult Gij ons niet weder levend maken, opdat Uw volk zich in U verblijde?

  10. Gerechtigheid en gericht zijn de vastigheid Uws troons; goedertierenheid en waarheid gaan voor Uw aanschijn henen.

  11. Welgelukzalig is het volk, hetwelk het geklank kent; o HEERE! zij zullen in het licht Uws aanschijns wandelen.

  12. Zij zullen zich den gansen dag verheugen in Uw Naam, en door Uw gerechtigheid verhoogd worden.

  13. Want Gij zijt de heerlijkheid hunner sterkte; en door Uw welbehagen zal onze hoorn verhoogd worden.

  14. En gij zult uw kindskinderen zien. Vrede over Israel!

  15. Want Hij maakt de grendelen uwer poorten sterk; Hij zegent uw kinderen binnen in u.

  16. Die uw landpalen in vrede stelt; Hij verzadigt u met het vette der tarwe.

  17. Gerechtigheid verhoogt een volk, maar de zonde is een schandvlek der natien.

  18. Een tijd om lief te hebben, en een tijd om te haten; een tijd van oorlog, en een tijd van vrede.

  19. En Hij zal rechten onder de heidenen, en bestraffen vele volken; en zij zullen hun zwaarden slaan tot spaden, en hun spiesen tot sikkelen; het ene volk zal tegen het andere volk geen zwaard opheffen, en zij zullen geen oorlog meer leren.

  20. Dan zult gij deze spreuk opnemen tegen den koning van Babel, en zeggen: Hoe houdt de drijver op? Hoe houdt de goudene op?

  21. De HEERE heeft den stok der goddelozen gebroken, den scepter der heersers.

  22. Die de volken plaagde in verbolgenheid met een plaag zonder ophouden, die in toorn over de heidenen heerste, die wordt vervolgd, zonder dat het iemand afweren kan.

  23. De ganse aarde rust, zij is stil; zij maken groot geschal met gejuich.

  24. Dit is de raadslag, die beraadslaagd is over dat ganse land; en dit is de hand, die uitgestrekt is over alle volken.

  25. Want de HEERE der heirscharen heeft het in Zijn raad besloten, wie zal het dan breken? en Zijn hand is uitgestrekt, wie zal ze dan keren?