Skip to content

Bijbelverzen over Commandments

394 verzen · 3 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. En wordt dezer wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds, opdat gij moogt beproeven, welke de goede, en welbehagelijke en volmaakte wil van God zij.

  2. Want door de genade, die mij gegeven is, zeg ik een iegelijk, die onder u is, dat hij niet wijs zij boven hetgeen men behoort wijs te zijn; maar dat hij wijs zij tot matigheid, gelijk als God een iegelijk de mate des geloofs gedeeld heeft.

  3. Hebbende nu verscheidene gaven, naar de genade, die ons gegeven is,

  4. Zo laat ons die gaven besteden, hetzij profetie, naar de mate des geloofs; hetzij bediening, in het bedienen; hetzij die leert, in het leren;

  5. Hetzij die vermaant, in het vermanen; die uitdeelt, in eenvoudigheid; die een voorstander is, in naarstigheid; die barmhartigheid doet, in blijmoedigheid.

  6. De liefde zij ongeveinsd. Hebt een afkeer van het boze, en hangt het goede aan.

  7. Hebt elkander hartelijk lief met broederlijke liefde; met eer de een de ander voorgaande.

  8. Zijt niet traag in het benaarstigen. Zijt vurig van geest. Dient den Heere.

  9. Verblijdt u in de hoop. Zijt geduldig in de verdrukking. Volhardt in het gebed.

  10. Deelt mede tot de behoeften der heiligen. Tracht naar herbergzaamheid.

  11. Zegent hen, die u vervolgen; zegent en vervloekt niet.

  12. Verblijdt u met de blijden; en weent met de wenenden.

  13. Weest eensgezind onder elkander. Tracht niet naar de hoge dingen, maar voegt u tot de nederige. Zijt niet wijs bij uzelven.

  14. Vergeldt niemand kwaad voor kwaad. Bezorgt hetgeen eerlijk is voor alle mensen.

  15. Indien het mogelijk is, zoveel in u is, houdt vrede met alle mensen.

  16. Wreekt uzelven niet, beminden, maar geeft den toorn plaats; want er is geschreven: Mij komt de wraak toe; Ik zal het vergelden, zegt de Heere.

  17. Indien dan uw vijand hongert, zo spijzigt hem; indien hem dorst, zo geeft hem te drinken; want dat doende, zult gij kolen vuurs op zijn hoofd hopen.

  18. Wordt van het kwade niet overwonnen, maar overwint het kwade door het goede.

  19. Zijt niemand iets schuldig, dan elkander lief te hebben; want die den ander liefheeft, die heeft de wet vervuld.

  20. Want dit: Gij zult geen overspel doen, gij zult niet doden, gij zult niet stelen, gij zult geen valse getuigenis geven, gij zult niet begeren; en zo er enig ander gebod is, wordt in dit woord als in een hoofdsom begrepen, namelijk in dit: Gij zult uw naaste liefhebben gelijk uzelven.

  21. De liefde doet den naaste geen kwaad. Zo is dan de liefde de vervulling der wet.

  22. En dit zeg ik te meer, dewijl wij de gelegenheid des tijds weten, dat het de ure is, dat wij nu uit den slaap opwaken; want de zaligheid is ons nu nader, dan toen wij eerst geloofd hebben.

  23. De nacht is voorbijgegaan, en de dag is nabij gekomen. Laat ons dan afleggen de werken der duisternis, en aandoen de wapenen des lichts.

  24. Laat ons, als in den dag, eerlijk wandelen; niet in brasserijen en dronkenschappen, niet in slaapkameren en ontuchtigheden, niet in twist en nijdigheid;

  25. Maar doet aan den Heere Jezus Christus, en verzorgt het vlees niet tot begeerlijkheden.