Naar de inhoud

Bijbelverzen over Chastity

60 verzen · 21 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Mijn zoon, bewaar mijn redenen, en leg mijn geboden bij u weg.

  2. Bewaar mijn geboden, en leef, en mijn wet als den appel uwer ogen.

  3. Bind ze aan uw vingeren, schrijf ze op de tafels uws harten.

  4. Zeg tot de wijsheid: Gij zijt mijn zuster; en heet het verstand uw bloedvriend;

  5. Opdat zij u bewaren voor een vreemde vrouw, voor de onbekende, die met haar redenen vleit.

  6. Laat uw hart tot haar wegen niet wijken, dwaalt niet op haar paden.

  7. Want zij heeft veel gewonden nedergeveld, en al haar gedoden zijn machtig vele.

  8. Haar huis zijn wegen des grafs, dalende naar de binnenkameren des doods.

  9. Zie den wijn niet aan, als hij zich rood vertoont, als hij in den beker zijn verve geeft, als hij recht opgaat;

  10. In zijn einde zal hij als een slang bijten, en steken als een adder.

  11. Uw ogen zullen naar vreemde vrouwen zien, en uw hart zal verkeerdheden spreken.

  12. De spijzen zijn voor de buik, en de buik is voor de spijzen; maar God zal beide dezen en die te niet doen. Doch het lichaam is niet voor de hoererij, maar voor den Heere en de Heere voor het lichaam.

  13. En God heeft ook den Heere opgewekt, en zal ons opwekken door Zijn kracht.

  14. Weet gij niet, dat uw lichamen leden van Christus zijn? Zal ik dan de leden van Christus nemen, en maken ze leden ener hoer? Dat zij verre.

  15. Of weet gij niet, dat die de hoer aanhangt, een lichaam met haar is? Want die twee, zegt Hij, zullen tot een vlees wezen.

  16. Maar die den Heere aanhangt, is een geest met Hem.

  17. Vliedt de hoererij. Alle zonde, die de mens doet, is buiten het lichaam, maar die hoererij bedrijft, zondigt tegen zijn eigen lichaam.

  18. Of weet gij niet, dat ulieder lichaam een tempel is van den Heiligen Geest, Die in u is, Dien gij van God hebt, en dat gij uws zelfs niet zijt?

  19. Aangaande nu de dingen, waarvan gij mij geschreven hebt: het is een mens goed geen vrouw aan te raken.

  20. Maar om der hoererijen wil zal een iegelijk man zijn eigen vrouw hebben, en een iegelijke vrouw zal haar eigen man hebben.

  21. Want ik wilde, dat alle mensen waren, gelijk als ikzelf ben; maar een iegelijk heeft zijn eigen gave van God, de een wel aldus, maar de andere alzo.

  22. Doch ik zeg den ongetrouwden, en den weduwen: Het is hun goed, indien zij blijven, gelijk als ik.

  23. Maar indien zij zich niet kunnen onthouden, dat zij trouwen; want het is beter te trouwen dan te branden.

  24. Aangaande de maagden nu, heb ik geen bevel des Heeren; maar ik zeg mijn gevoelen, als die barmhartigheid van den Heere gekregen heb, om getrouw te zijn.

  25. Ik houde dan dit goed te zijn, om den aanstaanden nood, dat het, zeg ik, den mens goed is alzo te zijn.