Naar de inhoud

circa 1446–1406 BC

The Wilderness Years

Forty years of wandering in the desert test Israel's faith and prepare a new generation to enter the promised land.

2,247 verzen · 2 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Numeri 24:9ca. 1452 v.Chr.

    Hij heeft zich gekromd, hij heeft zich nedergelegd, gelijk een leeuw, en als een oude leeuw; wie zal hem doen opstaan? Zo wie u zegent, die zij gezegend, en vervloekt zij, wie u vervloekt!

  2. Numeri 24:10ca. 1452 v.Chr.

    Toen ontstak de toorn van Balak tegen Bileam, en hij sloeg zijn handen samen; en Balak zeide tot Bileam: Ik heb u geroepen, om mijn vijanden te vloeken; maar zie, gij hebt hen nu driemaal gedurig gezegend!

  3. Numeri 24:11ca. 1452 v.Chr.

    En nu, pak u weg naar uw plaats! Ik had gezegd, dat ik u hoog vereren zou; maar zie, de HEERE heeft u die eer van u geweerd!

  4. Numeri 24:12ca. 1452 v.Chr.

    Toen zeide Bileam tot Balak: Heb ik ook niet tot uw boden, die gij tot mij gezonden hebt, gesproken, zeggende:

  5. Numeri 24:13ca. 1452 v.Chr.

    Wanneer mij Balak zijn huis vol zilver en goud gave, zo kan ik het bevel des HEEREN niet overtreden, doende goed of kwaad uit mijn eigen hart; wat de HEERE spreken zal, dat zal ik spreken.

  6. Numeri 24:14ca. 1452 v.Chr.

    En nu, zie, ik ga tot mijn volk; kom, ik zal u raad geven, en zeggen wat dit volk uw volk doen zal in de laatste dagen.

  7. Numeri 24:15ca. 1452 v.Chr.

    Toen hief hij zijn spreuk op, en zeide: Bileam, de zoon van Beor, spreekt, en die man, wien de ogen geopend zijn, spreekt!

  8. Numeri 24:16ca. 1452 v.Chr.

    De hoorder der redenen Gods spreekt, en die de wetenschap des Allerhoogsten weet; die het gezicht des Almachtigen ziet, die verrukt wordt, en wien de ogen ontdekt worden.

  9. Numeri 24:17ca. 1452 v.Chr.

    Ik zal hem zien, maar nu niet; ik aanschouw Hem, maar niet nabij. Er zal een ster voortkomen uit Jakob, en er zal een scepter uit Israel opkomen; die zal de palen der Moabieten verslaan, en zal al de kinderen van Seth verstoren.

  10. Numeri 24:18ca. 1452 v.Chr.

    En Edom zal een erfelijke bezitting zijn; en Seir zal zijn vijanden een erfelijke bezitting zijn; doch Israel zal kracht doen.

  11. Numeri 24:19ca. 1452 v.Chr.

    En er zal een uit Jakob heersen, en hij zal de overigen uit de steden ombrengen.

  12. Numeri 24:20ca. 1452 v.Chr.

    Toen hij de Amalekieten zag, zo hief hij zijn spreuk op, en zeide: Amalek is de eersteling der heidenen; maar zijn uiterste is ten verderve!

  13. Numeri 24:21ca. 1452 v.Chr.

    Toen hij de Kenieten zag, zo hief hij zijn spreuk op, en zeide: Uw woning is vast, en gij hebt uw nest in een steenrots gelegd.

  14. Numeri 24:22ca. 1452 v.Chr.

    Evenwel zal Kain verteerd worden, totdat u Assur gevankelijk wegvoeren zal!

  15. Numeri 24:23ca. 1452 v.Chr.

    Voorts hief hij zijn spreuk op, en zeide: Och, wie zal leven, als God dit doen zal!

  16. Numeri 24:24ca. 1452 v.Chr.

    En de schepen van den oever der Chitteers, die zullen Assur plagen, zij zullen ook Heber plagen; en hij zal ook ten verderve zijn.

  17. Numeri 24:25ca. 1452 v.Chr.

    Toen stond Bileam op, en ging heen, en keerde weder tot zijn plaats. Balak ging ook zijn weg.

  18. Numeri 25:1ca. 1452 v.Chr.

    En Israel verbleef te Sittim, en het volk begon te hoereren met de dochteren der Moabieten.

  19. Numeri 25:2ca. 1452 v.Chr.

    En zij nodigden het volk tot de slachtofferen harer goden; en het volk at, en boog zich voor haar goden.

  20. Numeri 25:3ca. 1452 v.Chr.

    Als nu Israel zich koppelde aan Baal-Peor, ontstak de toorn des HEEREN tegen Israel.

  21. Numeri 25:4ca. 1452 v.Chr.

    En de HEERE zeide tot Mozes: Neem alle hoofden des volks, en hang ze den HEERE tegen de zon, zo zal de hittigheid van des HEEREN toorn gekeerd worden van Israel.

  22. Numeri 25:5ca. 1452 v.Chr.

    Toen zeide Mozes tot de rechters van Israel: Een iedere dode zijn mannen, die zich aan Baal-Peor gekoppeld hebben!

  23. Numeri 25:6ca. 1452 v.Chr.

    En ziet, een man uit de kinderen Israels kwam, en bracht een Midianietin tot zijn broederen voor de ogen van Mozes, en voor de ogen van de ganse vergadering der kinderen Israels, toen zij weenden voor de deur van de tent der samenkomst.

  24. Numeri 25:7ca. 1452 v.Chr.

    Toen Pinehas, de zoon van Eleazar, den zoon van Aaron, den priester, dat zag, zo stond hij op uit het midden der vergadering, en nam een spies in zijn hand;

  25. Numeri 25:8ca. 1452 v.Chr.

    En hij ging den Israelietischen man na in de hoerenwinkel, en doorstak hen beiden, den Israelietischen man en de vrouw, door hun buik. Toen werd de plaag van over de kinderen Israels opgehouden.