Naar de inhoud

circa AD 30–62

The Early Church

Pentecost ignites a movement; Peter, Paul, and countless others carry the gospel from Jerusalem to the ends of the earth.

1,007 verzen · 1 boek behandeld

Verzen uit dit tijdvak

  1. Handelingen 21:35ca. 60 n.Chr.

    En als hij aan de trappen gekomen was, gebeurde het, dat hij van de krijgsknechten gedragen werd vanwege het geweld der schare.

  2. Handelingen 21:36ca. 60 n.Chr.

    Want de menigte des volks volgde, al roepende: Weg met hem!

  3. Handelingen 21:37ca. 60 n.Chr.

    En als Paulus nu in de legerplaats zou geleid worden, zeide hij tot den overste: Is het mij geoorloofd tot u wat te spreken? En hij zeide: Kent gij Grieks?

  4. Handelingen 21:38ca. 60 n.Chr.

    Zijt gij dan niet de Egyptenaar, die voor deze dagen oproer verwekte, en de vier duizend moordenaars naar de woestijn uitleidde?

  5. Handelingen 21:39ca. 60 n.Chr.

    Maar Paulus zeide: Ik ben een Joods man van Tarsen, een burger van gene onvermaarde stad in Cilicie, en ik bid u, laat mij toe tot het volk te spreken.

  6. Handelingen 21:40ca. 60 n.Chr.

    En als hij het toegelaten had, Paulus, staande op de trappen, wenkte met de hand tot het volk; en als er grote stilte geworden was, sprak hij hen aan in de Hebreeuwse taal, zeggende:

  7. Handelingen 22:1ca. 60 n.Chr.

    Mannen broeders en vaders, hoort mijn verantwoording, die ik tegenwoordig tot u doen zal.

  8. Handelingen 22:2ca. 60 n.Chr.

    (Als zij nu hoorden, dat hij in de Hebreeuwse taal hen aansprak, hielden zij zich te meer stil. En hij zeide:)

  9. Handelingen 22:3ca. 60 n.Chr.

    Ik ben een Joods man, en te Tarsen in Cilicie geboren, opgevoed in deze stad, aan de voeten van Gamaliel onderwezen naar de bescheidenste wijze der vaderlijke wet, zijnde een ijveraar Gods, gelijkerwijs gij allen heden zijt;

  10. Handelingen 22:4ca. 60 n.Chr.

    Die dezen weg vervolgd heb tot den dood, bindende en in de gevangenissen overleverende beiden mannen en vrouwen.

  11. Handelingen 22:5ca. 60 n.Chr.

    Gelijk mij ook de hogepriester getuige is, en de gehele raad der ouderlingen; van dewelke ik ook brieven genomen hebbende tot de broeders, ben naar Damaskus gereisd, om ook degenen, die daar waren, gebonden te brengen naar Jeruzalem, opdat zij gestraft zouden worden.

  12. Handelingen 22:6ca. 60 n.Chr.

    Maar het geschiedde mij, als ik reisde, en Damaskus genaakte, omtrent den middag, dat snellijk uit den hemel een groot licht mij rondom omscheen.

  13. Handelingen 22:7ca. 60 n.Chr.

    En ik viel ter aarde, en ik hoorde een stem, tot mij zeggende: Saul, Saul, wat vervolgt gij Mij?

  14. Handelingen 22:8ca. 60 n.Chr.

    En ik antwoordde: Wie zijt Gij, Heere? En Hij zeide tot mij: Ik ben Jezus, de Nazarener, Welken gij vervolgt.

  15. Handelingen 22:9ca. 60 n.Chr.

    En die met mij waren, zagen wel het licht, en werden zeer bevreesd; maar de stem Desgenen, Die tot mij sprak, hoorden zij niet.

  16. Handelingen 22:10ca. 60 n.Chr.

    En ik zeide: Heere! wat zal ik doen? En de Heere zeide tot mij: Sta op, en ga heen naar Damaskus; en aldaar zal met u gesproken worden, van al hetgeen u geordineerd is te doen.

  17. Handelingen 22:11ca. 60 n.Chr.

    En als ik vanwege de heerlijkheid deszelven lichts niet zag, zo werd ik bij de hand geleid van degenen, die met mij waren, en kwam te Damaskus.

  18. Handelingen 22:12ca. 60 n.Chr.

    En een zekere Ananias, een godvruchtig man naar de wet, goede getuigenis hebbende van al de Joden, die daar woonden,

  19. Handelingen 22:13ca. 60 n.Chr.

    Kwam tot mij, en bij mij staande, zeide tot mij: Saul, broeder, word weder ziende! En ter zelfder ure werd ik ziende op hem.

  20. Handelingen 22:14ca. 60 n.Chr.

    En hij zeide: De God onzer vaderen heeft u te voren verordineerd, om Zijn wil te kennen, en den Rechtvaardige te zien, en de stem uit Zijn mond te horen.

  21. Handelingen 22:15ca. 60 n.Chr.

    Want gij zult Hem getuige zijn bij alle mensen, van hetgeen gij gezien en gehoord hebt.

  22. Handelingen 22:16ca. 60 n.Chr.

    En nu, wat vertoeft gij? Sta op, en laat u dopen, en uw zonden afwassen, aanroepende den Naam des Heeren.

  23. Handelingen 22:17ca. 60 n.Chr.

    En het gebeurde mij, als ik te Jeruzalem wedergekeerd was, en in den tempel bad, dat ik in een vertrekking van zinnen was;

  24. Handelingen 22:18ca. 60 n.Chr.

    En dat ik Hem zag, en Hij tot mij zeide: Spoed u, en ga in der haast uit Jeruzalem; want zij zullen uw getuigenis van Mij niet aannemen.

  25. Handelingen 22:19ca. 60 n.Chr.

    En ik zeide: Heere, zij weten, dat ik in de gevangenis wierp, en in de synagogen geselde, die in U geloofden;