Naar de inhoud

circa 605–538 BC

The Babylonian Exile

Jerusalem falls and the temple burns; Ezekiel and Daniel minister among the exiles as Lamentations mourns the city's ruin.

1,784 verzen · 3 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Ezechiël 41:10ca. 574 v.Chr.

    En tussen de kameren was een breedte van twintig ellen, rondom het huis, rondom henen.

  2. Ezechiël 41:11ca. 574 v.Chr.

    De deuren nu van de zijkameren waren naar het ledig gelatene toe, de ene deur den weg naar het noorden, en de andere deur naar het zuiden; en de breedte van de ledig gelatene plaats was vijf ellen rondom henen.

  3. Ezechiël 41:12ca. 574 v.Chr.

    Voorts van het gebouw, dat voor aan de afgesneden plaats was in den hoek des wegs naar het westen, was de breedte zeventig ellen, en van den wand des gebouws was de breedte vijf ellen rondom henen, en de lengte daarvan negentig ellen.

  4. Ezechiël 41:13ca. 574 v.Chr.

    Voorts mat hij het huis, de lengte honderd ellen; ook de afgesneden plaats en het gebouw, en de wanden daarvan, de lengte honderd ellen.

  5. Ezechiël 41:14ca. 574 v.Chr.

    En de breedte van het voorste deel des huizes, en der afgesneden plaats tegen het oosten, honderd ellen.

  6. Ezechiël 41:15ca. 574 v.Chr.

    Ook mat hij de lengte des gebouws voor aan de afgesneden plaats dat achter dezelve was, en derzelver galerijen van deze en van gene zijde, honderd ellen; met den binnensten tempel, en de voorhuizen des voorhofs.

  7. Ezechiël 41:16ca. 574 v.Chr.

    De dorpelen, en de gesloten vensters en de galerijen rondom die drie, tegenover den dorpel, waren beschoten met hout rondom henen, en van de aarde tot aan de vensteren; de vensteren waren bedekt;

  8. Ezechiël 41:17ca. 574 v.Chr.

    Tot hetgeen boven de deur was, en tot het binnenste en buitenste huis toe, en aan den gansen wand rondom henen in het binnenste en buitenste, al bij maten.

  9. Ezechiël 41:18ca. 574 v.Chr.

    En het was gemaakt met cherubs en palmbomen; zodat er een palmboom was tussen cherub en cherub, en elke cherub had twee aangezichten;

  10. Ezechiël 41:19ca. 574 v.Chr.

    Namelijk, eens mensen aangezicht tegen den palmboom van deze, en eens jongen leeuws aangezicht tegen den palmboom van gene zijde; gemaakt in het ganse huis rondom henen.

  11. Ezechiël 41:20ca. 574 v.Chr.

    Van de aarde af tot boven de deur waren de cherubs en de palmbomen gemaakt, ook aan den wand des tempels.

  12. Ezechiël 41:21ca. 574 v.Chr.

    De posten des tempels waren vierkant; en aangaande het voorste deel des heiligdoms, de ene gedaante was als de andere gedaante.

  13. Ezechiël 41:22ca. 574 v.Chr.

    De hoogte des houten altaars was drie ellen, en zijn lengte twee ellen, en het had zijn hoeken; en zijn lengte en zijn wanden waren van hout. En hij sprak tot mij: Dit is de tafel, die voor des HEEREN aangezicht zal zijn.

  14. Ezechiël 41:23ca. 574 v.Chr.

    De tempel nu en het heiligdom hadden beide twee deuren.

  15. Ezechiël 41:24ca. 574 v.Chr.

    En er waren twee bladen aan de deuren; te weten twee bladen, die men omdraaien kon; twee aan de ene deur, en twee bladen aan de andere.

  16. Ezechiël 41:25ca. 574 v.Chr.

    En aan dezelve, namelijk aan de deuren des tempels, waren cherubs en palmbomen gemaakt, gelijk als er aan de wanden gemaakt waren; en het hout aan het voorste deel van het voorhuis van buiten was dik.

  17. Ezechiël 41:26ca. 574 v.Chr.

    En aan de gesloten vensteren waren ook palmbomen van deze en van gene zijde, aan de zijden van het voorhuis; en aan de zijkameren van het huis, en aan de dikke planken.

  18. Ezechiël 42:1ca. 574 v.Chr.

    Daarna bracht hij mij uit tot het buitenste voorhof; den weg naar den weg van het noorden; en hij bracht mij tot de kameren, die tegenover de afgesneden plaats, en die tegenover het gebouw tegen het noorden waren:

  19. Ezechiël 42:2ca. 574 v.Chr.

    Voor aan de lengte van de honderd ellen naar de deur van het noorden; en de breedte was vijftig ellen.

  20. Ezechiël 42:3ca. 574 v.Chr.

    Tegenover de twintig ellen, die het binnenste voorhof had, en tegenover het plaveisel, dat het buitenste voorhof had, was galerij tegen galerij, in drie rijen.

  21. Ezechiël 42:4ca. 574 v.Chr.

    En voor de kameren was een wandeling van tien ellen de breedte; naar binnen toe, en een weg van een el; en de deuren van dezelve waren tegen het noorden.

  22. Ezechiël 42:5ca. 574 v.Chr.

    De bovenste kameren nu waren nauwer (omdat de galerijen hoger waren dan dezelve), dan de onderste en dan de middelste des gebouws.

  23. Ezechiël 42:6ca. 574 v.Chr.

    Want zij waren wel van drie rijen, maar hadden geen pilaren gelijk de pilaren der voorhoven; daarom waren zij benauwder dan de onderste en dan de middelste van de aarde af.

  24. Ezechiël 42:7ca. 574 v.Chr.

    De muur nu, die naar buiten tegenover de kameren was, den weg naar het buitenste voorhof, voor aan de kameren, de lengte van dien was vijftig ellen.

  25. Ezechiël 42:8ca. 574 v.Chr.

    Want de lengte der kameren, die het buitenste voorhof had, was vijftig ellen; en ziet, voor aan den tempel waren honderd ellen.