Naar de inhoud

circa 970–930 BC

Solomon & The Temple

Solomon builds the great Temple in Jerusalem and rules with unprecedented wisdom and wealth before foreign gods divide his heart.

635 verzen · 2 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. 1 Koningen 10:14ca. 1015 v.Chr.

    Het gewicht nu van het goud, dat voor Salomo op een jaar inkwam was zeshonderd zes en zestig talenten gouds;

  2. 1 Koningen 10:15ca. 1015 v.Chr.

    Behalve dat van de kramers was, en van den handel der kruideniers, en van alle koningen van Arabie, en van de geweldigen van dat land.

  3. 1 Koningen 10:16ca. 1015 v.Chr.

    Ook maakte de koning Salomo tweehonderd rondassen van geslagen goud; zeshonderd sikkelen gouds liet hij opwegen tot elke rondas.

  4. 1 Koningen 10:17ca. 1015 v.Chr.

    Insgelijks driehonderd schilden van geslagen goud; drie pond gouds liet hij opwegen tot elk schild; en de koning legde ze in het huis des wouds van Libanon.

  5. 1 Koningen 10:18ca. 1015 v.Chr.

    Nog maakte de koning een groten elpenbenen troon, en hij overtoog denzelven met dicht goud.

  6. 1 Koningen 10:19ca. 1015 v.Chr.

    Deze troon had zes trappen, en het hoofd van den troon was van achteren rond, en aan beide zijden waren leuningen tot de zitplaats toe, en twee leeuwen stonden bij die leuningen.

  7. 1 Koningen 10:20ca. 1015 v.Chr.

    En twaalf leeuwen stonden daar op de zes trappen aan beide zijden, desgelijks is in geen koninkrijken gemaakt geweest.

  8. 1 Koningen 10:21ca. 1015 v.Chr.

    Ook waren alle drinkvaten van den koning Salomo van goud, en alle vaten van het huis des wouds van Libanon waren van gesloten goud; geen zilver was er aan; want het werd in de dagen van Salomo niet voor enig ding geacht.

  9. 1 Koningen 10:22ca. 1015 v.Chr.

    Want de koning had in zee schepen van Tharsis, met de schepen van Hiram; deze schepen van Tharsis kwamen in, eenmaal in drie jaren, brengende goud, en zilver, elpenbeen, en apen, en pauwen.

  10. 1 Koningen 10:23ca. 1015 v.Chr.

    Alzo werd de koning Salomo groter dan alle koningen der aarde, in rijkdom en in wijsheid.

  11. 1 Koningen 10:24ca. 1015 v.Chr.

    En de ganse aarde zocht het aangezicht van Salomo, om zijn wijsheid te horen, die God in zijn hart gegeven had.

  12. 1 Koningen 10:25ca. 1015 v.Chr.

    En zij brachten een ieder zijn geschenk, zilveren vaten, en gouden vaten, en klederen, en harnas, en specerijen, paarden en muilezelen, elk ding van jaar tot jaar.

  13. 1 Koningen 10:26ca. 1015 v.Chr.

    Daartoe vergaderde Salomo wagenen en ruiteren, en hij had duizend en vierhonderd wagenen, en twaalf duizend ruiteren, en legde ze in de wagensteden en bij den koning in Jeruzalem.

  14. 1 Koningen 10:27ca. 1015 v.Chr.

    En de koning maakte het zilver in Jeruzalem te zijn als stenen, en de cederen maakte hij te zijn als de wilde vijgebomen, die in de laagte zijn, in menigte.

  15. 1 Koningen 10:28ca. 1015 v.Chr.

    En het uitbrengen der paarden was hetgeen Salomo uit Egypte had; en aangaande het linnen garen, de kooplieden des konings namen het linnen garen voor den prijs.

  16. 1 Koningen 10:29ca. 1015 v.Chr.

    En een wagen kwam op, en ging uit van Egypte, voor zeshonderd sikkelen zilvers, en een paard voor honderd en vijftig; en alzo voerden ze die uit door hun hand voor alle koningen der Hethieten, en voor de koningen van Syrie.

  17. 1 Koningen 11:1ca. 984 v.Chr.

    En de koning Salomo had veel vreemde vrouwen lief, en dat benevens de dochter van Farao: Moabietische, Ammonietische, Edomietische, Sidonische, Hethietische;

  18. 1 Koningen 11:2ca. 984 v.Chr.

    Van die volken, waarvan de HEERE gezegd had tot de kinderen Israels: Gijlieden zult tot hen niet ingaan, en zij zullen tot u niet inkomen; zij zouden zekerlijk uw hart achter hun goden neigen; aan deze hing Salomo met liefde.

  19. 1 Koningen 11:3ca. 984 v.Chr.

    En hij had zevenhonderd vrouwen, vorstinnen, en driehonderd bijwijven; en zijn vrouwen neigden zijn hart.

  20. 1 Koningen 11:4ca. 984 v.Chr.

    Want het geschiedde in den tijd van Salomo's ouderdom, dat zijn vrouwen zijn hart achter andere goden neigden; dat zijn hart niet volkomen was met den HEERE, zijn God, gelijk het hart van zijn vader David.

  21. 1 Koningen 11:5ca. 984 v.Chr.

    Want Salomo wandelde Astoreth, den god der Sidoniers, na, en Milchom, het verfoeisel der Ammonieten.

  22. 1 Koningen 11:6ca. 984 v.Chr.

    Alzo deed Salomo dat kwaad was in de ogen des HEEREN; en volhardde niet den HEERE te volgen, gelijk zijn vader David.

  23. 1 Koningen 11:7ca. 984 v.Chr.

    Toen bouwde Salomo een hoogte voor Kamos, het verfoeisel der Moabieten, op den berg, die voor Jeruzalem is, en voor Molech, het verfoeisel der kinderen Ammons.

  24. 1 Koningen 11:8ca. 984 v.Chr.

    En alzo deed hij voor al zijn vreemde vrouwen, die haar goden rookten en offerden.

  25. 1 Koningen 11:9ca. 984 v.Chr.

    Daarom vertoornde Zich de HEERE tegen Salomo, omdat hij zijn hart geneigd had van den HEERE, den God Israels, Die hem tweemaal verschenen was.