Skip to content

Bijbelverzen over Uprightness

60 verzen · 55 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Hij legt weg voor de oprechten een bestendig wezen; Hij is een Schild dengenen, die oprechtelijk wandelen;

  2. Van degenen, die de paden der oprechtheid verlaten, om te gaan in de wegen der duisternis;

  3. Want de vromen zullen de aarde bewonen, en de oprechten zullen daarin overblijven;

  4. Die in oprechtheid wandelt, wandelt zeker; maar die zijn wegen verkeert, zal bekend worden.

  5. De weg des HEEREN is voor den oprechte sterkte; maar voor de werkers der ongerechtigheid verstoring.

  6. De oprechtheid der oprechten leidt hen; maar de verkeerdheid der trouwelozen verstoort hen.

  7. De gerechtigheid der vromen zal hen redden; maar de trouwelozen worden gevangen in hun verkeerdheid.

  8. Door den zegen der oprechten wordt een stad verheven; maar door den mond der goddelozen wordt zij verbroken.

  9. De verkeerden van hart zijn den HEERE een gruwel; maar de oprechten van weg zijn Zijn welgevallen.

  10. De woorden der goddelozen zijn om op bloed te loeren; maar de mond der oprechten zal ze redden.

  11. De gerechtigheid bewaart den oprechte van weg; maar de goddeloosheid zal den zondaar omkeren.

  12. Die in zijn oprechtheid wandelt, vreest den HEERE; maar die afwijkt in zijn wegen, veracht Hem.

  13. Het huis der goddelozen zal verdelgd worden; maar de tent der oprechten zal bloeien.

  14. Het offer der goddelozen is den HEERE een gruwel; maar het gebed der oprechten is Zijn welgevallen.

  15. De dwaasheid is den verstandeloze blijdschap; maar een man van verstand zal recht wandelen.

  16. De baan der oprechten is van het kwaad af te wijken; hij behoedt zijn ziel, die zijn weg bewaart.

  17. De arme, in zijn oprechtheid wandelende, is beter dan de verkeerde van lippen, en die een zot is.

  18. Een goddeloos man sterkt zich in zijn aangezicht; maar de oprechte, die maakt zijn weg vast.

  19. De arme, wandelende in zijn oprechtheid, is beter, dan die verkeerd is van wegen, al is hij rijk.

  20. Die de oprechten doet dwalen op een kwaden weg, zal zelf in zijn gracht vallen; maar de vromen zullen het goede beerven.

  21. Die oprecht wandelt, zal behouden worden; maar die zich verkeerdelijk gedraagt in twee wegen, zal in den enen vallen.

  22. Bloedgierige lieden haten den vrome; maar de oprechten zoeken zijn ziel.

  23. Als men zijn knecht van jongs op weeldig houdt, hij zal in zijn laatste een zoon willen zijn.

  24. Alleenlijk ziet, dit heb ik gevonden, dat God den mens recht gemaakt heeft, maar zij hebben veel vonden gezocht.

  25. Trek mij, wij zullen U nalopen! De Koning heeft mij gebracht in Zijn binnenkameren; wij zullen ons verheugen en in U verblijden; wij zullen Uw uitnemende liefde vermelden, meer dan den wijn; de oprechten hebben U lief.