Skip to content

Bijbelverzen over Apostles: Selection of

21 verzen · 11 aspecten

Verzen over Selection of

  1. En Jezus, wandelende aan de zee van Galilea, zag twee broeders, namelijk Simon, gezegd Petrus, en Andreas, zijn broeder, het net in de zee werpende (want zij waren vissers);

  2. En Hij zeide tot hen: Volgt Mij na, en Ik zal u vissers der mensen maken.

  3. Zij dan, terstond de netten verlatende, zijn Hem nagevolgd.

  4. En Hij, van daar voortgegaan zijnde, zag twee andere broeders, namelijk Jakobus, den zoon van Zebedeus, en Johannes, zijn broeder, in het schip met hun vader Zebedeus, hun netten vermakende, en heeft hen geroepen.

  5. Zij dan, terstond verlatende het schip en hun vader, zijn Hem nagevolgd.

  6. En Jezus, van daar voortgaande, zag een mens in het tolhuis zitten, genaamd Mattheus; en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem.

  7. En het geschiedde, als Hij in het huis van Mattheus aanzat, ziet, vele tollenaars en zondaars kwamen en zaten mede aan, met Jezus en Zijn discipelen.

  8. De namen nu der twaalf apostelen zijn deze: de eerste, Simon, gezegd Petrus, en Andreas, zijn broeder; Jakobus, de zoon van Zebedeus, en Johannes, zijn broeder;

  9. Filippus en Bartholomeus; Thomas en Mattheus, de tollenaar; Jakobus, de zoon van Alfeus, en Lebbeus, toegenaamd Thaddeus;

  10. Simon Kananites, en Judas Iskariot, die Hem ook verraden heeft.

  11. En Hij klom op den berg, en riep tot Zich, die Hij wilde; en zij kwamen tot Hem.

  12. En Hij stelde er twaalf, opdat zij met Hem zouden zijn, en opdat Hij dezelve zou uitzenden om te prediken;

  13. En om macht te hebben, de ziekten te genezen, en de duivelen uit te werpen.

  14. En Simon gaf Hij den toe naam Petrus;

  15. En Jakobus, den zoon van Zebedeus, en Johannes, den broeder van Jakobus; en gaf hun toe namen, Boanerges, hetwelk is, zonen des donders;

  16. En Andreas, en Filippus, en Bartholomeus, en Mattheus, en Thomas, en Jakobus, den zoon van Alfeus, en Thaddeus, en Simon Kananites,

  17. En Judas Iskariot, die Hem ook verraden heeft.

  18. En als het dag was geworden, riep Hij Zijn discipelen tot Zich, en verkoos er twaalf uit hen, die Hij ook apostelen noemde:

  19. Namelijk Simon, welken Hij ook Petrus noemde; en Andreas zijn broeder, Jakobus en Johannes, Filippus en Bartholomeus;

  20. Mattheus en Thomas, Jakobus, den zoon van Alfeus, en Simon genaamd Zelotes;

  21. Judas, den broeder van Jakobus, en Judas Iskariot, die ook de verrader geworden is.