Naar de inhoud

Bijbelverzen over Amorites: Intermarry with Jews

29 verzen · 10 aspecten

Verzen over Intermarry with Jews

  1. Als nu deze dingen voleind waren, traden de vorsten tot mij toe, zeggende: Het volk Israels, en de priesters, en de Levieten, zijn niet afgezonderd van de volken dezer landen, naar hun gruwelen, namelijk van de Kanaanieten, de Hethieten, de Ferezieten, de Jebusieten, de Ammonieten, de Moabieten, de Egyptenaren en Amorieten.

  2. Want zij hebben van hun dochteren genomen voor zichzelven en voor hun zonen, zodat zich vermengd hebben het heilig zaad met de volken dezer landen; ja, de hand der vorsten en overheden is de eerste geweest in deze overtreding.

  3. En er werden gevonden van de zonen der priesteren, die vreemde vrouwen bij zich hadden doen wonen; van de zonen van Jesua, den zoon van Jozadak, en zijn broederen, Maaseja, en Eliezer, en Jarib, en Gedalja.

  4. En zij gaven hun hand, dat zij hun vrouwen zouden doen uitgaan; en schuldig zijnde, offerden zij een ram van de kudde voor hun schuld.

  5. En van de kinderen van Immer: Hanani en Zebadja.

  6. En van de kinderen van Harim: Maaseja, en Elia, en Semaja, en Jehiel, en Uzia,

  7. En van de kinderen van Pashur: Eljoenai, Maaseja, Ismael, Nethaneel, Jozabad en Elasa.

  8. En van de Levieten: Jozabad, en Simei, en Kelaja (deze is Kelita), Pethahja, Juda en Eliezer.

  9. En van de zangers: Eljasib; en van de poortiers: Sallum, en Telem, en Uri.

  10. En van Israel: van de kinderen van Paros: Ramja, en Jezia, en Malchia, en Mijamim, en Eleazar, en Malchia, en Benaja.

  11. En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.

  12. En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.

  13. En van de kinderen van Bebai: Johanan, Hananja, Sabbai, en Athlai.

  14. En van de kinderen van Bani: Mesullam, Malluch en Adaja, Jasub en Seal, Jeramoth.

  15. En van de kinderen van Pahath-Moab: Adna, en Chelal, Benaja, Maaseja, Mattanja, Bezaleel, en Binnui, en Manasse.

  16. En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,

  17. Benjamin, Malluch, Semarja.

  18. Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.

  19. Van de kinderen van Bani: Maadai, Amram, en Uel,

  20. Benaja, Bedeja, Cheluhu,

  21. Vanja, Meremoth, Eljasib,

  22. Mattanja, Mathnai, en Jaasai,

  23. En Bani, en Binnui, Simei,

  24. En Selemja, en Nathan, en Adaja,

  25. Machnadbai, Sasai, Sarai,