Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Markus 3:7ca. 31 n.Chr.

    En Jezus vertrok met Zijn discipelen naar de zee; en Hem volgde een grote menigte van Galilea, en van Judea.

  2. Markus 3:8ca. 31 n.Chr.

    En van Jeruzalem, en van Idumea, en van over de Jordaan; en die van omtrent Tyrus en Sidon, een grote menigte, gehoord hebbende, hoe grote dingen Hij deed, kwamen tot Hem.

  3. Markus 3:9ca. 31 n.Chr.

    En Hij zeide tot Zijn discipelen, dat een scheepje steeds omtrent Hem blijven zou, om der schare wil, opdat zij Hem niet zouden verdringen.

  4. Markus 3:10ca. 31 n.Chr.

    Want Hij had er velen genezen, alzo dat Hem al degenen, die enige kwalen hadden, overvielen, opdat zij Hem mochten aanraken.

  5. Markus 3:11ca. 31 n.Chr.

    En de onreine geesten, als zij Hem zagen, vielen voor Hem neder en riepen, zeggende: Gij zijt de Zone Gods.

  6. Markus 3:12ca. 31 n.Chr.

    En Hij gebood hun scherpelijk dat zij Hem niet zouden openbaar maken.

  7. Markus 3:13ca. 31 n.Chr.

    En Hij klom op den berg, en riep tot Zich, die Hij wilde; en zij kwamen tot Hem.

  8. Markus 3:14ca. 31 n.Chr.

    En Hij stelde er twaalf, opdat zij met Hem zouden zijn, en opdat Hij dezelve zou uitzenden om te prediken;

  9. Markus 3:15ca. 31 n.Chr.

    En om macht te hebben, de ziekten te genezen, en de duivelen uit te werpen.

  10. Markus 3:16ca. 31 n.Chr.

    En Simon gaf Hij den toe naam Petrus;

  11. Markus 3:17ca. 31 n.Chr.

    En Jakobus, den zoon van Zebedeus, en Johannes, den broeder van Jakobus; en gaf hun toe namen, Boanerges, hetwelk is, zonen des donders;

  12. Markus 3:18ca. 31 n.Chr.

    En Andreas, en Filippus, en Bartholomeus, en Mattheus, en Thomas, en Jakobus, den zoon van Alfeus, en Thaddeus, en Simon Kananites,

  13. Markus 3:19ca. 31 n.Chr.

    En Judas Iskariot, die Hem ook verraden heeft.

  14. Markus 3:20ca. 31 n.Chr.

    En zij kwamen in huis; en daar vergaderde wederom en schare, alzo dat zij ook zelfs niet konden brood eten.

  15. Markus 3:21ca. 31 n.Chr.

    En als degenen, die Hem bestonden, dit hoorden, gingen zij uit, om Hem vast te houden; want zij zeiden: Hij is buiten Zijn zinnen.

  16. Markus 3:22ca. 31 n.Chr.

    En de Schriftgeleerden, die van Jeruzalem afgekomen waren, zeiden: Hij heeft Beelzebul, en door den overste der duivelen werpt Hij de duivelen uit.

  17. Markus 3:23ca. 31 n.Chr.

    En hen tot Zich geroepen hebbende, zeide Hij tot hen in gelijkenissen: Hoe kan de satan den satan uitwerpen?

  18. Markus 3:24ca. 31 n.Chr.

    En indien een koninkrijk tegen zichzelf verdeeld is, zo kan dat koninkrijk niet bestaan.

  19. Markus 3:25ca. 31 n.Chr.

    En indien een huis tegen zichzelf verdeeld is, zo kan dat huis niet bestaan.

  20. Markus 3:26ca. 31 n.Chr.

    En indien de satan tegen zichzelven opstaat, en verdeeld is, zo kan hij niet bestaan, maar heeft een einde.

  21. Markus 3:27ca. 31 n.Chr.

    Er kan niemand in het huis eens sterken ingaan en zijn vaten ontroven, indien hij niet eerst den sterke bindt; en alsdan zal hij zijn huis beroven.

  22. Markus 3:28ca. 31 n.Chr.

    Voorwaar, Ik zeg u, dat al de zonden den kinderen der mensen zullen vergeven worden, en allerlei lasteringen, waarmede zij zullen gelasterd hebben;

  23. Markus 3:29ca. 31 n.Chr.

    Maar zo wie zal gelasterd hebben tegen den Heiligen Geest, die heeft geen vergeving in der eeuwigheid, maar hij is schuldig des eeuwigen oordeels.

  24. Markus 3:30ca. 31 n.Chr.

    Want zij zeiden: Hij heeft een onreinen geest.

  25. Markus 3:31ca. 31 n.Chr.

    Zo kwamen dan Zijn broeders en Zijn moeder; en buiten staande, zonden zij tot Hem, en riepen Hem.