circa 6 BC – AD 30
The Life of Jesus
The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.
Verzen uit dit tijdvak
- Markus 3:7ca. 31 n.Chr.
En Jezus vertrok met Zijn discipelen naar de zee; en Hem volgde een grote menigte van Galilea, en van Judea.
- Markus 3:8ca. 31 n.Chr.
En van Jeruzalem, en van Idumea, en van over de Jordaan; en die van omtrent Tyrus en Sidon, een grote menigte, gehoord hebbende, hoe grote dingen Hij deed, kwamen tot Hem.
- Markus 3:9ca. 31 n.Chr.
En Hij zeide tot Zijn discipelen, dat een scheepje steeds omtrent Hem blijven zou, om der schare wil, opdat zij Hem niet zouden verdringen.
- Markus 3:10ca. 31 n.Chr.
Want Hij had er velen genezen, alzo dat Hem al degenen, die enige kwalen hadden, overvielen, opdat zij Hem mochten aanraken.
- Markus 3:11ca. 31 n.Chr.
En de onreine geesten, als zij Hem zagen, vielen voor Hem neder en riepen, zeggende: Gij zijt de Zone Gods.
- Markus 3:12ca. 31 n.Chr.
En Hij gebood hun scherpelijk dat zij Hem niet zouden openbaar maken.
- Markus 3:13ca. 31 n.Chr.
En Hij klom op den berg, en riep tot Zich, die Hij wilde; en zij kwamen tot Hem.
- Markus 3:14ca. 31 n.Chr.
En Hij stelde er twaalf, opdat zij met Hem zouden zijn, en opdat Hij dezelve zou uitzenden om te prediken;
- Markus 3:15ca. 31 n.Chr.
En om macht te hebben, de ziekten te genezen, en de duivelen uit te werpen.
- Markus 3:16ca. 31 n.Chr.
En Simon gaf Hij den toe naam Petrus;
- Markus 3:17ca. 31 n.Chr.
En Jakobus, den zoon van Zebedeus, en Johannes, den broeder van Jakobus; en gaf hun toe namen, Boanerges, hetwelk is, zonen des donders;
- Markus 3:18ca. 31 n.Chr.
En Andreas, en Filippus, en Bartholomeus, en Mattheus, en Thomas, en Jakobus, den zoon van Alfeus, en Thaddeus, en Simon Kananites,
- Markus 3:19ca. 31 n.Chr.
En Judas Iskariot, die Hem ook verraden heeft.
- Markus 3:20ca. 31 n.Chr.
En zij kwamen in huis; en daar vergaderde wederom en schare, alzo dat zij ook zelfs niet konden brood eten.
- Markus 3:21ca. 31 n.Chr.
En als degenen, die Hem bestonden, dit hoorden, gingen zij uit, om Hem vast te houden; want zij zeiden: Hij is buiten Zijn zinnen.
- Markus 3:22ca. 31 n.Chr.
En de Schriftgeleerden, die van Jeruzalem afgekomen waren, zeiden: Hij heeft Beelzebul, en door den overste der duivelen werpt Hij de duivelen uit.
- Markus 3:23ca. 31 n.Chr.
En hen tot Zich geroepen hebbende, zeide Hij tot hen in gelijkenissen: Hoe kan de satan den satan uitwerpen?
- Markus 3:24ca. 31 n.Chr.
En indien een koninkrijk tegen zichzelf verdeeld is, zo kan dat koninkrijk niet bestaan.
- Markus 3:25ca. 31 n.Chr.
En indien een huis tegen zichzelf verdeeld is, zo kan dat huis niet bestaan.
- Markus 3:26ca. 31 n.Chr.
En indien de satan tegen zichzelven opstaat, en verdeeld is, zo kan hij niet bestaan, maar heeft een einde.
- Markus 3:27ca. 31 n.Chr.
Er kan niemand in het huis eens sterken ingaan en zijn vaten ontroven, indien hij niet eerst den sterke bindt; en alsdan zal hij zijn huis beroven.
- Markus 3:28ca. 31 n.Chr.
Voorwaar, Ik zeg u, dat al de zonden den kinderen der mensen zullen vergeven worden, en allerlei lasteringen, waarmede zij zullen gelasterd hebben;
- Markus 3:29ca. 31 n.Chr.
Maar zo wie zal gelasterd hebben tegen den Heiligen Geest, die heeft geen vergeving in der eeuwigheid, maar hij is schuldig des eeuwigen oordeels.
- Markus 3:30ca. 31 n.Chr.
Want zij zeiden: Hij heeft een onreinen geest.
- Markus 3:31ca. 31 n.Chr.
Zo kwamen dan Zijn broeders en Zijn moeder; en buiten staande, zonden zij tot Hem, en riepen Hem.