Naar de inhoud

circa 800–400 BC

The Hebrew Prophets

God speaks through Isaiah, Jeremiah, and the minor prophets—calling Israel to repentance and foretelling the coming Messiah.

3,706 verzen · 14 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Jeremia 25:21ca. 606 v.Chr.

    Edom, en Moab, en den kinderen Ammons;

  2. Jeremia 25:22ca. 606 v.Chr.

    En allen koningen van Tyrus, en allen koningen van Sidon; en den koningen der eilanden, die aan gene zijde der zee zijn.

  3. Jeremia 25:23ca. 606 v.Chr.

    Dedan, en Thema, en Buz, en allen, die aan de hoeken afgekort zijn;

  4. Jeremia 25:24ca. 606 v.Chr.

    En allen koningen van Arabie; en allen koningen des gemengden hoops, die in de woestijn wonen;

  5. Jeremia 25:25ca. 606 v.Chr.

    En allen koningen van Zimri, en allen koningen van Elam, en allen koningen van Medie;

  6. Jeremia 25:26ca. 606 v.Chr.

    En allen koningen van het noorden, die nabij en die verre zijn, den een met den anderen; ja, allen koninkrijken der aarde, die op den aardbodem zijn. En de koning van Sesach zal na hen drinken.

  7. Jeremia 25:27ca. 606 v.Chr.

    Gij zult dan tot hen zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Drinkt, en wordt dronken, en spuwt, en valt neder, dat gij niet weder opstaat, vanwege het zwaard, dat Ik onder u zal zenden.

  8. Jeremia 25:28ca. 606 v.Chr.

    En het zal geschieden, wanneer zij weigeren zullen den beker van uw hand te nemen om te drinken, dat gij tot hen zeggen zult: Zo zegt de HEERE der heirscharen: Gij zult zekerlijk drinken!

  9. Jeremia 25:29ca. 606 v.Chr.

    Want ziet, in de stad, die naar Mijn Naam genoemd is, begin Ik te plagen, en zoudt gij enigszins onschuldig gehouden worden? Gij zult niet onschuldig gehouden worden; want Ik roep het zwaard over alle inwoners der aarde, spreekt de HEERE der heirscharen.

  10. Jeremia 25:30ca. 606 v.Chr.

    Gij zult dan al deze woorden tot hen profeteren, en gij zult tot hen zeggen: De HEERE zal brullen uit de hoogte, en Zijn stem verheffen uit de woning Zijner heiligheid; Hij zal schrikkelijk brullen over Zijn woonstede; Hij zal een vreugdegeschrei, als de druiven treders, uitroepen tegen alle inwoners der aarde.

  11. Jeremia 25:31ca. 606 v.Chr.

    Het geschal zal komen tot aan het einde der aarde; want de HEERE heeft een twist met de volken, Hij zal gericht houden met alle vlees; de goddelozen heeft Hij aan het zwaard overgegeven, spreekt de HEERE.

  12. Jeremia 25:32ca. 606 v.Chr.

    Zo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, een kwaad gaat er uit van volk tot volk. en een groot onweder zal er verwekt worden van de zijden der aarde.

  13. Jeremia 25:33ca. 606 v.Chr.

    En de verslagenen des HEEREN zullen te dien dage liggen van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde; zij zullen niet beklaagd, noch opgenomen, noch begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn.

  14. Jeremia 25:34ca. 606 v.Chr.

    Huilt, gij herders! en schreeuwt, en wentelt u in de as, gij heerlijken van de kudde! want uw dagen zijn vervuld, dat men slachten zal, en van uw verstrooiingen, dan zult gij vervallen als een kostelijk vat.

  15. Jeremia 25:35ca. 606 v.Chr.

    En de vlucht zal vergaan van de herders, en de ontkoming van de heerlijken der kudde.

  16. Jeremia 25:36ca. 606 v.Chr.

    Er zal zijn een stem des geroeps der herderen, en een gehuil der heerlijken van de kudde, omdat de HEERE hun weide verstoort.

  17. Jeremia 25:37ca. 606 v.Chr.

    Want de landouwen des vredes zullen uitgeroeid worden, vanwege de hittigheid des toorns des HEEREN.

  18. Jeremia 25:38ca. 606 v.Chr.

    Hij heeft, als een jonge leeuw, Zijn hutte verlaten; want hunlieder land is geworden tot een verwoesting, vanwege de hittigheid des verdrukkers, ja, vanwege de hittigheid Zijns toorns.

  19. Jeremia 26:1ca. 610 v.Chr.

    In het begin des koninkrijks van Jojakim, den zoon van Josia, koning van Juda, geschiedde dit woord van den HEERE, zeggende:

  20. Jeremia 26:2ca. 610 v.Chr.

    Zo zegt de HEERE: Sta in het voorhof van het huis des HEEREN, en spreek tot alle steden van Juda, die komen om aan te bidden in het huis des HEEREN, al de woorden, die Ik u geboden heb tot hen te spreken, doe er niet een woord af.

  21. Jeremia 26:3ca. 610 v.Chr.

    Misschien zullen zij horen, en zich bekeren, een iegelijk van zijn bozen weg; zo zou Ik berouw hebben over het kwaad, dat Ik hun denk te doen vanwege de boosheid hunner handelingen.

  22. Jeremia 26:4ca. 610 v.Chr.

    Zeg dan tot hen: Zo zegt de HEERE: Zo gijlieden naar Mij niet zult horen, dat gij wandelt in Mijn wet, die Ik voor uw aangezicht gegeven heb;

  23. Jeremia 26:5ca. 610 v.Chr.

    Horende naar de woorden Mijner knechten, de profeten, die Ik tot u zende, zelfs vroeg op zijnde en zendende; doch gij niet gehoord hebt;

  24. Jeremia 26:6ca. 610 v.Chr.

    Zo zal Ik dit huis stellen als Silo, en deze stad zal Ik stellen tot een vloek allen volken der aarde.

  25. Jeremia 26:7ca. 610 v.Chr.

    En de priesters, en de profeten, en al het volk, hoorden Jeremia deze woorden spreken in het huis des HEEREN.