Naar de inhoud

circa AD 48–96

Letters to the Churches

Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.

2,767 verzen · 21 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Hebreeën 10:23ca. 64 n.Chr.

    Laat ons de onwankelbare belijdenis der hoop vast houden; (want Die het beloofd heeft, is getrouw);

  2. Hebreeën 10:24ca. 64 n.Chr.

    En laat ons op elkander acht nemen, tot opscherping der liefde en der goede werken;

  3. Hebreeën 10:25ca. 64 n.Chr.

    En laat ons onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten, gelijk sommigen de gewoonte hebben, maar elkander vermanen; en dat zoveel te meer, als gij ziet, dat de dag nadert.

  4. Hebreeën 10:26ca. 64 n.Chr.

    Want zo wij willens zondigen, nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben, zo blijft er geen slachtoffer meer over voor de zonden;

  5. Hebreeën 10:27ca. 64 n.Chr.

    Maar een schrikkelijke verwachting des oordeels, en hitte des vuurs, dat de tegenstanders zal verslinden.

  6. Hebreeën 10:28ca. 64 n.Chr.

    Als iemand de wet van Mozes heeft te niet gedaan, die sterft zonder barmhartigheid, onder twee of drie getuigen;

  7. Hebreeën 10:29ca. 64 n.Chr.

    Hoeveel te zwaarder straf, meent gij, zal hij waardig geacht worden, die den Zoon van God vertreden heeft, en het bloed des testaments onrein geacht heeft, waardoor hij geheiligd was, en den Geest der genade smaadheid heeft aangedaan?

  8. Hebreeën 10:30ca. 64 n.Chr.

    Want wij kennen Hem, Die gezegd heeft: Mijn is de wraak, Ik zal het vergelden, spreekt de Heere. En wederom: De Heere zal Zijn volk oordelen.

  9. Hebreeën 10:31ca. 64 n.Chr.

    Vreselijk is het te vallen in de handen des levenden Gods.

  10. Hebreeën 10:32ca. 64 n.Chr.

    Doch gedenkt de vorige dagen, in dewelke, nadat gij verlicht zijt geweest, gij veel strijd des lijdens hebt verdragen.

  11. Hebreeën 10:33ca. 64 n.Chr.

    Ten dele, als gij door smaadheden en verdrukkingen een schouwspel geworden zijt; en ten dele, als gij gemeenschap gehad hebt met degenen, die alzo behandeld werden.

  12. Hebreeën 10:34ca. 64 n.Chr.

    Want gij hebt ook over mijn banden medelijden gehad, en de roving uwer goederen met blijdschap aangenomen, wetende, dat gij hebt in uzelven een beter en blijvend goed in de hemelen.

  13. Hebreeën 10:35ca. 64 n.Chr.

    Werpt dan uw vrijmoedigheid niet weg, welke een grote vergelding des loons heeft.

  14. Hebreeën 10:36ca. 64 n.Chr.

    Want gij hebt lijdzaamheid van node, opdat gij, den wil van God gedaan hebbende, de beloftenis moogt wegdragen;

  15. Hebreeën 10:37ca. 64 n.Chr.

    Want: Nog een zeer weinig tijds en Hij, Die te komen staat, zal komen, en niet vertoeven.

  16. Hebreeën 10:38ca. 64 n.Chr.

    Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven; en zo iemand zich onttrekt, Mijn ziel heeft in hem geen behagen.

  17. Hebreeën 10:39ca. 64 n.Chr.

    Maar wij zijn niet van degenen, die zich onttrekken ten verderve, maar van degenen, die geloven tot behouding der ziel.

  18. Hebreeën 11:1ca. 64 n.Chr.

    Het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet.

  19. Hebreeën 11:2ca. 64 n.Chr.

    Want door hetzelve hebben de ouden getuigenis bekomen.

  20. Hebreeën 11:3ca. 64 n.Chr.

    Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods is toebereid, alzo dat de dingen, die men ziet, niet geworden zijn uit dingen, die gezien worden.

  21. Hebreeën 11:4ca. 64 n.Chr.

    Door het geloof heeft Abel een meerdere offerande Gode geofferd dan Kain, door hetwelk hij getuigenis bekomen heeft, dat hij rechtvaardig was, alzo God over zijn gave getuigenis gaf; en door hetzelve geloof spreekt hij nog, nadat hij gestorven is.

  22. Hebreeën 11:5ca. 64 n.Chr.

    Door het geloof is Enoch weggenomen geweest, opdat hij den dood niet zou zien; en hij werd niet gevonden, daarom dat hem God weggenomen had; want voor zijn wegneming heeft hij getuigenis gehad, dat hij Gode behaagde.

  23. Hebreeën 11:6ca. 64 n.Chr.

    Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken.

  24. Hebreeën 11:7ca. 64 n.Chr.

    Door het geloof heeft Noach, door Goddelijke aanspraak vermaand zijnde van de dingen, die nog niet gezien werden, en bevreesd geworden zijnde, de ark toebereid tot behoudenis van zijn huisgezin; door welke ark hij de wereld heeft veroordeeld, en is geworden een erfgenaam der rechtvaardigheid, die naar het geloof is.

  25. Hebreeën 11:8ca. 64 n.Chr.

    Door het geloof is Abraham, geroepen zijnde, gehoorzaam geweest, om uit te gaan naar de plaats, die hij tot een erfdeel ontvangen zou; en hij is uitgegaan, niet wetende, waar hij komen zou.