Naar de inhoud

circa AD 48–96

Letters to the Churches

Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.

2,767 verzen · 21 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. 1 Timotheüs 5:18ca. 65 n.Chr.

    Want de Schrift zegt: Een dorsenden os zult gij niet muilbanden; en: De arbeider is zijn loon waardig.

  2. 1 Timotheüs 5:19ca. 65 n.Chr.

    Neem tegen een ouderling geen beschuldiging aan, anders dan onder twee of drie getuigen.

  3. 1 Timotheüs 5:20ca. 65 n.Chr.

    Bestraf die zondigen in tegenwoordigheid van allen, opdat ook de anderen vreze mogen hebben.

  4. 1 Timotheüs 5:21ca. 65 n.Chr.

    Ik betuig voor God, en den Heere Jezus Christus, en de uitverkoren engelen, dat gij deze dingen onderhoudt, zonder vooroordeel, niets doende naar toegenegenheid.

  5. 1 Timotheüs 5:22ca. 65 n.Chr.

    Leg niemand haastelijk de handen op, en heb geen gemeenschap aan anderer zonden; bewaar uzelven rein.

  6. 1 Timotheüs 5:23ca. 65 n.Chr.

    Drink niet langer water alleen, maar gebruik een weinig wijn, om uw maag en uw menigvuldige zwakheden.

  7. 1 Timotheüs 5:24ca. 65 n.Chr.

    Van sommige mensen zijn de zonden te voren openbaar, en gaan voor tot hun veroordeling; en in sommigen ook volgen zij na.

  8. 1 Timotheüs 5:25ca. 65 n.Chr.

    Desgelijks ook de goede werken zijn te voren openbaar, en daar het anders mede gelegen is, kunnen niet verborgen worden.

  9. 1 Timotheüs 6:1ca. 65 n.Chr.

    De dienstknechten, zovelen als er onder het juk zijn, zullen hun heren alle eer waardig achten, opdat de Naam van God, en de leer niet gelasterd worde.

  10. 1 Timotheüs 6:2ca. 65 n.Chr.

    En die gelovige heren hebben, zullen hen niet verachten, omdat zij broeders zijn; maar zullen hen te meer dienen, omdat zij gelovig en geliefd zijn, als die deze weldaad mede deelachtig zijn. Leer en vermaan deze dingen.

  11. 1 Timotheüs 6:3ca. 65 n.Chr.

    Indien iemand een andere leer leert, en niet overeenkomt met de gezonde woorden van onzen Heere Jezus Christus, en met de leer, die naar de godzaligheid is,

  12. 1 Timotheüs 6:4ca. 65 n.Chr.

    Die is opgeblazen, en weet niets, maar hij raast omtrent twist vragen en woordenstrijd; uit welke komt nijd, twist, lasteringen, kwade nadenkingen.

  13. 1 Timotheüs 6:5ca. 65 n.Chr.

    Verkeerde krakelingen van mensen, die een verdorven verstand hebben, en van de waarheid beroofd zijn, menende, dat de godzaligheid een gewin zij. Wijk af van dezulken.

  14. 1 Timotheüs 6:6ca. 65 n.Chr.

    Doch de godzaligheid is een groot gewin met vergenoeging.

  15. 1 Timotheüs 6:7ca. 65 n.Chr.

    Want wij hebben niets in de wereld gebracht, het is openbaar, dat wij ook niet kunnen iets daaruit dragen.

  16. 1 Timotheüs 6:8ca. 65 n.Chr.

    Maar als wij voedsel en deksel hebben, wij zullen daarmede vergenoegd zijn.

  17. 1 Timotheüs 6:9ca. 65 n.Chr.

    Doch die rijk willen worden, vallen in verzoeking, en in den strik, en in vele dwaze en schadelijke begeerlijkheden, welke de mensen doen verzinken in verderf en ondergang.

  18. 1 Timotheüs 6:10ca. 65 n.Chr.

    Want de geldgierigheid is een wortel van alle kwaad, tot welke sommigen lust hebbende zijn afgedwaald van het geloof, en hebben zichzelven met vele smarten doorstoken.

  19. 1 Timotheüs 6:11ca. 65 n.Chr.

    Maar gij, o mens Gods, vlied deze dingen; en jaag naar gerechtigheid, godzaligheid, geloof, liefde, lijdzaamheid, zachtmoedigheid.

  20. 1 Timotheüs 6:12ca. 65 n.Chr.

    Strijd den goeden strijd des geloofs, grijp naar het eeuwige leven, tot hetwelk gij ook geroepen zijt, en de goede belijdenis beleden hebt voor vele getuigen.

  21. 1 Timotheüs 6:13ca. 65 n.Chr.

    Ik beveel u voor God, Die alle ding levend maakt, en voor Christus Jezus, Die onder Pontius Pilatus de goede belijdenis betuigd heeft,

  22. 1 Timotheüs 6:14ca. 65 n.Chr.

    Dat gij dit gebod houdt, onbevlekt en onberispelijk, tot op de verschijning van onzen Heere Jezus Christus;

  23. 1 Timotheüs 6:15ca. 65 n.Chr.

    Welke te Zijner tijd vertonen zal de zalige en alleen machtige Heere, de Koning der koningen, en Heere der heren;

  24. 1 Timotheüs 6:16ca. 65 n.Chr.

    Die alleen onsterfelijkheid heeft, en een ontoegankelijk licht bewoont; Denwelken geen mens gezien heeft, noch zien kan; Welken zij eer en eeuwige kracht. Amen.

  25. 1 Timotheüs 6:17ca. 65 n.Chr.

    Beveel den rijken in deze tegenwoordige wereld, dat zij niet hoogmoedig zijn, noch hun hoop stellen op de ongestadigheid des rijkdoms, maar op den levenden God, Die ons alle dingen rijkelijk verleent, om te genieten;