Naar de inhoud

circa AD 48–96

Letters to the Churches

Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.

2,767 verzen · 21 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. 2 Johannes 1:11ca. 90 n.Chr.

    Want die tot hem zegt: Zijt gegroet, die heeft gemeenschap aan zijn boze werken.

  2. 2 Johannes 1:12ca. 90 n.Chr.

    Ik heb veel aan ulieden te schrijven, doch ik heb niet gewild door papier en inkt; maar ik hoop tot ulieden te komen, en mond tot mond met u te spreken, opdat onze blijdschap volkomen moge zijn.

  3. 2 Johannes 1:13ca. 90 n.Chr.

    U groeten de kinderen van uw zuster, de uitverkorene. Amen.

  4. 3 Johannes 1:1ca. 90 n.Chr.

    De ouderling aan den geliefden Gajus, welken ik in waarheid liefheb.

  5. 3 Johannes 1:2ca. 90 n.Chr.

    Geliefde, voor alle dingen wens ik, dat gij welvaart en gezond zijt, gelijk uw ziel welvaart.

  6. 3 Johannes 1:3ca. 90 n.Chr.

    Want ik ben zeer verblijd geweest, als de broeders kwamen, en getuigden van uw waarheid, gelijk gij in de waarheid wandelt.

  7. 3 Johannes 1:4ca. 90 n.Chr.

    Ik heb geen meerdere blijdschap dan hierin, dat ik hoor, dat mijn kinderen in de waarheid wandelen.

  8. 3 Johannes 1:5ca. 90 n.Chr.

    Geliefde, gij doet trouwelijk, in al hetgeen gij doet aan de broederen en aan de vreemdelingen,

  9. 3 Johannes 1:6ca. 90 n.Chr.

    Die getuigd hebben van uw liefde, in de tegenwoordigheid der Gemeente; welken indien gij geleide doet, gelijk het Gode waardig is, zo zult gij weldoen.

  10. 3 Johannes 1:7ca. 90 n.Chr.

    Want zij zijn voor Zijn Naam uitgegaan, niets nemende van de heidenen.

  11. 3 Johannes 1:8ca. 90 n.Chr.

    Wij dan zijn schuldig de zodanigen te ontvangen, opdat wij medearbeiders mogen worden der waarheid.

  12. 3 Johannes 1:9ca. 90 n.Chr.

    Ik heb aan de Gemeente geschreven; maar Diotrefes, die onder hen zoekt de eerste te zijn, neemt ons niet aan.

  13. 3 Johannes 1:10ca. 90 n.Chr.

    Daarom, indien ik kom, zo zal ik in gedachtenis brengen zijn werken, die hij doet, met boze woorden snaterende tegen ons; en hiermede niet vergenoegd zijnde, zo ontvangt hij zelf de broeders niet, en verhindert degenen, die het willen doen, en werpt ze uit de Gemeente.

  14. 3 Johannes 1:11ca. 90 n.Chr.

    Geliefde, volgt het kwade niet na, maar het goede. Die goed doet, is uit God; maar die kwaad doet, heeft God niet gezien.

  15. 3 Johannes 1:12ca. 90 n.Chr.

    Aan Demetrius wordt getuigenis gegeven van allen, en van de waarheid zelve; en wij getuigen ook, en gij weet, dat onze getuigenis waarachtig is.

  16. 3 Johannes 1:13ca. 90 n.Chr.

    Ik had veel te schrijven, maar ik wil u niet schrijven met inkt en pen;

  17. 3 Johannes 1:14ca. 90 n.Chr.

    Maar ik hoop u haast te zien, en wij zullen mond tot mond spreken. [ (III John 1:15) Vrede zij u. De vrienden groeten u. Groet de vrienden met name. ]

  18. Judas 1:1ca. 66 n.Chr.

    Judas, een dienstknecht van Jezus Christus, en broeder van Jakobus, aan de geroepenen, die door God den Vader geheiligd zijn, en door Jezus Christus bewaard:

  19. Judas 1:2ca. 66 n.Chr.

    Barmhartigheid, en vrede, en liefde zij u vermenigvuldigd.

  20. Judas 1:3ca. 66 n.Chr.

    Geliefden, alzo ik alle naarstigheid doe om u te schrijven van de gemene zaligheid, zo heb ik noodzaak gehad aan u te schrijven en u te vermanen, dat gij strijdt voor het geloof, dat eenmaal den heiligen overgeleverd is.

  21. Judas 1:4ca. 66 n.Chr.

    Want er zijn sommige mensen ingeslopen, die eertijds tot ditzelfde oordeel te voren opgeschreven zijn, goddelozen, die de genade onzes Gods veranderen in ontuchtigheid, en de enigen Heerser, God, en onzen Heere Jezus Christus verloochenen.

  22. Judas 1:5ca. 66 n.Chr.

    Maar ik wil u indachtig maken, als die dit eenmaal weet, dat de Heere, het volk uit Egypteland verlost hebbende, wederom degenen, die niet geloofden, verdorven heeft.

  23. Judas 1:6ca. 66 n.Chr.

    En de engelen, die hun beginsel niet bewaard hebben, maar hun eigen woonstede verlaten hebben, heeft Hij tot het oordeel des groten dags met eeuwige banden onder de duisternis bewaard.

  24. Judas 1:7ca. 66 n.Chr.

    Gelijk Sodoma en Gomorra, en de steden rondom dezelve, die op gelijke wijze als deze gehoereerd hebben, en ander vlees zijn nagegaan, tot een voorbeeld voorgesteld zijn, dragende de straf des eeuwigen vuurs.

  25. Judas 1:8ca. 66 n.Chr.

    Desgelijks evenwel ook dezen, in slaap gebracht zijnde, verontreinigen het vlees, en verwerpen de heerschappij, en lasteren de heerlijkheden.