Naar de inhoud
Job 19:13-22

Volledige afzondering en lichamelijk verval

Job 19:13-22
13
Mijn broeders heeft Hij verre van mij gedaan; en die mij kennen, zekerlijk, zij zijn van mij vervreemd.
14
Mijn nabestaanden houden op, en mijn bekenden vergeten mij.
15
Mijn huisgenoten en mijn dienstmaagden achten mij voor een vreemde; een uitlander ben ik in hun ogen.
16
Ik riep mijn knecht, en hij antwoordde niet; ik smeekte met mijn mond tot hem.
17
Mijn adem is mijn huisvrouw vreemd; en ik smeek om der kinderen mijns buiks wil.
18
Ook versmaden mij de jonge kinderen; sta ik op, zo spreken zij mij tegen.
19
Alle mensen mijns heimelijken raads hebben een gruwel aan mij; en die ik liefhad, zijn tegen mij gekeerd.
20
Mijn gebeente kleeft aan mijn huid en aan mijn vlees; en ik ben ontkomen met de huid mijner tanden.
21
Ontfermt u mijner, ontfermt u mijner, o gij, mijn vrienden! want de hand Gods heeft mij aangeraakt.
22
Waarom vervolgt gij mij als God, en wordt niet verzadigd van mijn vlees?
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Reading Width 45 chars

Options