Naar de inhoud

Bijbelverzen over The Tribe Of Gad

93 verzen · 25 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Doch zij werden geholpen tegen hen, en de Hagarenen werden in hun hand gegeven, en allen, die met hen waren; omdat zij tot God riepen in den krijg, zo liet Hij Zich van hen verbidden, dewijl zij op Hem vertrouwden.

  2. En zij voerden hun vee gevankelijk weg; van hun kemelen vijftig duizend, en tweehonderd en vijftig duizend schapen, en twee duizend ezelen, en honderd duizend zielen der mensen.

  3. Want er vielen vele verwonden, dewijl de strijd van God was; en zij woonden in hun plaats, totdat zij gevankelijk weggevoerd werden.

  4. Ook scheidden zich van de Gadieten af tot David, in die vesting naar de woestijn, kloeke helden, krijgslieden ten oorlog, toegerust met rondas en schild; en hun aangezichten waren aangezichten der leeuwen; en zij waren als de reeen op de bergen in snelheid.

  5. Ezer was het hoofd; Obadja de tweede; Eliab de derde;

  6. Mismanna de vierde; Jirmeja de vijfde;

  7. Attai de zesde; Eliel de zevende;

  8. Johanan de achtste; Elzabad de negende;

  9. Jirmeja de tiende; Machbannai de elfde.

  10. Dezen waren van de kinderen van Gad, hoofden des heirs; een van de kleinsten was over honderd, en de grootste over duizend.

  11. Deze zelfden zijn het, die over de Jordaan gingen in de eerste maand, toen dezelve vol was aan al haar oevers; en zij verdreven al de inwoners der laagten, tegen het oosten en tegen het westen.

  12. Daal neder uit uw heerlijkheid, en woon in dorst, gij inwoneres, gij dochter van Dibon! want Moabs verstoorder is tegen u opgetogen, hij heeft uw vestingen verdorven.

  13. Sta aan den weg, en zie toe, gij inwoneres van Aroer! Vraag den vluchtenden man en de ontkomene vrouw; zeg: Wat is er geschied?

  14. Moab is beschaamd, want hij is verslagen; huilt en krijt! verkondigt te Arnon, dat Moab verstoord is.

  15. En het oordeel is gekomen over het vlakke land; over Holon, en over Jahza, en over Mefaath.

  16. En over Dibon, en over Nebo, en over Beth-Diblathaim,

  17. En over Kirjathaim, en over Beth-Gamul, en over Beth-Meon,

  18. En over Kerioth, en over Bozra; ja, over alle steden van Moabs land, die verre en die nabij zijn.