Skip to content

Bijbelverzen over Remorse: General references

49 verzen · 1 aspect

Verzen over General references

Filter op boek
  1. Wees mij genadig, HEERE! want mij is bange; van verdriet is doorknaagd mijn oog, mijn ziel en mijn buik.

  2. O HEERE! straf mij niet in Uw groten toorn, en kastijd mij niet in Uw grimmigheid.

  3. Want Uw pijlen zijn in mij gedaald, en Uw hand is op mij nedergedaald.

  4. Er is niets geheels in mijn vlees, vanwege Uw gramschap; er is geen vrede in mijn beenderen, vanwege mijn zonde.

  5. Want mijn ongerechtigheden gaan over mijn hoofd; als een zware last zijn zij mij te zwaar geworden.

  6. Mijn etterbuilen stinken, zij zijn vervuild, vanwege mijn dwaasheid.

  7. Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

  8. Toen de profeet Nathan tot hem was gekomen, nadat hij tot Bathseba was ingegaan.

  9. Wees mij genadig, o God! naar Uw goedertierenheid; delg mijn overtreding uit, naar de grootheid Uwer barmhartigheden.

  10. Was mij wel van mijn ongerechtigheid, en reinig mij van mijn zonde.

  11. Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, en in zonde heeft mij mijn moeder ontvangen.

  12. Zie, Gij hebt lust tot waarheid in het binnenste, en in het verborgene maakt Gij mij wijsheid bekend.

  13. Ontzondig mij met hysop, en ik zal rein zijn; was mij, en ik zal witter zijn dan sneeuw.

  14. Doe mij vreugde en blijdschap horen; dat de beenderen zich verheugen, die Gij verbrijzeld hebt.

  15. Verberg Uw aangezicht van mijn zonden, en delg uit al mijn ongerechtigheden.

  16. Schep mij een rein hart, o God! en vernieuw in het binnenste van mij een vasten geest.

  17. Verwerp mij niet van Uw aangezicht, en neem Uw Heiligen Geest niet van mij.

  18. Geef mij weder de vreugde Uws heils; en de vrijmoedige geest ondersteune mij.

  19. Zo zal ik de overtreders Uw wegen leren; en de zondaars zullen zich tot U bekeren.

  20. Verlos mij van bloedschulden, o God, Gij, God mijns heils! zo zal mijn tong Uw gerechtigheid vrolijk roemen.

  21. Heere, open mijn lippen, zo zal mijn mond Uw lof verkondigen.

  22. En gij al Mijn raad verworpen, en Mijn bestraffing niet gewild hebt;

  23. Zo zal Ik ook in ulieder verderf lachen; Ik zal spotten, wanneer uw vreze komt.

  24. Wanneer uw vreze komt gelijk een verwoesting, en uw verderf aankomt als een wervelwind; wanneer u benauwdheid en angst overkomt;

  25. Nu dan, gij kinderen! hoort naar mij, en wijkt niet van de redenen mijns monds.