Naar de inhoud

Bijbelverzen over Prayer

720 verzen · 120 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Dan zult gij Mij aanroepen, en henengaan, en tot Mij bidden; en Ik zal naar u horen.

  2. En gij zult Mij zoeken en vinden, wanneer gij naar Mij zult vragen met uw ganse hart.

  3. Zij zullen komen met geween, en met smekingen zal Ik hen voeren; Ik zal hen leiden aan de waterbeken, in een rechten weg, waarin zij zich niet zullen stoten; want Ik ben Israel tot een Vader, en Efraim is Mijn eerstgeborene.

  4. Roep tot Mij, en Ik zal u antwoorden, en Ik zal u bekend maken grote en vaste dingen, die gij niet weet.

  5. Misschien zal hunlieder smeking voor des HEEREN aangezicht nedervallen, en zij zullen zich bekeren, een iegelijk van zijn bozen weg; want groot is de toorn en de grimmigheid, die de HEERE tegen dit volk heeft uitgesproken.

  6. En het gebeurde ten einde van tien dagen, dat des HEEREN woord tot Jeremia geschiedde.

  7. Tsade. De HEERE is rechtvaardig, want ik ben Zijn mond wederspannig geweest; hoort toch, alle gij volken, en ziet mijn smart; mijn jonkvrouwen en mijn jongelingen zijn in de gevangenis gegaan.

  8. Thau. Laat al hun kwaad voor Uw aangezicht komen, en doe hun, gelijk als Gij mij gedaan hebt vanwege al mijn overtredingen; want mijn zuchtingen zijn vele, en mijn hart is mat.

  9. Koph. Maak u op, maak geschrei des nachts in het begin der nachtwaken, stort uw hart uit voor het aangezicht des Heeren als water; hef uw handen tot Hem op voor de ziel uwer kinderkens, die in onmacht gevallen zijn van honger, vooraan op alle straten.

  10. Teth. De HEERE is goed dengenen, die Hem verwachten, der ziele, die Hem zoekt.

  11. Nun. Laat ons onze harten opheffen, mitsgaders de handen, tot God in den hemel, zeggende:

  12. Nun. Wij hebben overtreden, en wij zijn wederspannig geweest, daarom hebt Gij niet gespaard.

  13. Koph. Gij hebt mijn stem gehoord, verberg Uw oor niet voor mijn zuchten, voor mijn roepen.

  14. Koph. Gij hebt U genaderd ten dage, als ik U aanriep; Gij hebt gezegd: Vrees niet!

  15. Resch. Heere! Gij hebt de twistzaken mijner ziel getwist, Gij hebt mijn leven verlost.

  16. Resch. Heere! Gij hebt gezien de verkeerdheid, die men mij aangedaan heeft, oordeel mijn rechtzaak.

  17. Resch. Gij hebt al hun wraak gezien, al hun gedachten tegen mij.

  18. Schin. HEERE! Gij hebt hun smaden gehoord, en al hun gedachten tegen mij;

  19. Schin. De lippen dergenen, die tegen mij opstaan, en hun dichten tegen mij den gansen dag.

  20. Schin. Aanschouw hun zitten en opstaan; ik ben hun snarenspel.

  21. Thau. HEERE! geef hun weder die vergelding, naar het werk hunner handen.

  22. Thau. Geef hun een deksel des harten; Uw vloek zij over hen!

  23. Thau. Vervolg ze met toorn, en verdelg ze van onder den hemel des HEEREN.

  24. De kroon onzes hoofds is afgevallen; o wee nu onzer, dat wij zo gezondigd hebben!

  25. Alzo zegt de Heere HEERE: Daarenboven zal Ik hierom van het huis Israels verzocht worden, dat Ik het hun doe; Ik zal ze vermenigvuldigen van mensen, als schapen.