Skip to content

Bijbelverzen over Prayer: Answered

58 verzen · 120 aspecten

Verzen over Answered

Filter op boek
  1. Opdat Hij op hem het geroep des armen brenge, en het geroep der ellendigen verhore.

  2. Doch Gij, HEERE! zijt een Schild voor mij, mijn eer, en Die mijn hoofd opheft.

  3. Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.

  4. Mijn oog is doorknaagd van verdriet, is veroud, vanwege al mijn tegenpartijders.

  5. Wijkt van mij, al gij werkers der ongerechtigheid; want de HEERE heeft de stem mijns geweens gehoord.

  6. Banden der hel omringden mij, strikken des doods bejegenden mij.

  7. O HEERE! de koning is verblijd over Uw sterkte; en hoezeer is hij verheugd over Uw heil!

  8. Want Gij komt hem voor met zegeningen van het goede; op zijn hoofd zet Gij een kroon van fijn goud.

  9. Doch Gij zijt heilig, wonende onder de lofzangen Israels.

  10. Op U hebben onze vaders vertrouwd; zij hebben vertrouwd, en Gij hebt hen uitgeholpen.

  11. Gij, die den HEERE vreest! prijst Hem; al gij zaad van Jakob! vereert Hem; en ontziet u voor Hem, al gij zaad van Israel!

  12. Geloofd zij de HEERE, want Hij heeft de stem mijner smekingen gehoord.

  13. Ik zal U verhogen, HEERE, want Gij hebt mij opgetrokken, en mijn vijanden over mij niet verblijd.

  14. HEERE, mijn God! ik heb tot U geroepen, en Gij hebt mij genezen.

  15. Geloofd zij de HEERE, want Hij heeft Zijn goedertierenheid aan mij wonderlijk gemaakt, mij voerende als in een vaste stad.

  16. Gimel. Maakt den HEERE met mij groot, en laat ons Zijn Naam samen verhogen.

  17. Daleth. Ik heb den HEERE gezocht, en Hij heeft mij geantwoord, en mij uit al mijn vrezen gered.

  18. He. Vau. Zij hebben op Hem gezien, ja, Hem als een waterstroom aangelopen; en hun aangezichten zijn niet schaamrood geworden.

  19. Davids psalm, voor den opperzangmeester.

  20. Maar zeker, God heeft gehoord; Hij heeft gemerkt op de stem mijns gebeds.

  21. Geloofd zij God, Die mijn gebed niet heeft afgewend, noch Zijn goedertierenheid van mij.

  22. Een psalm van Asaf, voor den opperzangmeester, over Jeduthun.

  23. Mijn stem is tot God, en ik roep; mijn stem is tot God, en Hij zal het oor tot mij neigen.

  24. Ik heb zijn schouder van den last onttrokken; zijn handen zijn van de potten ontslagen.

  25. Mozes en Aaron waren onder Zijn priesters, en Samuel onder de aanroepers Zijns Naams; zij riepen tot den HEERE, en Hij verhoorde hen.