Skip to content

Bijbelverzen over Peace: Social

48 verzen · 38 aspecten

Verzen over Social

Filter op boek
  1. En hij zond zijn broeders heen; en zij vertrokken; en hij zeide tot hen: Verstoort u niet op den weg.

  2. Ook zal Ik vrede geven in het land, dat gij zult te slapen liggen, en niemand zij, die verschrikke; en Ik zal het boos gedierte uit het land doen ophouden, en het zwaard zal door uw land niet doorgaan.

  3. Want met de stenen des velds zal uw verbond zijn, en het gedierte des velds zal met u bevredigd zijn.

  4. En gij zult bevinden, dat uw tent in vrede is; en gij zult uw woning verzorgen, en zult niet feilen.

  5. Nun. Bewaar uw tong van het kwaad, en uw lippen van bedrog te spreken.

  6. Mijn ziel heeft lang gewoond bij degenen, die den vrede haten.

  7. Ik ben vreedzaam; maar als ik spreek, zijn zij aan den oorlog.

  8. Een lied Hammaaloth, van David. Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het, dat broeders ook samenwonen.

  9. Bedrog is in het hart dergenen, die kwaad smeden; maar degenen die vrede raden, hebben blijdschap.

  10. Beter is een gerecht van groen moes, waar ook liefde is, dan een gemeste os, en haat daarbij.

  11. Als iemands wegen den HEERE behagen, zo zal Hij ook zijn vijanden met hem bevredigen.

  12. Een droge bete, en rust daarbij, is beter, dan een huis vol van geslachte beesten met twist.

  13. Het begin des krakeels is gelijk een, die het water opening geeft; daarom verlaat den twist, eer hij zich vermengt.

  14. Het is eer voor een man, van twist af te blijven; maar ieder dwaas zal er zich in mengen.

  15. Een hand vol met rust is beter, dan beide de vuisten vol met arbeid en kwelling des geestes.

  16. En Hij zal rechten onder de heidenen, en bestraffen vele volken; en zij zullen hun zwaarden slaan tot spaden, en hun spiesen tot sikkelen; het ene volk zal tegen het andere volk geen zwaard opheffen, en zij zullen geen oorlog meer leren.

  17. Ik formeer het licht, en schep de duisternis; Ik maak den vrede en schep het kwaad, Ik, de HEERE, doe al deze dingen.

  18. En zoekt den vrede der stad, waarhenen Ik u gevankelijk heb doen wegvoeren, en bidt voor haar tot den HEERE; want in haar vrede zult gij vrede hebben.

  19. En Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid; ja, Ik zal u Mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht, en in goedertierenheid en in barmhartigheden.

  20. Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het vasten der vierde, en het vasten der vijfde, en het vasten der zevende, en het vasten der tiende maand, zal den huize van Juda tot vreugde, en tot blijdschap, en tot vrolijke hoogtijden wezen; hebt dan de waarheid en den vrede lief.

  21. Zalig zijn de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genaamd worden.

  22. En de ene broeder zal den anderen broeder overleveren tot den dood, en de vader het kind, en de kinderen zullen opstaan tegen de ouders, en zullen hen doden.

  23. En gij zult van allen gehaat worden om Mijn Naam; maar die volstandig zal blijven tot het einde, die zal zalig worden.

  24. Meent niet, dat Ik gekomen ben, om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.

  25. Want Ik ben gekomen, om den mens tweedrachtig te maken tegen zijn vader, en de dochter tegen haar moeder, en de schoondochter tegen haar schoonmoeder.