Naar de inhoud

circa 1446–1406 BC

The Wilderness Years

Forty years of wandering in the desert test Israel's faith and prepare a new generation to enter the promised land.

2,247 verzen · 2 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Deuteronomium 15:11ca. 1451 v.Chr.

    Want de arme zal niet ophouden uit het midden des lands; daarom gebiede ik u, zeggende: Gij zult uw hand mildelijk opendoen aan uw broeder, aan uw bedrukten en aan uw armen in uw land.

  2. Deuteronomium 15:12ca. 1451 v.Chr.

    Wanneer uw broeder, een Hebreer of een Hebreinne, aan u verkocht zal zijn, zo zal hij u zes jaren dienen; maar in het zevende jaar zult gij hem vrij van u laten gaan.

  3. Deuteronomium 15:13ca. 1451 v.Chr.

    En als gij hem vrij van u gaan laat, zo zult gij hem niet ledig laten gaan:

  4. Deuteronomium 15:14ca. 1451 v.Chr.

    Gij zult hem rijkelijk opleggen van uw kudde, en van uw dorsvloer, en van uw wijnpers; waarin u de HEERE, uw God, gezegend heeft, daarvan zult gij hem geven.

  5. Deuteronomium 15:15ca. 1451 v.Chr.

    En gij zult gedenken, dat gij een dienstknecht in Egypteland geweest zijt, en dat u de HEERE, uw God, verlost heeft; daarom gebiede ik u heden deze zake.

  6. Deuteronomium 15:16ca. 1451 v.Chr.

    Maar het zal geschieden, als hij tot u zeggen zal: Ik zal niet van u uitgaan, omdat hij u en uw huis liefheeft, dewijl het hem wel bij u is;

  7. Deuteronomium 15:17ca. 1451 v.Chr.

    Zo zult gij een priem nemen, en steken in zijn oor en in de deur, en hij zal eeuwiglijk uw dienstknecht zijn; en aan uw dienstmaagd zult gij ook alzo doen.

  8. Deuteronomium 15:18ca. 1451 v.Chr.

    Het zal niet hard zijn in uw ogen, als gij hem vrij van u gaan laat; want als een dubbel-loons-dagloner heeft hij u zes jaren gediend; zo zal u de HEERE, uw God, zegenen in alles, wat gij doen zult.

  9. Deuteronomium 15:19ca. 1451 v.Chr.

    Al het eerstgeborene, dat onder uw runderen en onder uw schapen zal geboren worden, zijnde mannelijk, zult gij den HEERE, uw God, heiligen; gij zult niet arbeiden met den eerstgeborene van uw os, noch de eerstgeborene uwer schapen scheren.

  10. Deuteronomium 15:20ca. 1451 v.Chr.

    Voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, zult gij ze jaar op jaar eten in de plaats, die de HEERE zal verkiezen, gij en uw huis.

  11. Deuteronomium 15:21ca. 1451 v.Chr.

    Doch als enig gebrek daaraan zal zijn, hetzij mank of blind, of enig kwaad gebrek, zo zult gij het den HEERE, uw God, niet offeren;

  12. Deuteronomium 15:22ca. 1451 v.Chr.

    In uw poorten zult gij het eten; de onreine en de reine te zamen, als een ree, en als een hert,

  13. Deuteronomium 15:23ca. 1451 v.Chr.

    Zijn bloed alleen zult gij niet eten; gij zult het op de aarde uitgieten als water.

  14. Deuteronomium 16:1ca. 1451 v.Chr.

    Neemt waar de maand Abib, dat gij den HEERE, uw God, pascha houdt; want in de maand Abib heeft u de HEERE, uw God, uit Egypteland uitgevoerd, bij nacht.

  15. Deuteronomium 16:2ca. 1451 v.Chr.

    Dan zult gij den HEERE, uw God, het pascha slachten, schapen en runderen, in de plaats, die de HEERE verkiezen zal, om Zijn Naam aldaar te doen wonen.

  16. Deuteronomium 16:3ca. 1451 v.Chr.

    Gij zult niets gedesemds op hetzelve eten; zeven dagen zult gij ongezuurde op hetzelve eten, een brood der ellende, (want in der haast zijt gij uit Egypteland uitgetogen); opdat gij gedenkt aan den dag van uw uittrekken uit Egypteland, al de dagen uws levens.

  17. Deuteronomium 16:4ca. 1451 v.Chr.

    Er zal bij u in zeven dagen geen zuurdeeg gezien worden in enige uwer landpalen; ook zal van het vlees, dat gij aan den avond van den eersten dag geslacht zult hebben, niets tot den morgen overnachten.

  18. Deuteronomium 16:5ca. 1451 v.Chr.

    Gij zult het pascha niet mogen slachten in een uwer poorten, die de HEERE, uw God, u geeft.

  19. Deuteronomium 16:6ca. 1451 v.Chr.

    Maar aan de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal om daar Zijn Naam te doen wonen, aldaar zult gij het pascha slachten aan den avond, als de zon ondergaat, ter bestemder tijd van uw uittrekken uit Egypte.

  20. Deuteronomium 16:7ca. 1451 v.Chr.

    Dan zult gij het koken en eten in de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal; daarna zult gij u des morgens keren, en heengaan naar uw tenten.

  21. Deuteronomium 16:8ca. 1451 v.Chr.

    Zes dagen zult gij ongezuurde broden eten, en aan den zevenden dag is een verbods dag den HEERE, uw God; dan zult gij geen werk doen.

  22. Deuteronomium 16:9ca. 1451 v.Chr.

    Zeven weken zult gij u tellen; van dat men met de sikkel begint in het staande koren, zult gij de zeven weken beginnen te tellen.

  23. Deuteronomium 16:10ca. 1451 v.Chr.

    Daarna zult gij den HEERE, uw God, het feest der weken houden; het zal een vrijwillige schatting uwer hand zijn, dat gij geven zult, naardat u de HEERE, uw God, zal gezegend hebben.

  24. Deuteronomium 16:11ca. 1451 v.Chr.

    En gij zult vrolijk zijn voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, gij, en uw zoon, en uw dochter, en uw dienstknecht, en uw dienstmaagd, en de Leviet, die in uw poorten is, en de vreemdeling, en de wees, en de weduwe, die in het midden van u zijn; in de plaats, die de HEERE, uw God, zal verkiezen, om Zijnen Naam aldaar te doen wonen.

  25. Deuteronomium 16:12ca. 1451 v.Chr.

    En gij zult gedenken, dat gij een dienstknecht geweest zijt in Egypte; en gij zult deze inzettingen houden en doen.