Naar de inhoud

circa 1446–1406 BC

The Wilderness Years

Forty years of wandering in the desert test Israel's faith and prepare a new generation to enter the promised land.

2,247 verzen · 2 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Deuteronomium 17:16ca. 1451 v.Chr.

    Maar hij zal voor zich de paarden niet vermenigvuldigen, en het volk niet doen wederkeren naar Egypte, om paarden te vermenigvuldigen; terwijl de HEERE ulieden gezegd heeft: Gij zult voortaan niet wederkeren door dezen weg.

  2. Deuteronomium 17:17ca. 1451 v.Chr.

    Ook zal hij voor zich de vrouwen niet vermenigvuldigen, opdat zijn hart niet afwijke; hij zal ook voor zich geen zilver en goud zeer vermenigvuldigen.

  3. Deuteronomium 17:18ca. 1451 v.Chr.

    Voorts zal het geschieden, als hij op den stoel zijns koninkrijks zal zitten, zo zal hij zich een dubbel van deze wet afschrijven in een boek, uit hetgeen voor het aangezicht der Levietische priesteren is;

  4. Deuteronomium 17:19ca. 1451 v.Chr.

    En het zal bij hem zijn, en hij zal daarin lezen al de dagen zijns levens; opdat hij den HEERE, zijn God, lere vrezen, om te bewaren al de woorden dezer wet en deze inzettingen, om die te doen;

  5. Deuteronomium 17:20ca. 1451 v.Chr.

    Dat zijn hart zich niet verheffe boven zijn broederen, en dat hij niet afwijke van het gebod, ter rechterhand of ter linkerhand; opdat hij de dagen verlenge in zijn koninkrijk, hij en zijn zonen, in het midden van Israel.

  6. Deuteronomium 18:1ca. 1451 v.Chr.

    De Levietische priesteren, de ganse stam van Levi, zullen geen deel noch erve hebben met Israel; de vuuroffers des HEEREN en zijn erfdeel zullen zij eten.

  7. Deuteronomium 18:2ca. 1451 v.Chr.

    Daarom zal hij geen erfdeel hebben in het midden zijner broederen; de HEERE is zijn Erfdeel, gelijk als Hij tot hem gesproken heeft.

  8. Deuteronomium 18:3ca. 1451 v.Chr.

    Dit nu zal het recht der priesters zijn van het volk, van hen, die een offerande offeren, hetzij een os, of klein vee: dat hij den priester zal geven den schouder, en beide kinnebakken, en de pens.

  9. Deuteronomium 18:4ca. 1451 v.Chr.

    De eerstelingen van uw koren, van uw most en van uw olie, en de eerstelingen van de beschering uwer schapen zult gij hem geven;

  10. Deuteronomium 18:5ca. 1451 v.Chr.

    Want de HEERE, uw God, heeft hem uit al uw stammen verkoren, dat hij sta, om te dienen in den Naam des HEEREN, hij en zijn zonen, te allen dage.

  11. Deuteronomium 18:6ca. 1451 v.Chr.

    Voorts wanneer een Leviet zal komen uit een uwer poorten, uit gans Israel, alwaar hij woont, en hij komt naar alle begeerte zijner ziel, tot de plaats, die de HEERE zal hebben verkoren;

  12. Deuteronomium 18:7ca. 1451 v.Chr.

    En hij dienen zal in den Naam des HEEREN, zijns Gods, als al zijn broederen, de Levieten, die aldaar voor het aangezicht des HEEREN staan;

  13. Deuteronomium 18:8ca. 1451 v.Chr.

    Zo zullen zij een gelijk deel eten, boven zijn verkoping bij de vaderen.

  14. Deuteronomium 18:9ca. 1451 v.Chr.

    Wanneer gij komt in het land, dat de HEERE, uw God, u geven zal, zo zult gij niet leren te doen naar de gruwelen van dezelve volken.

  15. Deuteronomium 18:10ca. 1451 v.Chr.

    Onder u zal niet gevonden worden, die zijn zoon of zijn dochter door het vuur doet doorgaan, die met waarzeggerijen omgaat, een guichelaar, of die op vogelgeschrei acht geeft, of tovenaar.

  16. Deuteronomium 18:11ca. 1451 v.Chr.

    Of een bezweerder, die met bezwering omgaat, of die een waarzeggenden geest vraagt, of een duivelskunstenaar, of die de doden vraagt.

  17. Deuteronomium 18:12ca. 1451 v.Chr.

    Want al wie zulks doet, is den HEERE een gruwel; en om dezer gruwelen wil verdrijft hen de HEERE, uw God, voor uw aangezicht uit de bezitting.

  18. Deuteronomium 18:13ca. 1451 v.Chr.

    Oprecht zult gij zijn met den HEERE, uw God.

  19. Deuteronomium 18:14ca. 1451 v.Chr.

    Want deze volken, die gij zult erven, horen naar guichelaars en waarzeggers; maar u aangaande, de HEERE, uw God, heeft u zulks niet toegelaten.

  20. Deuteronomium 18:15ca. 1451 v.Chr.

    Een Profeet, uit het midden van u, uit uw broederen, als mij, zal u de HEERE, uw God, verwekken; naar Hem zult gij horen;

  21. Deuteronomium 18:16ca. 1451 v.Chr.

    Naar alles, wat gij van den HEERE, uw God, aan Horeb, ten dage der verzameling, geeist hebt, zeggende: Ik zal niet voortvaren te horen de stem des HEEREN, mijns Gods, en ditzelve grote vuur zal ik niet meer zien, dat ik niet sterve.

  22. Deuteronomium 18:17ca. 1451 v.Chr.

    Toen zeide de HEERE tot mij: Het is goed, wat zij gesproken hebben.

  23. Deuteronomium 18:18ca. 1451 v.Chr.

    Een Profeet zal Ik hun verwekken uit het midden hunner broederen, als u; en Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven, en Hij zal tot hen spreken alles, wat Ik Hem gebieden zal.

  24. Deuteronomium 18:19ca. 1451 v.Chr.

    En het zal geschieden, de man, die niet zal horen naar Mijn woorden, die Hij in Mijn Naam zal spreken, van dien zal Ik het zoeken.

  25. Deuteronomium 18:20ca. 1451 v.Chr.

    Maar de profeet, die hoogmoediglijk zal handelen, sprekende een woord in Mijn Naam, hetwelk Ik hem niet geboden heb te spreken, of die spreken zal in den naam van andere goden, dezelve profeet zal sterven.